Je zal in dit hoofdstuk een aantal business graphics maken bij het werkblad Verkoop van 3 producten in het werkboek Verkoop.xls uit het vorige hoofdstuk.
Grafieken worden in Excel charts genoemd. Ze bevatten een grafische voorstelling van gegevens uit een werkblad.
In dit hoofdstuk zal je de volgende zaken behandelen:
Er zijn twee soorten charts:
Wijzigingen aan deze gegevens zorgen in beide gevallen automatisch voor wijzigingen aan de gelinkte chart.
Een embedded chart wordt als volgt opgebouwd:
Insert, Chart…
Opmerkingen:
SHIFT+Edit, Copy Picture… en SHIFT+Edit, Paste Picture (zie infra).
In dit geval zal een wijziging van de gegevens de inhoud van de chart niet langer mee wijzigen. Het verbreken van de link wordt in twee gevallen toegepast:
Wanneer je opslagruimte en tijd (om de gegevens steeds up to date te houden) wil uitsparen.
Wanneer de chart een momentopname uit het verleden voorstelt en het werkblad de ondertussen gewijzigde actuele situatie.
Om een chart in een afzonderlijke chart sheet op te bouwen volg je exact dezelfde stappen als wanneer je een embedded chart in een werkblad aanbrengt. In de vierde en laatste stap van de Chart Wizard kan je dan de niet-standaard keuze maken om de chart in een afzonderlijke chart sheet te plaatsen.
Ook kan je een sheet tab klikken met de rechtermuisknop, in het snelmenu het commando Insert… en in het Insert dialoogvenster het type Chart kiezen. Ook dan wordt de Chart Wizard opgestart. In de vierde en laatste stap van de Chart Wizard kan je dan eveneens de keuze maken om de chart in een afzonderlijke chart sheet te plaatsen, maar deze is nu standaard..
Opmerking:
Een geselecteerde chart bevat een groot aantal delen, objecten genaamd (figuur 1). De belangrijkste zijn:
| 1. Chart Area | Het gehele gebied van de chart, door een kader begrensd. |
| 2. Plot Area | Het centrale deel van de chart, met de assen en de grafisch voorgestelde gegevens, maar zonder titels, legende en tekst. |
| 3. Legend | De legende van de chart geeft aan welke datareeks met welke voorstelling (kleur, arcering, symbool) overeenkomt. |
| 4. Legend Entry | De tekst in de legende, die de naam van elke datareeks aangeeft. |
| 5. Legend Key | Het symbool of de kleur in de legende, die de datareeks aangeeft. |
| 6. Value Axis | De (meestal) verticale as met waarden van de gegevens. |
| 7. Category Axis | De (meestal) horizontale as met categorieën of tijdsaanduidingen. |
| 8. Chart Title | De titel van de chart. |
| 9. Value Axis Title | De naam van de Value Axis. |
| 10. Category Axis Title | De naam van de Category Axis. |
| 11. Gridlines | Horizontale en/of verticale rasterlijnen in de Plot Area. |
| 12. Data Series | Een datareeks, die door één kleur of symbool wordt aangeduid. |
| 13. Data Point | Een datapunt, element van een datareeks. |
Wanneer de chart geselecteerd is wordt de Worksheet menu bar vervangen door de de Chart menu bar getoond, die zich onder de Standard en Formatting toolbars bevindt. Daarnaast wordt ook in een venstertje de Chart toolbar getoond. Je kan deze verplaatsen, in de rand opnemen en sluiten.
Je kan in de chart elk van de vermelde objecten selecteren door het te klikken. Je kan eveneens met de pijl toetsen de objecten aflopen, in de volgorde zoals de nummering aangeeft. Het geselecteerde object wordt door handles aangeduid. In een tekstkadertje bij het object wordt iets over het object meegedeeld (naam, betekenis, waarde…). Het type en de naam van het object staan eveneens in de name box links in de formulebalk. Wanneer het object een datareeks of datapunt is wordt zijn formule (die aanduidt welke cellen met de datareeks of het datapunt overeenkomen), in de formulebalk getoond:
=SERIES(name_reference, category, values, plot_order)
Je kan het geselecteerde object verplaatsen, kopiëren, vergroten of verkleinen met de muis en bewerken met de Chart menu bar, de Chart toolbar en een snelmenu, dat je oproept door het te rechtsklikken. Wanneer je het object dubbelklikt verschijnt een Format selected object dialoogvenster, waarmee je het kan formatteren.
Niet alle vermelde objecten hoeven aanwezig te zijn. Sommige charts bevatten daarenboven nog andere objecten. Daarenboven kan je nog allerlei andere objecten, zoals pijlen en teksten op de chart aanbrengen met de Drawing toolbar. Je roept deze op met de Drawing knop in de Standard toolbar.
Je zal in dit hoofdstuk drie embedded charts maken in het werkblad Grafieken, dat een kopie is van Verkoop 2 of van Verkoop van 3 producten. Maak deze kopie als volgt:
Opmerking:
Je zal nu een embedded chart opbouwen met daarin de omzetgegevens. Wanneer je deze boven elkaar stapelt in een Column chart, zal de totale hoogte de totale omzet aangeven. Excel biedt de mogelijkheid om de rij- en kolomhoofden (maandnamen en kolomtitels) in de chart op te nemen. Daartoe moet je deze wel mee selecteren. Je gebruikt hiervoor de Chart Wizard, een niet-proceduraal programma waarmee je door vier dialoogvensters in te vullen, de chart opbouwt.
In het verloop van de handelingen zal worden gevraagd de range(s) te selecteren die in de chart moeten staan. Het is vaak eenvoudiger deze reeds vooraf te selecteren. Ga dus als volgt te werk:
Opmerkingen:
Nu verschijnt het eerste van de vier dialoogvensters van de Chart Wizard: Chart Wizard – Step 1 of 4 – Chart Type (figuur 2). Dit dialoogvenster bevat twee tabbladen, Standard Types en Custom Types.
Met de Press and hold to view sample knop kan je een WYSBYGI (What You See Before You Get It) voorafbeelding van het gekozen chart type en chart sub-type van de geselecteerde datareeksen bekijken.
Er zijn 14 chart types, die samen in het totaal 74 subtypes bevatten.
Maak de volgende keuzes:
Opmerking:
| ? | Vraag de Office Assistant om hulp en uitleg over opties en knoppen. |
| Cancel | Verlaat de Chart Wizard zonder de chart te creëren of te wijzigen (esc). |
| Back | Ga naar het vorige scherm (vorige stap). |
| Next | Ga naar het volgende scherm (volgende stap; enter). |
| Finish | Creëer de chart met de opties in alle stappen tot en met de huidige (en de standaard opties of geen wijzigingen voor de volgende stappen). |
Nu verschijnt het tweede van de vier dialoogvensters van de Chart Wizard: Chart Wizard – Step 2 of 4 – Chart Source Data (figuur 3). Dit dialoogvenster bevat twee tabbladen, Data Range en Series.
Maak de volgende keuzes:
Opmerkingen:
=Grafieken!$A$7:$A$19,Grafieken!$E$7:$G$19
De naam van het werkblad wordt door een ! van de referentie van de range gescheiden. Wanneer de naam van het werkblad spaties bevat wordt hij met ' ' omsloten (dit is hier niet het geval). De twee ranges worden van elkaar gescheiden door een , .
