In dit hoofdstuk zal je een werkblad opbouwen om leeftijden te berekenen. Het is echter niet de bedoeling een gestructureerd werkblad te ontwerpen. Daarentegen worden een aantal basisbewerkingen geïllustreerd. Hierbij komen de volgende aspecten aan bod:
Vóór je gegevens in werkboeken en werkbladen zal plaatsen, volgt een overzicht van de belangrijkste commando's met werkboeken. Deze bevinden zich in het File menu.
Het File menu bevat de volgende commando's:
|
File menu |
|
|
New… |
Begin een nieuw werkboek op basis van een template. |
|
Open… |
Open een werkboek dat als bestand op de schijf wordt bewaard. |
|
Close |
Sluit het geactiveerde werkboek. Indien de laatste wijzigingen nog niet werden bewaard, wordt gevraagd om ze te bewaren. |
|
Save |
Bewaar het geactiveerde werkboek. Indien het nog niet eerder werd bewaard, moet je een bestandsnaam opgeven. In dit geval wordt de werkwijze van het commando File, Save As… gevolgd. |
|
Save As… |
Bewaar het geactiveerde werkboek en geef een bestandsnaam op. |
|
Save as HTML… |
Bewaar het geactiveerde werkboek in HTML (HyperText Meta Language) formaat, zodat het bruikbaar is op Internet. |
|
Save Workspace… |
Bewaar de werkruimtebeschrijving. Deze bevat informatie over de huidige toestand – in het bijzonder welke documenten geopend zijn. Op deze wijze kan je later alle in de werkruimtebeschrijving vermelde documenten met één commando opnieuw openen. |
|
Page Setup… |
Bepaal de pagina opmaak als voorbereiding van een afdruk. |
|
Print Area |
Bepaal welke range van het geactiveerde werkblad moet worden afgedrukt of maak deze range leeg. Dit is een submenu met twee commando's: Set Print Area en Clear Print Area. |
|
Print Preview |
Bekijk een voorafbeelding van de afdruk en breng wijzigingen aan. |
|
Print… |
Druk het geactiveerde document of de gedefinieerde range af. |
|
Send To |
Verzend het geactiveerde werkboek. Dit is een submenu met drie commando's: Mail Recipient…, Routing Recipient… en Exchange Folder…. |
|
Properties… |
Vul de eigenschappen van een te bewaren werkboek in. |
|
file |
Open dit bestand. |
|
Exit |
Beëindig Excel. Indien de laatste wijzigingen nog niet werden bewaard, wordt gevraagd om ze te bewaren. |
Daarnaast kan je ook gebruik maken van sommige van de commando's in twee snelmenu's:
De volgende zaken worden hierna behandeld:
Bij het opstarten van Excel wordt automatisch een werkboek met de naam Book1 geopend. Elk nieuw werkboek bevat standaard drie werkbladen Sheet1, Sheet2 en Sheet3 hebben. Deze namen worden in de sheet tabs onderaan het werkboek venster getoond. De sheet tab van Sheet1, met de witte achtergrond is geactiveerd. Dit betekent dat Sheet1 wordt getoond en bovenop alle andere subdocumenten van het werkboek ligt.
Je kan een nieuw werkboek openen met de New knop
of het commando
File, New…
Wanneer je het commando File, New… gebruikt verschijnt het New dialoogvenster.
De New Office Document knop in de Microsoft Office shortcut bar heeft dezelfde mogelijkheden maar bevat templates en tabbladen voor alle Microsoft Office documenten.
De op deze wijze geopende nieuwe werkboeken hebben de namen Book2, Book3 enz., zolang ze nog niet werden bewaard.
Het openen van een werkboek of document betekent dat een werkboek of document dat op de schijf staat wordt ingelezen en in het algemeen kan worden bewerkt.
Je kan een als een bestand bewaard werkboek openen met de Open knop
of het commando
File, Open...
Nu verschijnt het Open dialoogvenster (figuur 2). Je kan hierin een Excel bestand klikken en het openen (Open).
De Open Office Document knop in de Microsoft Office shortcut bar heeft dezelfde mogelijkheden maar toont standaard documenten van alle Microsoft Office programma's.
De Open en Advanced Search dialoogvensters bieden zeer krachtige middelen om bestanden te zoeken op nagenoeg alle mogelijke criteria.
Opmerkingen:
|
.xls |
Werkboeken, bewaard in de folder aangeduid in het General tabblad van het Options dialoogvenster. Ook Excel 4 type werkbladen en Excel 5 en 7 type werkboeken hebben de extensie .xls. Je kan in het Files of type en Save as type vak van de Open en Save dialoogvensters aangeven van welke versie van Excel je bestanden wilt openen of bewaren. |
|
.xla |
Add-in macro's, bewaard in de folder Microsoft Office\Library en subfolders. |
|
.xlt |
Templates, bewaard in de folder Micosoft Office\Templates en subfolders. |
|
.xlm |
Excel 4 type macro bestanden, bewaard in de folder aangeduid in het General tabblad van het Options dialoogvenster. |
|
.xlc |
Excel 4 type chart bestanden, bewaard in de folder aangeduid in het General tabblad van het Options dialoogvenster. |
|
.xlw |
Werkruimtes, bewaard in de folder aangeduid in het General tabblad van het Options dialoogvenster. Een werkruimte beschrijft welke bestanden open zijn en welke instellingen zijn vastgelegd op het ogenblik van het bewaren van de werkruimte. |
Open het bestand P:\Excel 97\Leeftijd.xls. Omdat dit niet op je eigen I: schijf staat moet je in het Open dialoogvenster de gewenste schijf en folder kiezen. Ga als volgt te werk:
Nu wordt het opgegeven bestand geopend en hierin het modelwerkblad Leeftijd 1 getoond.
Bestanden op de P: schijf in het netwerk kunnen op deze wijze door iedereen tegelijk worden geopend, zonder gevaar voor beschadiging. Je kan het document zonder problemen wijzigen zolang je het niet bewaart. Wanneer je het Read Only document echter wilt bewaren, zal je hiervoor een andere schijf (I:\) moeten kiezen. Zie infra.
Wanneer meerdere werkboeken geopend zijn, kan je een werkboek activeren op twee wijzen:
Window, workbook name
Het geactiveerde werkboek wordt dan zichtbaar gemaakt en op de voorgrond geplaatst.
Bewaar het werkboek onmiddellijk op de I: schijf als I:\Leeftijd.xls om eventuele latere problemen te voorkomen.
Algemeen zijn er twee mogelijkheden om een document te bewaren zonder het te sluiten:
File, Save
File, Save As...
Wanneer je het commando File, Save As… kiest, of wanneer je werkboek nog nooit eerder was bewaard, verschijnt het Save As dialoogvenster (figuur 4). Hierin heb je de volgende mogelijkheden:
Omdat je het bestand op een andere schijf wilt bewaren gebruik je hier het commando File, Save As...
Behoud in het Save As dialoogvenster de bestandsnaam, maar wijzig de schijfnaam in I:. Dit doe je op dezelfde wijze als bij het openen:
Opmerkingen:
Sluit nu het lege werkboek. Activeer dit eerst met het commando
Window, 1 Book1
Om het geactiveerde werkboek te sluiten heb je meerdere mogelijkheden:
File, Close
Opmerkingen:
SHIFT+File, Close All
waarmee je alle geopende werkboeken tegelijk kan sluiten. Ook hier wordt eventueel gevraagd nieuwe werkboeken of nog niet bewaarde wijzigingen alsnog te bewaren.
Om Excel te beëindigen heb je eveneens meerdere mogelijkheden:
File, Exit
Opmerkingen:
Je kan het geactiveerde werkboek bewaren voor gebruik op Internet met het commando
File, Save as HTML…
De Internet Assistant Wizard beschrijft je in vier stappen hoe je werkbladgegevens en grafieken moet worden omgevormd tot een Web pagina's in HTML formaat.
Wanneer je regelmatig wil werken met steeds dezelfde werkboeken tegelijk is het vrij vervelend dat je deze telkens één na één moet openen. Dit probleem wordt opgelost met het commando
File, Save Workspace…
Het geheel van alle documenten en instellingen op het ogenblik van het uitvoeren van dit commando wordt bewaard in een .xlw bestand met standaard bestandsnaam Resume.xlw. Dit geheel wordt een workspace (werkruimte) genoemd. Het Save Workspace dialoogvenster heeft dezelfde mogelijkheden als de Save As dialoogvenster (behalve de Options… knop): Je kan een schijf, folder en bestandsnaam kiezen.
Elk niet-leeg geopend werkboek wordt in een afzonderlijk bestand bewaard, alsof het commando File, Save was opgegeven. Het .xlw bestand bevat enkel de informatie om de toestand te herstellen. Later kunnen al deze bestanden terug worden geopend in de gedaante vóór ze werden bewaard. Dit gebeurt automatisch bij het openen van het .xlw bestand.
Je kan allerlei gegevens over het werkboek bewaren in het Properties dialoogvenster, dat je oproept met het commando
File, Properties
Het Properties dialoogvenster bevat vijf tabbladen:
Opmerkingen:
Hierna worden een aantal elementaire bewerkingen met volledige werkbladen behandeld.
Hierbij moet worden opgemerkt dat tot nu toe steeds over werkbladen werd gesproken wanneer het ging over bladen van een werkboek. Er zijn echter naast werkbladen ook nog andere subdocumenten. De hier behandelde bewerkingen zijn met al deze subdocumenten mogelijk.
Achtereenvolgens komen aan bod:
Bewerkingen met delen van meerdere subdocumenten worden hier niet behandeld.
De hierbij gebruikte commando's bevinden zich verspreid over de Edit, Insert en Format menu's. Daarom is handiger gebruik te maken van het Workbook Tab snelmenu, waarin de meeste van deze commando's gegroepeerd zijn. Het wordt opgeroepen door een sheet tab te rechtsklikken.
Het Workbook Tab snelmenu bevat de commando's
|
Workbook Tab snelmenu |
|
|
Insert… |
Voeg rechts van het geactiveerde blad een nieuw blad toe. |
|
Delete |
Verwijder alle geselecteerde bladen. |
|
Rename |
Hernoem het geactiveerde blad. |
|
Move or Copy… |
Verplaats of kopieer de geselecteerde bladen. |
|
Select All Sheets |
Selecteer alle bladen van het geactiveerde werkboek. |
|
View Code |
Open en activeer een blad met Visual Basic code. Dit wordt in het geactiveerde werkboek bewaard, maar door een afzonderlijk programma bewerkt, Microsoft Visual Basic. Er wordt een afzonderlijke menubalk en werkbalk getoond. |
Het geactiveerde blad heeft een witte sheet tab. Zijn inhoud is zichtbaar. De andere bladen hebben grijze sheet tabs en worden bedekt door het geactiveerde blad.
Je kan één, meerdere of alle bladen selecteren op de volgende wijzen:
|
Selecteer één blad: |
klik zijn sheet tab. |
|
Selecteer naast elkaar liggende bladen: |
klik de sheet tab van het eerste te selecteren blad en shift+klik daarna de sheet tab van het laatste te selecteren blad. |
|
Selecteer niet naast elkaar liggende bladen: |
klik de sheet tab van het eerste te selecteren blad en ctrl+klik daarna de sheet tab van elk aan de selectie toe te voegen blad. |
|
Selecteer alle bladen: |
rechtsklik een sheet tab en kies het commando Select All Sheets uit het Workbook Tab snelmenu. |
Wanneer meerdere bladen samen geselecteerd zijn staat in de titelbalk [Group]. Alle geselecteerde bladen krijgen een witte sheet tab en kunnen vaak in groep bewerkingen ondergaan. De naam van het geactiveerde blad is in vetjes weergegeven.