Nu verschijnt het derde van de vier dialoogvensters van de Chart Wizard: Chart Wizard – Step 3 of 4 – Chart Options (figuur 4). Dit dialoogvenster bevat zes tabbladen, Titles, Axes, Gridlines, Legend, Data Labels en Data Table:
Maak de volgende keuzes:
Nu verschijnt het laatste van de vier dialoogvensters van de Chart Wizard: Chart Wizard – Step 4 of 4 – Chart Location (figuur 5). In dit dialoogvenster kan je bepalen waar de chart moet worden aangebracht:
Maak de volgende keuze:
De chart wordt nu in het werkblad geplaatst, op de plaats van de datareeksen die in de chart worden voorgesteld (figuur 6). De chart is geselecteerd. Dat kan je zien door de acht handles aan de zijden en hoeken van de chart. De chart toolbar wordt getoond. De chart menu bar vervangt de worksheet menu bar, maar staat onder i.p.v. boven de twee werkbalken.
In het werkblad worden de ranges die in de chart worden weergegeven omkaderd:
Voer nu de volgende acties uit:
| klik Chart Title | Font Size knop, 16 (i.p.v. 20.5) |
| klik Category Axis Title | Font Size knop, 12 (i.p.v. 17) |
| klik Value Axis Title | Font Size knop, 12 (i.p.v. 17) |
| klik Legend | Font Size knop, 10 (i.p.v. 17) |
| klik Category Axis | Font Size knop, 10 (i.p.v. 17) |
| klik Value Axis | Font Size knop, 10 (i.p.v. 17) |
| klik Plot Area | sleep rechtse handle naar links (ruim 0.5 cm) |
| klik Legend | sleep linkse handle naar links (ruim 0.5 cm) |
Nu heb je een chart waarin de plot area tot zijn recht komt. Wanneer je buiten de chart klikt, is de chart niet langer geselecteerd. De handles zijn verdwenen evenals de Chart menu bar en Chart toolbar. De Worksheet menu bar wordt opnieuw getoond (figuur 8).
Algemeen kan een met de Chart Wizard gecreëerde chart heel wat onvolkomenheden vertonen:
Sommige van deze zaken hebben zich reeds voorgedaan bij de zopas gemaakte chart. Ze waren eenvoudig op te lossen.
Hierna volgt een meer systematisch overzicht van de bewerkingen die je met een geselecteerde chart kan uitvoeren.
Je selecteert een embedded chart door hem te klikken. Aan de rand van de chart bevinden zich dan acht handles.
Met een geselecteerde embedded chart kan je de volgende acties uitvoeren:
Opmerkingen:
De Chart menubalk, die getoond wordt bij een geactiveerde chart, bevat volgende de menu's en commando's:
|
Chart menu bar |
|
| Control menu | Restore, Move, Size, Minimize, Maximize, Close |
| File menu | New…, Open…, Close, Save, Save As…, Save as HTML…, Save Workspace…, Page Setup…, Print Preview, Print…, Send To (Mail Recipient…, Routing Recipient…, Exchange Folder…), Properties…, file, Exit |
| Edit menu | Undo/Redo action, Repeat action, Cut, Copy, Paste, Paste Special…, Clear (All, Series, Formats), Delete Sheet, Move or Copy Sheet…, Links… |
| View menu | Toolbars (Standard, Formatting, Chart, Control Toolbox, Drawing, Exit Design Mode, External Data, Forms, Picture, Pivot Table, Reviewing, Visual Basic, Web, WordArt, Customize…), Formula Bar, Status Bar, Header and Footer…, Comments, Custom Views…, Full Screen, Zoom…, Sized with Window, Chart Window |
| Insert menu | Picture (From File…, AutoShapes, WordArt…), Worksheet, Chart…, Hyperlink… |
| Format menu | Selected object…, Sheet (Rename…, Hide, Unhide…, Background…) |
| Tools menu | Spelling…, AutoCorrect…, Share Workbook…, Track Changes (Highlight Changes…, Accept or Reject Changes…), Merge Workbooks…, Protection (Protect Sheet…, Protect Workbook…, Protect and Share Workbook…), Macro (Macros…, Record New Macro…, Visual Basic Editor), Add-Ins…, Customize…, Options… |
| Chart menu | Chart Type…, Source Data…, Chart Options…, Location…, Add Data…, Add Trendline…, 3-D View… |
| Window menu | New Window, Arrange…, Hide, Unhide…, window |
| Help menu | Microsoft Excel Help, Context and Index, What’s This?, Microsoft on the Web (Free Stuff, Product News, Frequently Asked Questions, Online Support, Microsoft Office Home Page, Send Feedback…, Best of the Web, Search the Web…, Web Tutorial, Microsoft Home Page), Lotus 1-2-3 Help…, About Microsoft Excel |
De sterkste verschillen bevinden zich in het Format menu en het nieuwe Chart menu. Het zijn vooral commando's die toelaten objecten toe te voegen en hun vormgeving te wijzigen. Sommige commando's uit andere menu's hebben echter enigszins andere mogelijkheden.
Wanneer een chart geactiveerd is kan je de meeste objecten van de chart selecteren door ze te klikken. Objecten die een deel zijn van een groter object (zoals datapunten in een datareeks) moet je twee maal klikken (maar niet dubbelklikken!). Je kan eveneens met de pijl toetsen de verschillende objecten die deel uitmaken van de chart aflopen. Hun naam wordt in de name box links in de formulebalk vermeld. Wanneer je een object rechtsklikt verschijnt het corresponderende snelmenu. Afhankelijk van het chart type en sub-type zullen sommige objecten wel of niet voorkomen.
De achtereenvolgende objecten die deel kunnen uitmaken van een chart zijn:
de Chart Area, de Plot Area, de Floor, de Walls en de Corners (enkel bij 3-D charts), de Legend, de Legend Entries en de Legend Keys, de Chart Axes, de Chart Title, de Chart Axis Titles, alle Data Labels samen en de individuele Data Labels, de Gridlines, de Data Series en de Data Points, de Trendlines, alle Error Bars, de X Error Bars, de Y Error Bars, de Drop Lines, de High-Low Lines en de Up-Down Bars.
De belangrijkste snelmenu's en hun commando's zijn:
| Chart Area snelmenu | Format Chart Area…, Chart Type…, Source Data…, Chart Options…, Location…, 3-D View…, Chart Window, Cut, Copy, Paste, Clear, Bring to Front, Send to Back, Assign Macro… |
| Plot Area snelmenu | Format Plot Area…, Chart Type…, Source Data…, Chart Options…, Location…, 3-D View…, Chart Window, Clear |
| Data Series en Data Point snelmenu's | Format object…, Chart Type…, Source Data…, Add Trendline…, Clear |
| andere snelmenu's | Format object…, Clear |
Hierna volgt een korte omschrijving van de commando's die specifiek zijn voor charts:
| Edit, Paste Special... | Plak datareeksen in een chart met allerlei opties. |
| Edit, Clear, All | Verwijder het geselecteerde object volledig. |
| Edit, Clear, Series | Verwijder de geselecteerde datareeks in de chart. |
| Edit, Clear, Formats | Verwijder de vormgeving van de geselecteerde datareeks in de chart. |
| View, Sized with Window | Wijzig de afmetingen van de chart samen met die van het venster (enkel bij een chart in een afzonderlijke chart sheet). |
| Chart Window | Toon de chart in een afzonderlijk venster. |
| Format, Selected object… | Wijzig de vormgeving van het geselecteerde object. |
| Chart, Chart Type… | Wijzig het chart type en sub-type (stap 1 van de Chart Wizard). |
| Chart, Source Data… | Wijzig de datareeksen (stap 2 van de Chart Wizard). |
| Chart Options… | Toon of verberg allerlei onderdelen van de chart (stap 3 van de Chart Wizard). |
| Location… | Bepaal de plaats van de chart (stap 4 van de Chart Wizard). |
| Add Data… | Voeg datareeksen of datapunten toe aan de chart. |
| Add Trendline… | Voeg een trendlijn toe aan de chart. |
| 3-D View… | Beheer de vormgeving bij driedimensionale charts. |
De Chart toolbar wordt steeds zichtbaar wanneer je een chart selecteert. Ze kan uiteraard ook permanent zichtbaar worden gemaakt met het commando View, Toolbars, Chart, zoals de andere werkbalken.
De Chart toolbar bevat de volgende knoppen:
|
Chart toolbar |
|
| Chart Object | Selecteer een chart object. |
| Format Chart Area | Verzorg de vormgeving van de chart area. |
| Chart Type | Kies een chart type. Er zijn 18 knoppen in de Chart Type List, die je als een afzonderlijke werkbalk kan wegslepen. |
| Legend | Toon of verberg de legende. |
| Data Table | Toon of verberg een gegevenstabel. |
| By Row | Vorm datareeksen uit rijen in het werkblad. |
| By Column | Vorm datareeksen uit kolommen in het werkblad. |
| Angle Text Downward | Toon de tekst op de geselecteerde as met een hoek van 45° omlaag. |
| Angle Text Upward | Toon de tekst op de geselecteerde as met een hoek van 45° omhoog. |
De knoppen van de Chart Type list toolbar zijn:
![]() |
Chart Type list toolbar | ||
| Area | 3-D Area | Surface | |
| Bar | 3-D Bar | Radar | |
| Column | 3-D Column | Bubble | |
| Line | 3-D Line | XY (Scatter) | |
| Pie | 3-D Pie | Doughnut | |
| Cylinder | Cone | Pyramid | |
Met de knoppen van Chart Type list kan je een ander chart type kiezen. Het chart sub-type kan je op deze wijze echter niet kiezen. Wanneer je het Column chart type wil herstellen, zullen de kolommen daardoor niet langer op elkaar gestapeld zijn.
Hiervoor zijn er drie oplossingen:
Opmerkingen:
Je kan een embedded chart maken zonder de Chart Wizard te gebruiken, wanneer de Chart toolbar getoond wordt. Dit gebeurt als volgt:
Opmerking:
De chart is gelinkt aan gegevens in het werkblad. Wanneer je die wijzigt zal de chart ook worden gewijzigd.
Excel biedt echter ook de omgekeerde mogelijkheid: Je kan de waarde van een in de chart opgenomen datapunt in de chart wijzigen met de muis, zodat de gegevens in het werkblad overeenkomstig zullen worden aangepast.
Verhoog de prijs van de zip-drives in het werkblad van 700 BF naar 720 BF:
|
B4: |
720 |
De waarden in de afhankelijke cellen (omzet zip-disks, totale omzet, grootste en kleinste omzet) en de hoogte van de afhankelijke datareeks in de chart (gele kolommen van omzet zip-disks) worden gewijzigd. Ga dit na.
De maand juni heeft de kleinst totale omzet. Dit zie je in cel H5 en aan de rode kleur van de totale omzet in juni. Het is wenselijk deze te verhogen. Je kan dit doen door het (in het werkblad eveneens rode) bedrag van de omzet van de handboeken in juni te verhogen in de chart! Dat doe je door het corresponderende staafje omhoog te slepen.
Ga als volgt te werk:
Tools, Options..., Calculation tabblad, verwijder de aankruising van Precision as displayed (wanneer deze aanstond).
Tools, Options..., Calculation tabblad, kruis Precision as Displayed aan
Ook nu kan je de waarschuwing tegen permanent gegevensverlies negeren. Het gevolg is dat de omzet van handboeken in E13 niet 650 000 BF maar 650 400 BF bedraagt.
Opmerkingen:
Tools, Goal Seek...
toegepast. Dit commando kan steeds worden gebruikt om het resultaat van een formule te wijzigen door één enkele getalwaarde te wijzigen. Om één resultaat te wijzigen waarbij meerdere getalwaarden mogen veranderen en bij optimalisatieproblemen wordt het commando Tools, Solver... toegepast (zie infra).
Het is interessant te onderzoeken of er een (lineair) verband bestaat tussen de verkoop van de CD-ROMs en de zip-disks. Hierbij zal gebruik gemaakt worden van lineaire regressietechnieken. Je kan deze zaken visueel weergeven in een XY chart (figuur 13).
Bouw de chart op met de Chart Wizard:
Titles tabblad: Chart Title: Vergelijking verkoop CD-ROMs en zip-disks,
Value (X) Axis: CD-ROMs, Value (Y) Axis: zip-disks.
Gridlines tabblad: verwijder de aankruising van Major gridlines bij de Value (Y) axis.
Klik daarna de Next knop.
De met de Chart Wizard gemaakte chart (figuur 14) is vrij behoorlijk. Verplaats hem naar rechts en vergroot de chart tot die ongeveer de range I1:P21 bedekt. Selecteer de titel, vergroot zijn lettertype tot 16 punten met de Font Size knop, en splits de titel over twee even lange regels door na verkoop op enter te drukken.
Breng vervolgens in de geselecteerde XY chart een lineaire regressielijn aan:
Chart, Add Trendline…
Nu verschijnt het Add Trendline dialoogvenster, dat twee tabbladen heeft (figuur 15).
Custom Trendline name: regressielijn, Forward Forecast: 5, Backward Forecast: 5,
kruis Display equation on chart en Display R-squared value on chart aan.
Klik daarna op OK. De regressielijn, zijn vergelijking en R² waarde worden nu getoond.
Opmerkingen:
| Linear | y = c x + b |
| Logarithmic | y = c ln(x) + b |
| Polynomial | y = b + c1 x + c2 x + … + cn xn (max. n: 6) |
| Power | y = c xb |
| Exponential | y = c ebx |
| Moving average | y(x) = (yx + yx-1 + yx-2 + … + yx-n+1) / n (max. n = 6) |
Het aanbrengen van de regressielijn heeft een invloed op de schaal van de horizontale as. De begin- en eindwaarden van de as worden standaard automatisch berekend. De as begint nu bij 0. Dit verknoeit de hele grafiek.
Formatteer daarom de X-as:
Minimum: 280 (i.p.v. 0),
Maximum: 350 (i.p.v. 400),
Major unit: 10 (i.p.v. 100),
Minor unit: 5 (i.p.v. 20).
Opmerkingen:
Om beter aan te geven op welke lijn de vergelijking slaat, kan je een pijl aanbrengen tussen de vergelijking en de regressielijn in de figuur:
Uiteindelijk bekom je de definitieve XY chart (figuur 13).