Je kan het selecteren van meerdere bladen ongedaan maken door een andere sheet tab te klikken.
Om een werkblad of een ander type blad toe te voegen aan het geactiveerde werkboek, rechtsklik je de sheet tab waarachter (rechts waarvan) je het nieuwe blad wil toevoegen. Daarna kies je in het Workbook Tab snelmenu het commando
Insert...
In het General tabblad van het Insert dialoogvenster (figuur 8) kies je vervolgens het type blad uit (Worksheet, Chart, MS Excel 4.0 Macro, International Macro Sheet, MS Excel 5.0 Dialog). Je kan ook een werkblad kiezen gebaseerd op een template uit het Spreadsheet Solutions tabblad.
Een toegevoegd werkblad krijgt de naam Sheetn en wordt geactiveerd. Een toegevoegde chart krijgt de naam Chartn en de Chart Wizard wordt gestart (zie infra). Een toegevoegde dialog sheet krijgt de naam Dialogn. De bij het nieuwe blad behorende menubalk wordt getoond.
Je kan ook een leeg werkblad toevoegen met het commando Insert, Worksheet en een chart met het commando Insert, Chart….
Je kan de geselecteerde bladen verwijderen uit het werkboek door de sheet tab te rechtsklikken en in het Workbook Tab snelmenu het commando
Delete
te kiezen. De Office Assistant geeft een waarschuwing dat deze verwijdering onherroepelijk is:
The selected sheet(s) will be permanently deleted.
Hierna kan je je bedenken of de verwijdering toch doorvoeren.
Je kan ook de geselecteerde bladen verwijderen met het commando Edit, Delete Sheet.
Je kan de naam van het geactiveerde blad wijzigen door de sheet tab te dubbelklikken. Je kan ook de sheet tab rechtsklikken en in het Workbook Tab snelmenu het commando
Rename
kiezen. Je kan ook het commando Format, Sheet, Rename gebruiken.
Daarna kan je de naam wijzigen in de sheet tab zelf.
Je kan geselecteerde bladen verplaatsen of kopiëren door de sheet tab van één van de geselecteerde te verplaatsen of te kopiëren bladen naar zijn bestemming te verslepen. Om te kopiëren moet je de ctrl toets ingedrukt houden wanneer je de muis loslaat (CTRL+SLEEP), bij het verplaatsen niet (SLEEP). Een driehoekje geeft aan links van welk blad het verplaatste of gekopieerde blad zal worden geplaatst. Indien de bestemming een ander werkboek is moet dit werkboek zichtbaar zijn.
Je kan ook één van de geselecteerde bladen rechtsklikken en in het Workbook Tab snelmenu het commando
Move or Copy…
kiezen. Je kan eveneens het commando Edit, Move or Copy Sheet… gebruiken.
In de laatste twee gevallen heb je de volgende mogelijkheden in het Move or Copy dialoogvenster (figuur 9):
Opmerkingen:
Je kan geselecteerde bladen verbergen met het commando
Format, Sheet, Hide
De bladen worden niet meer getoond. Hun sheet tabs zijn niet meer aanwezig in de sheet tab schuifbalk. Het blad rechts van het verborgen geactiveerde blad wordt automatisch geactiveerd.
Je kan verborgen bladen opnieuw tonen en activeren met het commando
Format, Sheet, Unhide...
In het Unhide dialoogvenster kies je één opnieuw te tonen blad uit de lijst van alle verborgen bladen (Unhide sheet).
Deze commando's zijn niet terug te vinden in het Worbook Tab snelmenu.
Je zal nu in het werkblad Sheet1 een naam, adres, geboortedatum, de huidige datum en het huidige uur aanbrengen. Vervolgens zal je de daarmee corresponderende leeftijd berekenen en uitdrukken in dagen en in jaren (figuur 10)
Vooraf wordt de nummering en het activeren van cellen behandeld. Vervolgens zal je gegevens intypen en wijzigen, de soorten gegevens onderscheiden, een bewerking ongedaan maken of herhalen en formules aanbrengen.
Elk Excel 97 werkblad bevat 65536 rijen en 256 kolommen. De rijen worden genummerd van 1 tot 65536. De eerste 26 kolommen krijgen de letters A tot en met Z. De daaropvolgende kolommen worden met twee letters aangeduid: AA, AB... AZ, BA, BB... IU, IV. De cel rechts onderaan wordt dus met IV16384 aangeduid. Deze notatie is dezelfde als bij Lotus 1-2-3 en wordt de A1 notatie genoemd omdat de "eerste cel" (de cel links bovenaan, ook home cell genoemd), zo wordt aangeduid. Ze is de kortste en meest gebruikte notatie bij spreadsheets. Nochtans heeft ze enkele nadelen zoals het plaatsen van de kolomletter voor het rijnummer (in de wiskunde duidt men steeds eerst de rij aan) en de minder mooie aanduiding van hoge kolommen. Omdat men meestal de neiging heeft het aantal kolommen die gebruikt worden te beperken is dit echter geen groot bezwaar.
Uiteraard zullen niet alle cellen van een werkblad een inhoud hebben. Er zijn namelijk 16 M cellen, en dus zouden er zeker problemen met de geheugencapaciteit ontstaan wanneer alle cellen gegevens bevatten. Meestal worden de cellen links bovenaan (met lage nummers) gebruikt en is het aantal rijen groter dan het aantal kolommen. Dit is ook de meest geheugen besparende werkwijze.