Met de Drawing toolbar kan je allerlei grafische objecten aanbrengen. Je kan dit doen boven het werkblad of boven een geselecteerde chart.
Toon en verberg de Drawing toolbar met de Drawing knop uit de Standard toolbar. Ze kan uiteraard ook zoals de andere werkbalken permanent zichtbaar worden gemaakt.
De Drawing toolbar bevat de volgende knoppen:
|
Drawing toolbar |
|
| Draw | Toon een snelmenu om de geselecteerde objecten te beheren. |
| Select Objects | Selecteer objecten wanneer je ze klikt of er een rechthoekig kader rond sleept. Je gaat terug over naar de normale toestand, door de knop nogmaals te klikken. |
| Free Rotate | Wentel het geselecteerde driedimensionale object. |
| Autoshapes | Kies automatische figuurvormen uit een submenu. |
| Line | Teken een lijn. |
| Arrow | Teken een pijl. |
| Rectangle | Teken een rechthoek. |
| Oval | Teken een ovaal. |
| Text Box | Breng een tekstkader aan. |
| Insert WordArt | Breng een Word Art object aan. |
| Fill Color | Kies een kleur voor een achtergrond of oppervlak. |
| Line Color | Kies een kleur voor een kader of een lijn. |
| Font Color | Kies een kleur voor tekens. |
| Line Style | Kies een lijndikte. |
| Dash Style | Kies een stijl voor puntjes- of streepjeslijnen. |
| Arrow Style | Kies een stijl voor pijlen. |
| Shadow | Breng een schaduw aan. |
| 3-D | Vorm de figuur om tot een driedimensionale figuur (kies uit een submenu). Toon eventueel de 3-D Settings toolbar om deze te beheren. |
Wanneer je meerdere objecten tezamen wilt selecteren heb je twee mogelijkheden:
Je kan de geselecteerde objecten herkennen doordat ze allemaal handles hebben. Hiermee kan je hun afmetingen wijzigen.
Wanneer je verschillende grafische objecten boven elkaar hebt aangebracht, zullen in het algemeen de laatst aangebrachte of gewijzigde objecten de eerder aangebrachte bedekken. Je hebt mogelijkheden om deze objecten t.o.v. elkaar te plaatsen (te bepalen wat bovenaan en onderaan ligt) en om ze als groep te behandelen. Hiervoor rechtsklik je het object of klik je de Draw knop in de Drawing toolbar en gebruik je daarna één van de commando's uit het snelmenu:
|
Grouping, Group |
Groepeer alle geselecteerde objecten. Je kan ze dan enkel nog in groep selecteren, verplaatsen, kopiëren, verwijderen en beheren. |
|
Grouping, Ungroup |
Splits de geselecteerde groep op in zijn afzonderlijke objecten. Je kan ze dan opnieuw afzonderlijk selecteren, verplaatsen, kopiëren, verwijderen en beheren. |
|
Grouping, Regroup |
Herstel de groep waartoe het geselecteerde object behoorde. Dit commando is slechts beschikbaar wanneer je een object hebt geselecteerd, dat tot een groep behoorde, en nadat het Ungroup commando hebt uitgevoerd. |
|
Order, Bring to Front |
Plaats de geselecteerde objecten boven alle andere. Ze zijn dus zeker zichtbaar. |
|
Order, Send to Back |
Plaats de geselecteerde objecten onder alle andere. Ze kunnen dus door andere objecten volledig of gedeeltelijk worden bedekt. |
|
Order, Bring Forward |
Plaats de geselecteerde objecten één niveau meer naar boven. |
|
Order, Send Backward |
Plaats de geselecteerde objecten één niveau meer naar onder. |
Opmerkingen:
Het Chart menu bevat de commando's die het meest specifiek zijn voor een chart.
De eerste vier commando's, Chart Type…, Data Source…, Chart Options… en Location… komen overeen met de vier stappen van de Chart Wizard. Ze kunnen echter ook worden toegepast wanneer slechts één of enkele datareeksen zijn geselecteerd en hebben dan soms meer mogelijkheden.
De laatste drie commando's, Add Trendline…, Add Error Bars… en 3-D View…, laten je toe specifieke objecten of vormgevingen te beheren.
Hierna worden de dialoogvensters van deze commando's besproken.
Met het commando Chart, Chart Type… roep je het Chart Type dialoogvenster op (figuur 17). Dit heeft twee tabbladen, Standard Types en Custom Types.
In het Standard Types tabblad heb je de volgende mogelijkheden:
In het Custom Types tabblad heb je de volgende mogelijkheden:
Met het commando Chart, Data Source… roep je het Data Source dialoogvenster (figuur 18) op. Dit heeft twee tabbladen, Data Range en Series.
In het Data Range tabblad heb je de volgende mogelijkheden:
In het Series tabblad heb je de volgende mogelijkheden:
Opmerkingen:
Vergroot een range met de fill handle om datareeksen of waarden voor de X-as toe te voegen.
Verklein een range met de fill handel om datareeksen of waarden voor de X-as te verwijderen.
Verplaats een range door de rand van het kader te slepen om een datareeks of waarden voor de X-as door andere te vervangen.
Je ziet op elk ogenblik het WYSBYGI beeld van het resultaat.
Wanneer je niet met een embedded chart, maar met een chart in een afzonderlijke chart sheet te doen hebt werkt de rechtstreekse methode niet.
Met het commando Chart, Chart Options… roep je het Chart Options dialoogvenster (figuur 19) op. Dit heeft zes tabbladen, Titles, Axis, Legend, Gridelines, Data Labels en Data Table.
In het Titles tabblad heb je de volgende mogelijkheden:
In het Axis tabblad heb je de volgende mogelijkheden:
In het Gridlines tabblad heb je de volgende mogelijkheden:
In het Legend tabblad heb je de volgende mogelijkheden:
In het Data Labels tabblad heb je de volgende mogelijkheden:
None: geen teksten – standaard.
Show value: toon de getalwaarden.
Show percent: toon percentages van de getalwaarden (vooral interessant bij Pie charts).
Show label: toon de categorie namen.
Show label and percent : toon categorie namen en percentages van de getalwaarden.
Show bubble sizes: toon de grootte van de cirkels bij een Bubble chart.
In het Data Table tabblad heb je de volgende mogelijkheden:
Opmerkingen:
Met het commando Chart, Location… roep je het Location dialoogvenster (figuur 21) op. Hierin heb je de volgende mogelijkheden:
Opmerkingen:
Je kan extra data aan de chart toevoegen in het Series tabblad van het commando Chart, Data Source… of door de chart te selecteren, met de schuifbalk naar de ranges in het werkblad te gaan en deze met de fill handle te vergroten (zie infra).
Andere mogelijkheden om gegevens aan de chart toe te voegen zijn:
Chart, Add Data…
of rechtsklik de chart en kies in het snelmenu het commando Add Data….
Vul daarna in het Add Data dialoogvenster (figuur 22) de toe te voegen range in. Ook hier kan je daarbij het dialoogvenster reduceren tot het Range vak.
Bij bepaalde chart types kan je een regressielijn in de chart aanbrengen. Selecteer daartoe de chart of een datareeks en kies het commando
Chart, Add Trendline…
Je kan ook de datareeks rechtsklikken en het commando Add Trendline kiezen in het snelmenu. Daarna kan je in de Type en Options tabbladen van het Add Trendline dialoogvenster aangeven welke soort regressielijn je wilt aanbrengen, op welke datareeks ze gebaseerd is, hoe ze moet worden berekend en getoond (zie supra).