Tracht, indien mogelijk, alle gegevens in het zichtbare gedeelte van het werkblad te plaatsen. Je hebt dan een goed overzicht. Uiteraard kan je dit slechts bij zeer kleine werkbladen realiseren. Eventueel kan je de weergave verkleinen met de Zoom knop.
Niet zichtbare delen van het werkblad kan je in beeld brengen door het venster te verschuiven waardóór je op het werkblad kijkt. Zoals in alle Windows toepassingen kan dit gebeuren met de muis en de schuifbalken. Daarnaast kan je ook pijltoetsen gebruiken en zijn er nog andere mogelijkheden. Deze worden hierna besproken.
De active cell (geactiveerde cel) wordt door de cell pointer aangeduid. Je kan een andere cel activeren door de cell pointer te verplaatsen.
klik de te activeren cel
De referentie en inhoud van de geactiveerde cel worden in de formulebalk getoond. Wanneer de gewenste cel niet in beeld is kan je het scherm laten doorrollen (scrollen) met de schuifbalken tot de cel in beeld komt en daarna de cel klikken.
|
PIJL |
Activeer de volgende cel in de aangeduide richting. |
|
PGUP/PGDN |
Ga één scherm omhoog of omlaag. |
|
ALT+PGUP/PGDN> |
Ga één scherm naar links of naar rechts. |
|
HOME |
Activeer de eerste cel in de rij (in kolom A). |
|
END, ENTER |
Ga naar de laatste in gebruik zijnde cel in de huidige rij. |
|
CTRL+HOME |
Activeer cel A1. Dit is de cel links bovenaan in het werkblad (niet noodzakelijk in het venster). Hij wordt ook de home cell genoemd. |
|
CTRL+END of END, HOME |
Activeer de laatste cel. Dit is niet cel IV16384, maar wel de cel op het snijpunt van de laatste rij en de laatste kolom waarin gegevens zijn geplaatst. De cel zelf kan leeg zijn. De grootte van het werkblad kan je ruw schatten uit de plaats van de laatste cel. De cellen links van en boven de laatste cel zijn de gebruikte cellen. De andere cellen zijn ongebruikt. Uiteraard zullen lege gebruikte cellen minder geheugen in beslag nemen dan niet-lege gebruikte cellen. |
|
CTRL+BACKSPACE |
Verplaats (zo nodig) het scherm zodat de geactiveerde cel, aangeduid in de formulebalk, opnieuw in beeld komt. Dit komt vooral voor bij uitgebreide selecties. |
|
CTRL+PIJL of END, PIJL |
Verplaats de geactiveerde cel over één blok in de aangeduide richting. Een blok wordt gevormd door een opeenvolgend aantal niet-lege cellen in een rij of kolom. Er wordt telkens gesprongen naar het eerstvolgende begin of einde van een blok (of naar de eerste of laatste cel in de rij of kolom). Je kan hetzelfde resultaat bekomen door de rand van de geactiveerde cel in de gewenste richting te dubbelklikken. |
Je kan met scrolllock in de statusbalk SCRL aan of uit zetten. Wanneer SCRL aan staat, zal de plaats van de geactiveerde cel niet veranderen, maar de rijen en kolommen zullen opschuiven. Je kan dit zien aan de rij- en kolomhoofden. Daarenboven ullen sommige toetsen een andere betekenis hebben:
|
HOME |
Ga naar de linkerbovencel in het venster. |
|
END |
Ga naar de rechterbenedencel in het venster. |
De scrolllock toets wordt verder in de tekst niet gebruikt.
Naast het werken met de muis en de toetsen zijn er nog twee andere methodes om een cel te activeren:
Edit, Go To...
In het Go To dialoogvenster kan je de referentie of de naam van een cel kiezen (Go to) of zelf een referentie intypen (Reference) (zie infra).
Om gegevens in een cel te plaatsen moet je deze cel eerst activeren. De referentie van de geactiveerde cel wordt op elk ogenblik in de name box links in de formulebalk aangeduid. Vervolgens typ je de gegevens in. De ingetypte gegevens worden tijdens het intypen op twee plaatsen getoond: rechts in de formulebalk en in de geactiveerde cel. In het midden van de formulebalk (in het grijze gebied met rechts een = teken) zijn tijdens het intypen van de gegevens de Cancel box (een rood kruis), de Enter box (een groen vinkje) en de Edit Formula knop (met het = teken) zichtbaar.
|
A1: |
naam: |
B1: |
Van den Berghe |
|
A2: |
voornaam: |
B2: |
Luc |
|
A3: |
straat: |
B3: |
Wolvengracht 25 |
|
A4: |
postnummer: |
B4: |
1000 |
|
A5: |
gemeente: |
B5: |
Brussel |
|
E1: |
datum: |
F1: |
22/7/97 (datum van vandaag) |
|
E2: |
uur: |
F2: |
9:30 (tijd van dit ogenblik) |
Beëindig het intypen in elke cel met de enter toets of door de Enter box te klikken. Je kan eveneens een pijl toets indrukken waardoor de invoer wordt beëindigd en onmiddellijk de naburige cel wordt geactiveerd. Met de esc toets of door de Cancel box te klikken kan je het intypen annuleren én daarna beëindigen.
Je merkt onmiddellijk reeds enkele zaken op (figuur 11):
Je kan de kolommen verbreden om de tekst of getallen erin volledig te kunnen zien. Hiertoe wijs je de rechterrand van het kolomhoofd aan. De mouse pointer verandert nu in verticaal streepje met dwars daarop een pijl in beide richtingen. Je kan nu de kolom op twee wijzen verbreden:
Je kan de getallen indien gewenst links uitlijnen met de
Align Left knop
, nadat je ze hebt geselecteerd (geklikt).
Doe dit met het postnummer.
Wanneer je de datum- en tijdcellen nogmaals selecteert en de datum- en tijdsaanduiding in de formulebalk bekijkt, blijken deze daar een andere gedaante te hebben dan in het werkblad:
|
F1: |
22/07/1997 |
i.p.v. |
22/7/97 |
|
F2: |
09:30:00 |
i.p.v. |
9:30 |
Excel herkent dat je een datum- en tijdsaanduiding hebt ingetypt door de gebruikte interpunctie. Vervolgens kiest Excel het best passende ingebouwde datum- of tijdformaat om de ingetypte waarden gestandaardiseerd voor te stellen. Omdat met datums en tijden kan worden gerekend, moet je die als getallen opvatten.
In een werkblad kan je meerdere gegevenstypes aanbrengen: getallen, tekst, logische waarden, foutwaarden en formules. Deze types worden als volgt onderscheiden:
Excel zal alle grootheden tot tekst omvormen en van een ' links voorzien, die het niet als een getal, een logische grootheid, een foutwaarde of een formule kan opvatten.
Maak nu de cellen A2 met de tekst voornaam: en B2 met de voornaam leeg en plaats vervolgens de voornaam vóór de naam in cel B1.
Hiervoor moet je twee soorten bewerkingen uitvoeren:
Het leegmaken van cel doe je in twee stappen:
Verder in de tekst staan andere methoden om cellen leeg te maken.
Algemeen kan je de inhoud van een cel op drie manieren wijzigen:
In de Edit mode heb je de volgende mogelijkheden met de muis:
|
klik |
Verplaats het invoegpunt in de formulebalk. |
|
dubbelklik |
Selecteer het woord dat dubbelgeklikt wordt. |
|
sleep |
Selecteer de tekst waarover gesleept wordt. |
Je kan eveneens gebruik maken van de volgende toetsen:
|
PIJL LINKS/RECHTS |
Verplaats het invoegpunt één teken naar links of rechts. |
|
HOME/END |
Verplaats het invoegpunt naar het begin of einde van de regel. |
|
INS |
Schakel heen en weer tussen Insert mode (standaard - toegevoegde tekens worden tussen de overige geplaatst) en Overwrite mode (toegevoegde tekst overschrijft de oude tekst). De huidige toestand wordt in de statusbalk getoond (INS/OVR). |
|
DEL |
Verwijder de geselecteerde tekst. Verwijder het teken rechts van het invoegpunt wanneer geen tekst is geselecteerd (commando Edit, Clear, All). |
|
BACKSPACE |
Verwijder de geselecteerde tekst. Verwijder het teken links van het invoegpunt wanneer geen tekst is geselecteerd. |
|
CTRL+DEL |
Verwijder alle tekens vanaf het begin van de geselecteerde tekst. Verwijder alle tekens rechts van het invoegpunt wanneer geen tekst is geselecteerd. |
|
SHIFT+DEL of CTRL+X |
Knip (verwijder) de geselecteerde tekst en plaats hem op het clipboard (Cut knop of commando Edit, Cut). |
|
CTRL+SHIFT+DEL |
Knip (verwijder) de tekst rechts van het invoegpunt en plaats hem op het clipboard. |
|
CTRL+INS of CTRL+C |
Kopieer de geselecteerde tekst en plaats hem op het clipboard (Copy knop of commando Edit, Copy). |
|
SHIFT+INS of CTRL+V |
Plak (vraag op) de inhoud van het clipboard op de plaats van het invoegpunt (Paste knop of commando Edit, Paste). |
De uit te voeren bewerkingen zijn dus:
|
A2: |
del |
|
B2: |
del |
|
dubbelklik B1: |
klik links van de naam (maar rechts van het ' teken) en typ Luc, een spatie en druk op enter |
Je kan de editeerbewerking na het verlaten van de Edit mode
ongedaan maken met de Undo knop
of met het commando
Edit, Undo action
De in het Edit menu aangeduide meest recent uitgevoerde actie wordt ongedaan gemaakt en de situatie van daarvoor wordt hersteld. Op deze wijze kan je een zopas uitgevoerde editeerbewerking of een commando ongedaan maken. Sommige commando's (vooral database en bestandscommando's) zijn echter niet te herstellen.
Wil je meer dan één actie annuleren, dan moet je de lijst bij de Undo knop openklappen (klik op de pijl) en een actie uit de lijst selecteren. Die actie en alle volgende (die erboven staan) worden ongedaan gemaakt.
Nadat een editeerbewerking ongedaan is gemaakt kan je je
opnieuw bedenken en de actie toch uitvoeren door opnieuw
de Redo knop
in te drukken of met het commando
Edit, Redo action
waarna de juist ongedaan gemaakte actie toch wordt uitgevoerd.
Ook hier kan je meer dan één ongedaan gemaakte actie opnieuw uitvoeren met de lijst bij de Redo knop. De werkwijze is volkomen analoog als bij de Undo knop.
Je kan eveneens de laatst uitgevoerde bewerking herhalen met het commando
Edit, Repeat action
Nu moet je de leeftijd van de persoon door Excel laten berekenen, waarvan gegevens zijn ingevoerd.
Datums worden als getallen opgevat. 1/01/1900 correspondeert met het getal 1, 2/01/1900 met het getal 2 enz. Uren en minuten worden als een onderdeel van een dag beschouwd, zodat met 1 uur de waarde 1/24 overeenkomt. Op deze wijze is met elk tijdstip vanaf 1/1/1900 een positief getal geassocieerd. Door twee datums van elkaar af te trekken, bekom je hun verschil in dagen. Door het resultaat hiervan door 365.25 te delen en naar beneden af te kappen bekom je de leeftijd in jaren.