Wanneer je een driedimensionaal chart type kiest, kan je de driedimensionale instellingen van de chart met de muis wijzigen door een hoek van de chart te verslepen, of door het commando
Chart, 3-D View…
te kiezen. Je kan ook de chart rechtsklikken en het commando 3-D View… kiezen in het snelmenu.
In het 3-D View dialoogvenster (figuur 23) heb je de volgende mogelijkheden:
Er wordt steeds een voorbeeld getoond van het effect van de aangebrachte wijzigingen op een standaard figuur.
Wanneer je een chart object dubbelklikt, rechtsklikt en het commando Format, object… kiest, de Format object knop in de Chart toolbar klikt, of in het Format menu het commando Selected object… kiest, verschijnt een Format object dialoogvenster.
Afhankelijk van het geselecteerde object en zijn aard, kunnen de tabbladen verschillen.
Hierna worden de verschillende tabbladen uit dit dialoogvenster behandeld.
Het Patterns tabblad komt bij zeer veel soorten objecten voor zoals datareeksen, de chart area en de plot area. Het kan verschillende gedaantes hebben (figuur 24):
Datareeksen en datapunten worden meestal voorgesteld door staven, of punten. Staven zijn opgebouwd uit een gekleurd oppervlak (Area) en een rand (Border), punten worden vaak verbonden door een lijn (Line) en voorgesteld door een symbool (Marker). Voor elk van deze vier elementen kan de vorm bepaald worden in het Patterns tabblad. Steeds wordt een WYSBYGI beeld getoond (Sample):
|
Border |
Automatic (automatisch ingesteld – dunne zwarte lijn), None (geen rand) of Custom (wanneer je iets wijzigt). Je kan de stijl (Style – vol, streepjeslijn…), kleur (Color) en dikte (Weight) van de rand bepalen. Je kan een schaduw aanbrengen op de achtergrond (Shadow). In het Format Chart Area dialoogvenster kan je daarenboven de hoeken van de chart afronden (Round corners). |
|
Area |
Automatic (automatisch ingestelde kleuren), None (geen kleur) of één van uit 56 kleuren. Je kan speciale effecten aanbrengen via de Fill Effects… knop. Je krijgt dan een Fill Effects dialoogvenster met vier tabbladen (Gradient, Texture, Patterns en Picture). Je kan de kleur laten omkeren bij negatieve getalwaarden (Invert if negative). |
|
Line |
Automatic (automatisch ingesteld - dunne zwarte lijn), None (geen lijn) of Custom (wanneer je iets wijzigt). Je kan de stijl (Style – vol, streepjeslijn…), kleur (Color) en dikte (Weight) van de lijn bepalen. Je kan de gebroken lijn vervangen door een vloeiende lijn (Smoothed line). |
|
Marker |
Automatic (automatisch ingestelde symbolen), None (geen symbool) of Custom (wanneer je iets wijzigt). Je kan de stijl (Style – vorm van de symbolen), en de kleur van de rand (Foreground) en het inwendige (Background) van de symbolen bepalen. Je kan de grootte in punten van het symbool bepalen (Size) en een schaduw aanbrengen achter het symbool (Shadow). |
In het Format Data Table dialoogvenster bevat het Patterns tabblad extra mogelijkheden (figuur 25), waarin je kan aankruisen of er kaders en lijnen in de gegevenstabel moeten staan (Horizontal, Vertical, Outline) en of de kleuren of symbolen van de legende in de gegevenstabel moeten worden getoond (Show legend keys).
Het Axis tabblad komt voor bij datareeksen (figuur 26).
Je kan erin bepalen op welke Y-as een datareeks wordt getekend (Plot series on).
Het Y Error Bars tabblad komt in verscheidene chart types voor bij datareeksen. Het geeft een maat aan voor de fout op Y-waarden. Bij het XY chart type komt ook een X Error Bars tabblad voor. Het geeft een maat voor de fout op X-waarden.
Beide tabbladen hebben dezelfde mogelijkheden (figuur 27):
|
Display |
Geef de vorm van foutstaven aan: zowel positieve als negatieve (Both), enkel positieve (Plus), enkel foutmarges (Minus) of geen foutmarges (None). |
|
Error Amount |
Bepaal de grootte van de voorgestelde foutmarge: als een vaste waarde (Fixed value) een procentuele waarde (Percentage), een veelvoud van de standaardafwijking (Standard deviation(s) ), de standaard fout (Standard error), of zelf opgegeven waarden (Custom). |
Het Data Labels tabblad komt voor bij datareeksen.
Je hebt dezelfde mogelijkheden als in het Data Label tabblad in het Chart Options dialoogvenster (zie supra).
Het Series Order tabblad komt voor bij datareeksen.
Je hebt de mogelijkheid om de volgorde van datareeksen binnen eenzelfde chart type om te wisselen (figuur 28). Daarvoorr selecteer je een datareeks (Series order) en klikt vervolgens de Move Up of Move Down knop tot de datareeksen in de juiste volgorde staan.
Het Options tabblad komt voor bij datareeksen.
De mogelijkheden in dit tabblad variëren sterk met het chart type (figuur 29).
De volgend opties komen voor:
|
Overlap |
De mate waarin staven elkaar overlappen (in %). |
|
Gap width |
Grootte van de ruimte tussen staven (in %). |
|
Gap depth |
Afstand tussen datareeksen bij driedimensionale charts. |
|
Chart depth |
Verhouding tussen diepte (Y) en breedte (X) bij driedimensionale charts in %. |
|
Series lines |
Verbindingslijnen tussen datapunten. |
|
Drop lines |
Verticale lijnen tussen datapunten en de categorie as. |
|
Up-down bars |
Verticale staafjes tussen het hoogste en laagste datapunt. |
|
High-low lines |
Verticale lijntjes tussen het hoogste en laagste datapunt. |
|
Vary colors by point |
Toon elk datapunt in een andere kleur bij staven en punten in een Radar chart. |
|
Vary colors by slice |
Toon elk datapunt in een ander kleur bij Pie en Doughnut charts. |
|
Angle of first slice |
Hoek tussen de eerste sector en de verticale as bij Pie en Doughnut charts. |
|
Doughnut hole size |
Grootte van de centrale opening bij Doughnut charts. |
Ze worden besproken bij de verschillende chart types (zie infra).