Vul eerst de volgende extra gegevens in:
|
E3: |
geboortedatum: |
E4: |
leeftijd in dagen: |
|
F3: |
1/1/1978 |
E5: |
leeftijd in jaren: |
Pas de breedte van de E kolom aan door de rechterrand van zijn kolomhoofd te dubbelklikken.
In cellen F4 en F5 zal je de volgende formules voor de leeftijd uitgedrukt in dagen en in jaren aanbrengen. Deze hebben de gedaante:
|
F4: |
=F1-F3 |
getoond resultaat: |
21/07/19 |
|
F5: |
=INT(F4/365.25) |
getoond resultaat: |
19 |
In Excel 95 werd in F4 het juiste aantal dagen, 7142 getoond. Excel stelde daar het verschil van twee datums voor als een getal dat het aantal dagen ertussen weergeeft. Excel 97 stelt echter dit verschil ook als een datum voor. Je kan inderdaad stellen dat de leeftijd 19 jaar, 7 maanden en 21 dagen is.
Met het commando Edit, Clear, Formats kan je het datumformaat verwijderen, zodat cel F4 de gewenste waarde 7142 weergeeft (zie infra).
Typ de formules niet gewoon in maar breng ze (gedeeltelijk) met muisbewerkingen aan.
Een formule wordt gekenmerkt doordat ze begint met een = teken. Daarachter staan de elementen waaruit de formule is opgebouwd. Dit kunnen onder meer zijn:
het plusteken (+) tussen twee op te tellen getallen.
het minteken (–) tussen twee af te trekken getallen.
de asterisk (*) tussen twee te vermenigvuldigen getallen.
de slash (/) tussen twee te delen getallen.
de backslash (\) om het quotiënt van twee gehele getallen te berekenen.
het carat teken (^) om de macht van het voorafgaande getal tot het daaropvolgende getal te berekenen.
de ampersand (&) om twee teksten met elkaar te verbinden, die tussen aanhalingstekens (" ") moeten staan.
Je kan de formules letterlijk intypen, maar dit is zeker niet de beste methode. Je moet dan immers steeds letten op het rij- en kolomnummer van de cel waarheen je verwijst. Klik daarom bij het opstellen van een functie steeds de cel waarheen je wil refereren. Ook het gebruik van pijltoetsen om cellen te refereren is mogelijk.
De formule zelf wordt steeds in de formulebalk vermeld. Tijdens het aanbrengen wordt de formule eveneens in het werkblad getoond. Na het beëindigen van de formule wordt in het werkblad het resultaat getoond.
De acties die je moet uitvoeren om de bovenstaande formules met de muis op te bouwen zijn:
|
F4: |
= , klik F1 , – , klik F3, enter |
|
F5: |
= , INT( , klik F4 , /365.25), enter |
Nu wordt ook in cel F4 het correcte resultaat, 7142 getoond in Sheet1 (figuur 10).
Opmerkingen:
Gebruik in formules slechts getallen, wanneer je zeker bent dat die nooit zullen veranderen (zoals het delen door 2 in de formule om de oppervlakte van een driehoek te berekenen).
Gebruik in formules zoveel mogelijk referenties naar cellen waarin getallen staan die kunnen veranderen.
Wanneer je nu de geboortedatum of de datum van vandaag verandert zullen de formules die van deze gegevens afhankelijk zijn worden herberekend en kunnen de leeftijden veranderen.
Stel nu als oefening een formule en bijbehorende tekst op om te berekenen wanneer je 10000 dagen oud zal worden!
Dubbelklik nu de sheet tab van Sheet1 en typ in de sheet tab Leeftijd als nieuwe naam voor het werkblad. Bewaar vervolgens het werkboek met de Save knop. Omdat het reeds vroeger bewaard werd, wordt de bestandsnaam Leeftijd.xls behouden en het Save As dialoogvenster niet getoond.
In Excel wordt niet alleen met enkelvoudige cellen gewerkt. Vele bewerkingen kunnen plaatsvinden op een rechthoekig gebied van cellen, range genoemd. Daarnaast kan je ook bewerkingen uitvoeren op één of meerdere rijen of kolommen, op combinaties van individuele cellen, ranges, rijen en kolommen of op een heel werkblad. Het is ook mogelijk verschillende cellen of ranges uit meerdere werkbladen van een zelfde werkboek te selecteren, maar dit geval wordt hier niet behandeld.
De werkwijze van Excel is steeds de volgende:
Hierna worden eerst de verschillende soorten selecties bekeken. Het selecteren van cellen kan met de muis en met het toetsenbord gebeuren. De methode met de muis is veruit de snelste en eenvoudigste. Daarom zal de methode met het toetsenbord slechts fragmentarisch en zeer summier worden vermeld.
Gewoonlijk zal na het maken van een selectie de linkerbovencel van de selectie geactiveerd zijn. Wanneer de selectie meervoudig is zal de linkerbovencel van de laatste samenstellende enkelvoudige selectie geactiveerd zijn.
Je kan het selecteren ongedaan maken door in een andere cel te klikken, die daardoor wordt geselecteerd en geactiveerd.
Een enkelvoudige cel wordt aangeduid door zijn celreferentie. Voorbeeld: B1.
Je selecteert als volgt een enkelvoudige cel:
Klik de te selecteren cel.
De cel wordt tegelijk geselecteerd en geactiveerd. Zijn referentie en inhoud worden in de formulebalk getoond. Door een andere cel te klikken of een pijl- of andere cursortoets te gebruiken selecteer je een andere cel.
Een rechthoekig gebied wordt een range genoemd. Een range wordt aangeduid door de uiterste cellen van de range te scheiden door een dubbelepunt. Voorbeeld: A1:B5.
Je selecteert als volgt een range:
Sleep over de te selecteren range van de ene uithoek naar de tegenoverstaande uithoek.
De geselecteerde cellen krijgen een zwarte achtergrond. De cel in de linkerbovenhoek van de geselecteerde range wordt hierbij geactiveerd. Hij behoudt zijn witte achtergrond en je kan hem bewerken.
Met de cursortoetsen selecteer je een range door de pijltoetsen te gebruiken terwijl je de shift toets (hoofdlettertoets) ingedrukt houdt.
Een geselecteerde rij wordt tweemaal door zijn nummer aangeduid, telkens gescheiden door een dubbelepunt. Een geselecteerde kolom wordt tweemaal door zijn letter aangeduid. Voorbeelden: 4:4 en B:B.
Je selecteert als volgt een rij of kolom:
Klik het nummer van de te selecteren rij of kolom in het rij- of kolomhoofd.
De geselecteerde rij of kolom krijgt een zwarte achtergrond, inclusief het nummer in het rij- of kolomhoofd. De meest linkse cel in de rij of de bovenste cel in de kolom wordt geactiveerd. Hij behoudt zijn witte achtergrond en je kan hem bewerken.
Met de cursortoetsen selecteer je een rij door eerst een cel in de rij te selecteren en daarna op shift+space te drukken. Met de cursortoetsen selecteer je een kolom door een cel in de kolom te selecteren en daarna op ctrl+space te drukken.
De selectie van een aantal opeenvolgende rijen wordt aangeduid door het eerste en laatste rijnummer te scheiden door een dubbelepunt. De selectie van een aantal opeenvolgende kolommen wordt aangeduid door de eerste en laatste kolomletter te scheiden door een dubbelepunt. Voorbeelden: 3:5 en A:B.
Je selecteert als volgt opeenvolgende rijen of kolommen:
Sleep over de nummers van de te selecteren rijen of kolommen in het rij- of kolomhoofd.
De geselecteerde rijen of kolommen krijgen een zwarte achtergrond, inclusief de nummers in het rij- of kolomhoofd. De meest links bovenaan gelegen cel in de rij of kolom wordt geactiveerd. Hij behoudt zijn witte achtergrond en je kan hem bewerken.
De selectie van opeenvolgende rijen en kolommen met de cursortoetsen maakt gebruik van de Extend mode, die wordt aan- en uitgezet met functietoets F8 en aangeduid in de statusbalk (EXT). In de Extend mode zal het verplaatsen van de cell pointer de selectie uitbreiden in plaats van een nieuwe cel te activeren. Hierop wordt niet verder ingegaan.
Een meervoudige selectie is een samenstelling van de vorige gevallen. Ze wordt eerder zelden gebruikt. De verschillende selecties waaruit ze is samengesteld worden gescheiden door komma's. Voorbeeld: A1:B5,E1:F2.
Je maakt als volgt een meervoudige selectie:
Alle geselecteerde cellen krijgen een zwarte achtergrond. De meest links bovenaan gelegen cel van de laatst toegevoegde selectie wordt geactiveerd. Hij krijgt een witte achtergrond en je kan hem bewerken.
De betekenis van het indrukken van de ctrl toets is dat bij het selecteren van nieuwe cellen de reeds geselecteerde cellen geselecteerd blijven. Op een analoge wijze betekent het indrukken van de shift toets dat de laatst toegevoegde selectie wordt uitgebreid. Het ingedrukt houden van beide toetsen combineert de gevolgen: Alle reeds geselecteerde cellen blijven geselecteerd en de laatst toegevoegde selectie wordt uitgebreid. Je kan het gebruik van de shift toets vermijden door over te schakelen naar de Extend mode met functietoets F8. Je kan het gebruik van de ctrl toets vermijden door over te schakelen naar de Add mode met functietoets shift+F8. Beide toestanden worden in de statusbalk vermeld met de aanduidingen EXT en ADD.
Het selecteren van niet aaneengesloten rijen of kolommen is een speciaal geval van het maken van een meervoudige selectie.
Voorbeeld 1: Selecteer kolommen A,B en E:
Voorbeeld 2: Selecteer rijen 1,3,4,5:
De selectie van alle cellen wordt aangeduid met A1:IV65536.
Je selecteert als volgt het volledige werkblad:
Klik de Select All knop links bovenaan waar de rij- en kolomhoofden samenkomen.
Alle cellen krijgen een zwarte achtergrond. Cel A1 wordt geactiveerd, krijgt een witte achtergrond en je kan hem bewerken.
Met de cursortoetsen selecteer je het ganse werkblad met shift+ctrl+backspace.
Je selecteert alle gebruikte cellen als volgt met het toetsenbord:
Druk op ctrl+home en daarna op shift+ctrl+end.
Met ctrl+home selecteer je cel A1. Met shift+ctrl+end breid je de selectie uit tot een range waarvan de rechterbenedenhoek in de cel valt die overeenkomt met de hoogste gebruikte rij- en kolomnummers.
Juist zoals bij het activeren van een cel zijn er ook bij het selecteren nog twee andere methodes:
Edit, Go To...
Bij het selecteren wordt de eerste cel uit de geselecteerde range geactiveerd. Wanneer de selectie uit meerdere ranges bestaat wordt de eerst geselecteerde cel uit de laatst geselecteerde range geactiveerd.