Het Scale tabblad komt voor bij assen. Er zijn afzonderlijke Scale tabbladen voor de Category axis en de Value axis (figuur 30):
Je hebt de volgende mogelijkheden:
|
Category axis (2-D) |
De Category axis is bij tweedimensionale charts meestal de X-as. Je kan bepalen waar en hoe de Value axis de Category axis kruist (Value axis crosses at category number, at maximum category, between categories). Je kan bepalen om de hoeveel categorieën er maatstreepjes en tekst bij de maatstreepjes staan (Number of categories between tick marks, tick-mark labels). Je kan de volgorde van de categorieën bepalen (Categories in reverse order). |
|
Category axis en Series axis (3-D) |
De Category axis is bij driedimensionale charts meestal de X-as. De Series axis is meestal de Y-as. Je kan bepalen om de hoeveel categorieën er maatstreepjes en tekst bij de maatstreepjes staan (Number of categories / series between tick marks, Tick-mark labels). Je kan de volgorde van de categorieën of datareeksen bepalen (Categories / series in reverse order). |
|
Value axis |
De Value axis is bij tweedimensionale charts meestal de Y-as en bij driedimensionale charts de Z-as. Je kan bepalen welke de grenzen (Minimum, Maximum) en de intervallen (Major unit, minor Unit) van de schaal zijn. Je kan aankruisen of deze waarden automatisch (Auto) of manueel (value) worden gekozen. Je kan aankruisen of de schaal logaritmisch is (Logarithmic scale). Je kan bepalen waar de Category axis de Value axis kruist (Category axis crosses at value, at maximum value). Je kan de volgorde de waarden bepalen (Values in reverse order). |
Het Font tabblad komt voor bij alle tekstobjecten (figuur 31).
Je hebt ongeveer dezelfde mogelijkheden als bij het formatteren van tekst in cellen: Je kan een lettertype (Font), letterstijl (Font style), lettergrootte (Font size), wijze van onderstrepen (Underline), letterkleur (Color) en effecten zoals doorstrepen (Strikethrough), Superscript en Subscript bepalen. Ook wordt een voorbeeld getoond (Preview). Speciaal bij charts zijn:
|
Background |
Geef aan hoe de achtergrond wordt weergegeven: Automatic, (automatisch), Transparent (doorzichtig) of Opaque (gedeeltelijk doorzichtig). |
|
Auto scale |
Pas de lettergroottes van de teksten aan aan de afmetingen van de chart. |
Wanneer je een chart vergroot om meer ruimte te krijgen voor de plot area, zal je de Auto scale optie best uitzetten. Wil je echter een chart kopiëren naar een PowerPoint slide en hem daarbij vergroten, dan is het misschien beter de automatische schaling te behouden.
Het Number tabblad komt voor bij alle numerieke objecten, vooral bij waarde-assen (figuur 31).
Je hebt ongeveer dezelfde mogelijkheden als bij het formatteren van getallen in cellen: Je kan een categorie (Category) kiezen en per categorie het formaat verder specificeren. Ook wordt een voorbeeld getoond (Sample). Speciaal voor charts is:
|
Linked to source |
Koppel de getalvoorstelling in de chart aan die van de corresponderende cellen in het werkblad. Wanneer je de getalvoorstelling in het werkblad wijzigt, wordt ze ook in de chart gewijzigd. |
Het Alignment tabblad komt voor bij de meeste objecten met tekst, zoals titels, assen en data labels (figuur 32).
Je hebt minder mogelijkheden dan bij het formatteren van tekst in cellen. Bij assen kan je enkel de oriëntatie bepalen (Orientation): automatisch (Automatic) of ingesteld met de muis of in een vak (Degrees). Bij titels kan je daarenboven ook de horizontale en verticale uitlijning bepalen (Text alignment).
Het Placement tabblad komt voor bij de legende. Het bevat dezelfde Placement mogelijkheden als in het Legend tabblad van het Chart Options dialoogvenster (zie supra).
Het Properties tabblad komt voor bij objecten die in een werkblad worden ingebed (figuur 33): de chart area en met de knoppen uit de Drawing toolbar gemaakte objecten.
Je kan er mee bepalen of de plaats en de grootte van een chart moet worden gewijzigd wanneer de plaats en de grootte van de cellen waar de chart staat worden gewijzigd (Object positioning). Ook kan je aankruisen of een chart moet worden afgedrukt (Print object) en beveiligd (Locked). Deze beveiliging gaat slechts in wanneer de beveiliging van het werkblad is ingesteld.
Je zal nu onder de tweede chart een derde chart maken, waarin je zowel de verkoop als de omzet zal opnemen. Omdat dit twee verschillende grootheden zijn met daarenboven sterk verschillende eenheden kan je hiervoor geen enkelvoudige chart maken. Daarom zal je een chart van het Combination chart type maken. Deze bestaat uit datareeksen van het Column chart type voor de omzet en van het Line chart type voor de verkoop. De kolommen zijn boven elkaar gestapeld, omdat hun som een betekenis heeft, maar hiervoor is geen ingebouwde chart beschikbaar.
Er zijn twee methoden om deze chart op te stellen:
Enkel de eerste methode wordt behandeld. Daarna worden de verschillen met de tweede methode besproken.
Wanneer je uitgaat van de reeds bestaande chart van de omzet moet je deze eerst kopiëren. Hiervoor heb je twee methoden:
CTRL+sleep de bestaande chart van de omzet naar I23:S45.
Opmerkingen:
Je hebt heel wat mogelijkheden om de datareeksen van de verkoop (B7:D19) aan de kopie van de chart toe te voegen:
Je kan verschillende van deze methodes uitproberen om telkens één datareeks aan de chart toe te voegen.
Opmerkingen:
Er is een variant op de copy and paste en de drag and drop methode. Wanneer je bij de copy and paste methode plakt met het commando Edit, Paste Special… en wanneer je bij de drag and drop methode rechtssleept, verschijnt het Paste Special dialoogvenster (figuur 35).
Je hebt hierin de volgende mogelijkheden:
Bepaal of de te plakken cellen een nieuwe datareeks vormen of een toevoeging aan de bestaande datareeksen (Add cells as New series / New point(s) ). Excel doet een voorstel aan de hand van de vorm van de geselecteerde range.
Bepaal of de datareeksen rijen of kolommen vormen (Values (Y) in Rows / Columns).
Bepaal hoe de gegevens in de eerste rij (Series Names in First Row) en kolom (Categories (X Labels) in First Column) van de selectie moeten worden geïnterpreteerd, en of bestaande categorienamen eventueel moeten worden vervangen door de nieuw opgegeven namen (Replace existing categories).
Met deze laatste variant kan je de betekenis van de toegevoegde cellen beïnvloeden. De andere methoden komen overeen met het toevoegen van datareeksen of datapunten volgens de in het Paste Special dialoogvenster voorgestelde specificaties, zonder de mogelijkheid deze vooraf te wijzigen.
De plot area en de legende werden uitgebreid met drie datareeksen, zodat er nu zes op elkaar gestapelde datareeksen zijn. Wegens de verschillen in de grootteorden van omzet en verkoop zijn de toegevoegde datareeksen in de chart echter niet of nauwelijks zichtbaar. Daarom moet je de chart verder bewerken.
Begin met het chart type van de verkoop datareeksen te wijzigen van Column in Line:
Opmerkingen:
=SERIES(Grafieken!$B$7,Grafieken!$A$8:$A$19,Grafieken!$B$8:$B$19,4)
Deze SERIES functie beschrijft de datareeks. Ze heeft vier argumenten: de legende (B7), de categorie namen (A8:A19 – in sommige gevallen niet vermeld), de waarden (B8:B19) en het volgnummer (4) van de datareeks. Deze formule beschrijft exact wat in het Series tabblad van het Data Source dialoogvenster wordt vermeld.
Nadat de drie verkoop datareeksen een Line chart type hebben gekregen, plakken ze alle drie tegen de onderkant van de plot area.