Om een andere cel binnen de bestaande range te activeren gebruik je de volgende toetsen:
|
ENTER |
Activeer de eerstvolgende lagere cel in dezelfde kolom in de range (of de eerste cel in de volgende kolom wanneer je je in de onderste geselecteerde cel in de kolom bevindt). |
|
SHIFT+ENTER |
Activeer de eerstvolgende hogere cel in dezelfde kolom in de range (of de laatste cel in de vorige kolom wanneer je je in de bovenste geselecteerde cel in de kolom bevindt). |
|
TAB |
Activeer de eerstvolgende cel rechts in dezelfde rij in de range (of de eerste cel in de volgende rij wanneer je je in de meest rechtse geselecteerde cel in de rij bevindt). |
|
SHIFT+TAB |
Activeer de eerstvolgende cel links in dezelfde rij in de range (of de laatste cel in de vorige rij wanneer je je in de meest linkse geselecteerde cel in de rij bevindt). |
Samengevat komt het er op neer dat je je met enter door de kolommen en met tab door de rijen van een range verplaatst, en door deze toetsen met shift te combineren de zin omkeert.
Om een cel in een volgende of vorige range te activeren gebruik je de volgende toetsen:
|
CTRL+ALT+PIJL RECHTS |
Activeer de eerste cel uit de volgende range in de selectie. |
|
CTRL+ALT+PIJL LINKS |
Activeer de eerste cel uit de vorige range in de selectie. |
Opmerking:
Je hebt de voornaam in de cel van de naam ondergebracht en de cellen A2 en B2 leeggemaakt. Het is nu aangewezen de adresgegevens uit range A3:B5 een rij omhoog te verplaatsen (naar A2:B4). Vervolgens zal je de gemeentenaam naast het postnummer in cel C3 plaatsen en de teksten in cellen A2 en A3 veranderen. Daarna wordt het kopiëren van cellen geïllustreerd en tot slot worden de te veel gekopieerde cellen opnieuw leeggemaakt.
In Excel kan je één of meer cellen selecteren en deze met meerdere methodes verplaatsen of kopiëren. Verplaatsen betekent dat de celinhoud op zijn oorspronkelijke plaats verdwijnt en op een andere plaats opnieuw wordt aangebracht. Kopiëren betekent dat de celinhoud eveneens op een andere plaats opnieuw wordt aangebracht, maar zonder op zijn oorspronkelijke plaats te verdwijnen.
Zowel voor het verplaatsen als voor het kopiëren zijn er twee methoden:
Vóór je een cel of range verplaatsen moet je die cel of range steeds eerst selecteren.
Verplaats eerst de adrescellen A3:B5 naar A2:B4 via het clipboard. Dit verloopt in vier stappen:
Edit, Cut
Voorlopig blijft de inhoud van de oorspronkelijke cel zichtbaar maar wordt hij met een bewegende streepjeslijn omkaderd. In de statusbalk staat wat je moet doen om het verplaatsen te beëindigen: Select destination and press ENTER or choose Paste.
Edit, Paste
Cellen A2:B4 bevatten nu de verplaatste cellen en cellen A5:B5 zijn leeg. Het kader in stippellijn is verdwenen en in de statusbalk wordt opnieuw Ready getoond. Het is niet mogelijk nogmaals te plakken.
Verplaats nu de gemeentenaam van cel B4 naar cel C3 met de drag and drop methode. Dit verloopt in twee stappen:
Opmerkingen:
Wijzig vervolgens de inhoud van cel A3 en maak cel A4 leeg, zodat de range A1:C3 de gedaante van een volledig adres vertoont:
|
A3: |
adres |
|
A4: |
del |
Kopieer nu als illustratie het adres in cellen A1:C3 naar cellen A7:C9 via het clipboard. Dit verloopt in vier stappen:
Edit, Copy
De inhoud van de oorspronkelijke cellen blijft zichtbaar maar wordt met een bewegende streepjeslijn omkaderd. In de statusbalk staat wat je moet doen om het kopiëren te beëindigen: Select destination and press ENTER or choose Paste.
Edit, Paste
Wanneer je de enter toets gebruikt is het kader in stippellijn verdwenen en wordt in de statusbalk opnieuw Ready getoond. Het is dan niet meer mogelijk nogmaals te plakken. Wanneer je de Paste knop of het commando Edit, Paste gebruikt blijven de kader in stippellijn en de tekst in de statusbalk staan en kan je het plakken herhalen tot je met enter plakt of tot je de esc toets indrukt.
Kopieer nu als illustratie met de drag and drop methode nogmaals het adres van cellen A7:A9 naar E7:G9. Dit verloopt in twee stappen:
Opmerkingen:
Tools, Options..., Edit tabblad (zie supra)
Verwijder nu de gekopieerde adressen in de ranges A7:C9 en E7:G9. Doe dit door de cellen te selecteren en ze leeg te maken.
Vaak zal men een cel trachten leeg te maken door er een onzichtbare spatie in te plaatsen. Dit is een absoluut af te raden werkwijze. Je kan een cel of range op leegmaken in twee stappen:
Edit, Clear, Contents
Opmerkingen:
|
Edit, Clear, All |
Maak de cel volledig leeg. Dit commando verschilt van de del toets en is er vaak een beter alternatief voor! |
|
Edit, Clear, Formats |
Verwijder enkel de formaten, maar laat de inhoud staan. Op deze wijze kan je een datum of uur tot zijn getalwaarde converteren. |
|
Edit, Clear, Contents |
Verwijder enkel de inhoud, maar behoud het formaat. Wanneer je later opnieuw getallen intypt, krijgen ze automatisch het vorige formaat. Dit commando is equivalent met het indrukken van de del toets. |
|
Edit, Clear, Comments |
Verwijder eventuele commentaar (aangebracht met het commando Insert, Comment) en aangeduid met een rood driehoekje in de rechterbovenhoek van de cel. |
Edit, Clear, All
te kiezen. Je kan ook het werkblad uit het werkboek verwijderen met het commando
Edit, Delete Sheet