Breng nu een tweede as aan aan de rechterkant van de plot area voor de drie datareeksen van de verkoop:
Er zijn nu twee assen, één links voor de omzet met de titel bedrag, en één rechts voor de verkoop zonder titel. Breng nu een titel aan bij de rechtse as en wijzig de titel van de chart:
Opmerkingen:
Er werd nu plaats gemaakt voor de tweede Y-as en zijn titel. Daartoe zijn de plot area en de legende versmald. Daarenboven is de nieuwe tekst veel te groot. Wijzig dit als volgt:
Opmerkingen:
De verdere afwerking, maakt vooral gebruik van de Format Object dialoogvensters. Die kan je als volgt oproepen:
De lijnen vallen wat te weinig op tegen de staven. Verander daarom nu de kleuren van de staven (lichter), de kleuren (helderder) en diktes (dikker) van de lijnen en breng opvallende symbolen voor de datapunten van de verkoop datareeksen aan:
Uiteindelijk bekom je de definitieve chart van verkoop en omzet (figuur 36).
Opmerking:
Je kan de chart met verkoop en omzet ook met de Chart Wizard opbouwen. Hierbij kan je voor een Line – Column on 2 Axes combination chart type kiezen in het Custom tabblad van het Chart Type dialoogvenster (stap 1).
Deze methode lijkt eenvoudiger dan diegene die je hebt gebruikt. Ze heeft nochtans belangrijke nadelen:
Je kan besluiten dat het in het algemeen handiger is een gecombineerde chart op te bouwen uit een eenvoudigere chart waaraan datareeksen worden toegevoegd, dan rechtstreeks via de Chart Wizard Enkel wanneer de volgorde van de datareeksen niet zal moeten worden gewijzigd is een gecombineerde chart gemaakt met de Chart Wizard aangewezen.
Bewaar het werkblad met de ingebedde charts met de Save knop. Je zal het weldra afdrukken.
Je kan het werkblad afdrukken met de Print
knop. Daarbij heb je echter geen controle over wat je zal afdrukken. In het algemeen zal ofwel het hele werkblad worden afgedrukt, ofwel hetzelfde gedeelte als bij een vorige afdruk.
Je zal hierna op een meer controleerbare wijze behandelen het werkblad of een deel ervan afdrukken.
Algemeen ga je als volgt te werk:
Hierbij kan je regelmatig heen en weer gaan tussen de verschillende stappen voor je tot de eigenlijke afdruk besluit.
Vóór je gaat afdrukken, moet je besluiten of je slechts één of meerdere pagina's wilt afdrukken.
Bij het afdrukken zal Excel zelf uitzoeken hoeveel rijen en kolommen op een blad gaan, en daar een zogenaamde page break aanbrengen. Een stippellijn scheidt deze pagina's, waarvan de grenzen automatisch worden bepaald.
Wanneer je meerdere pagina's wil afdrukken, zal je echter meestal zelf willen controleren waar een nieuwe pagina begint. Hiervoor heb je de volgende mogelijkheden:
Insert, Page Break
Boven en links van de cel verschijnen nu streepjeslijnen die de grenzen tussen pagina's aanduiden. Je kan deze page break verwijderen door de cel opnieuw te selecteren en het commando
Insert, Remove Page Break
uit te voeren.
View, Page Break Preview
De Office Assistant toont een welkomstboodschap bij het Page Break Preview (figuur 38) van het werkblad. Je kan dit met de Zoom knop verkleinen, totdat een groot deel of het gehele gebruikte gebied wordt blauw omrand getoond. De rest wordt in grijs weergegeven. De pagina's worden gescheiden door dikke blauwe streepjeslijnen. Elke pagina krijgt in grote grijze letters in het midden een bladnummer: Page 1, Page 2 en Page 3. Charts zullen eventueel deze scheidingen en bladnummeringen bedekken.
Je kan met de muis één van de pagina scheidingslijnen verplaatsen en zo de automatische page breaks op een vrij gebruiksvriendelijke wijze door zelf geplaatste page breaks vervangen. Sleep bij voorkeur de scheidingslijnen zodanig dat charts en tabellen in de mate van het mogelijke op één blad passen. Hierbij wordt de weergave bij afdruk geschaald. Je kan hier ook de afmetingen van de pagina's wijzigen (figuur 39).
Je keert terug naar normale weergave met het commando
View, Normal
Het is de bedoeling het werkblad met de drie charts samen af te drukken.
Eerst moet je aangeven welke range je wil afdrukken. Je hebt hierbij drie mogelijkheden:
File, Print Area, Set Print Area
Dit gebied wordt eveneens door verticale en horizontale lijnen afgebakend. Je kan deze definitie verwijderen met het commando
File, Print Area, Clear Print Area
File, Page Setup...
Het Page Setup dialoogvenster bevat vier tabbladen: Page, Margins, Header/Footer en Sheet (of Chart bij een chart sheet, of wanneer een ingebedde chart is geselecteerd).
Definieer het af te drukken gebied A1:S45 met het commando File, Print Area, Set Print Area, en voer daarna het commando File, Page Setup… uit.
Bekijk eerst het Sheet tabblad van het Page Setup dialoogvenster (figuur 40). Hierin kan je de volgende zaken opgeven:
Opmerkingen:
Bekijk daarna het Print Preview (voorafbeelding van de afdruk). Je hebt drie mogelijkheden:
File, Print Preview
In het Print Preview scherm (figuur 41) zie je een voorafbeelding van een volledig blad. Merk op dat de geselecteerde range niet op één blad zal kunnen worden afgedrukt (Preview: Page 1 of 2 in de statusregel). Door in het getoonde blad te klikken kan je het vergroten tot ware afdrukgrootte of terug verkleinen zodat een hele pagina wordt getoond. De betekenis van de knoppen bovenaan is:
|
Next |
Bekijk het volgende blad. |
|
Previous |
Bekijk het volgende blad. |
|
Zoom |
Vergroot de voorafbeelding tot ware grootte of verklein ze totdat een heel blad wordt getoond. Dit is gelijkwaardig met het klikken van de muis. |
|
Print... |
Start het afdrukken (na het tonen en invullen van het Print dialoogvenster). Dit is gelijkwaardig met het commando File, Print... (zie infra) en met de Print knop in de knoppenbalk wanneer de voorstellen in het Print dialoogvenster worden aanvaard. |
|
Setup... |
Toon het Page Setup dialoogvenster. Dit is gelijkwaardig met het commando File, Page Setup... (zie supra). |
|
Margins |
Toon of verberg de marges. Deze kunnen met de muis worden verplaatst. |
|
Page Break Preview |
Bekijk het Page Break Preview en wijzig de pagina grenzen (zie supra). |
|
Close |
Sluit het Print Preview scherm. |
|
Help |
Geef hulp bij de mogelijkheden van Print Preview. |
Je kan naar de Page Setup gaan of terugkeren met de Setup... knop.
Onderzoek nu of het mogelijk is de afdruk op één blad te krijgen. Selecteer daarvoor het Page tabblad. Hierin (figuur 42) heb je volgende mogelijkheden:
Kies de Landscape Orientation. Tracht de hele range op één blad te krijgen (Scaling: fit to 1 by 1). Laat de andere opties ongewijzigd. Wanneer je terugkeert naar het Print Preview merk je dat dit vrij goed past. Eventueel pas je met de Margins knop de marges aan.
In de Margins en Header/Footer tabbladen van het Page Setup dialoogvenster (figuur 43) kan je de marges en kop- en voetteksten instellen.
In het Margins tabblad heb je de volgende mogelijkheden:
Kruis Horizontally en Vertically aan, zodat de afdruk in het midden van het blad verschijnt. Dit wordt onmiddellijk in het voorbeeld weergegeven.
In het Header/Footer tabblad heb je de volgende mogelijkheden:
Je kan de tekst intypen die links (Left section), in het midden (Center section) en rechts (Right section) moet staan. Hierbij kan je gebruik maken van zeven knoppen om codes aan te brengen. Deze worden in de vorm &[tekst] in de sections getoond:
| 1. | (A) | Wijzig de vormgeving van de geselecteerde tekst. |
| 2. | &[Page] | Pagina nummer. |
| 3. | &[Pages] | Totaal aantal pagina's. |
| 4. | &[Date] | Datum. |
| 5. | &[Time] | Tijd. |
| 6. | &[File] | Bestandsnaam. |
| 7. | &[Tab] | Naam van het werkblad of de sheet. |
Plaats in de koptekst links de bestandsnaam, in het midden de naam van het werkblad en rechts het paginanummer, het woord van en het totaal aantal pagina's. Verwijder eventuele teksten in de voettekst.
Bekijk daarna de definitieve Print Preview (figuur 45).
Je hebt verschillende mogelijkheden om de afdruk te starten:
File, Print…
In de laatste twee gevallen wordt het Print dialoogvenster (figuur 46) getoond. Hierin kan je de volgende zaken vastleggen:
Behoud het voorstel en start de afdruk. Dit is gelijkwaardig aan het indrukken van de Print knop in de knoppenbalk.
Tot besluit van dit hoofdstuk volgt een overzicht van de ingebouwde chart types en sub-types, die je kan kiezen in stap 1 van de Chart Wizard of met het commando Chart, Chart Type…. De eigenschappen van de verschillende chart types vindt je in het Options tabblad van het Format Data Series dialoogvenster vindt. Ook wordt aangegeven hoe je zelf chart types kan definiëren.
In het Standard Types tabblad van het Chart Type dialoogvenster vindt je 14 chart types met elk 2 tot 7 sub-types. In het totaal zijn er 73 sub-types voor alle standard chart types samen.
Vele chart types hebben tweedimensionale en driedimensionale sub-types.
Heel vaak zijn er drie 2-D en 2.5-D subtypes. In een eerste sub-type worden de gegevens naast elkaar geplaatst (bijvoorbeeld kolommen naast elkaar). In een tweede sub-type worden de gegevens op elkaar geplaatst (bijvoorbeeld gestapelde kolommen), en heeft de som van de gegevens een betekenis. In een derde sub-type worden de gegevens op elkaar gestapeld en procentueel weergegeven. Hun som is steeds 100%. De totale hoogte is voor alle sommen gelijk. De pie en doughnut charts, waarbij de totale cirkel met 100% overeenkomt, kan je opvatten als behorend bij dit sub-type.
Er zijn ook chart types waarbij deze opdeling niet opgaat, zoals de radar, surface, bubble en stock charts.
Het Column chart type heeft zeven sub-types: drie 2-D, drie 2.5-D en één 3-D sub-type (figuur 47).
De waarden worden in verticale staven of kolommen voorgesteld. Positieve waarden worden naar boven en negatieve waarden naar onder uitgezet. Hierbij worden vooral vergelijkingen tussen discrete waarden beklemtoond. De waarden kunnen naast of boven elkaar geplaatst worden.
De kolom grafiek is zeer populair (en dan ook standaard in de Chart Wizard). Wanneer waarden op elkaar worden gestapeld heeft hun som een betekenis, wanneer ze naast elkaar worden geplaatst niet.
Er zijn 7 sub-types:
2-D kolommen naast elkaar.
2-D kolommen op elkaar.
2-D kolommen procentueel op elkaar.
2.5-D kolommen naast elkaar.
2.5-D kolommen op elkaar.
2.5-D kolommen procentueel op elkaar.
3-D kolommen achter elkaar.
In de Chart Type lijst in de Chart toolbar zijn er knoppen voor sub-types 1, 4 en 7 (kolommen naast elkaar).
Het Format Data Series dialoogvenster heeft zes tabbladen bij 2-D sub-types (Patterns, Axis, Y Error Bars, Data Labels (Show value, Show label), Series Order en Options), en vijf tabbladen bij 2.5-D en 3-D sub-types (Patterns, Shapes, Data Labels (Show value, Show label) en Options).
De keuzemogelijkheden in het Options tabblad zijn:
|
Overlap |
Mate van overlapping van de kolommen bij 2-D sub-types (standaard 0 bij kolommen naast of achter elkaar, 100 bij kolommen op elkaar). |
|
Gap depth |
Ruimte (Y-richting) tussen achter elkaar liggende datareeksen bij 2.5-D (niet zinvol) en 3-D sub-types (standaard 150). |
|
Gap width |
Ruimte (X-richting) tussen de kolommen van verschillende categorieën (standaard 150). |
|
Chart depth |
Diepte (Y-richting) van de datareeksen bij 2.5-D en 3-D sub-types (standaard 100). |
|
Series lines |
Verbind de datapunten van eenzelfde datareeks met lijntjes (enkel bij 2-D kolommen op elkaar – standaard niet aangekruist). |
|
Vary colors by point |
Wijzig de kleur bij opeenvolgende datapunten (enkel bij slechts één datareeks – standaard niet aangekruist). |
Het Bar chart type heeft zes sub-types: drie 2-D en drie 2.5-D sub-types (figuur 48).
De waarden worden in horizontale staven voorgesteld. Positieve waarden worden naar rechts en negatieve waarden naar links uitgezet. Hierbij worden vooral vergelijkingen tussen discrete waarden beklemtoond. De categorie as (X) is hier verticaal en de waarde as (Y bij 2-D, Z bij 2.5-D) horizontaal. De waarden kunnen naast of op elkaar geplaatst worden.
De horizontale staaf grafiek is supplementair t.o.v. de kolom grafiek, maar wordt minder gebruikt. Dit chart type is interessant wanneer het verschil in grootte wordt beklemtoond. Vaak worden de staven dan van groot naar klein gerangschikt. Wanneer waarden op elkaar worden gestapeld heeft hun som een betekenis, wanneer ze naast elkaar worden geplaatst niet. Het op elkaar stapelen is hier echter minder gebruikelijk. Het 3-D sub-type ontbreekt.
Er zijn 6 sub-types:
2-D staven naast elkaar.
2-D staven op elkaar.
2-D staven procentueel op elkaar.
2.5-D staven naast elkaar.
2.5-D staven op elkaar.
2.5-D staven procentueel op elkaar.
In de Chart Type lijst in de Chart toolbar zijn er knoppen voor sub-types 1 en 4 (staven naast elkaar).
Het Format Data Series dialoogvenster heeft zes tabbladen bij 2-D sub-types (Patterns, Axis, Y Error Bars, Data Labels (Show value, Show label), Series Order en Options), en vijf tabbladen bij 2.5-D sub-types (Patterns, Shapes, Data Labels (Show value, Show label) en Options).
De keuzemogelijkheden in het Options tabblad zijn:
|
Overlap |
Mate van overlapping van de staven bij 2-D sub-types (standaard 0 bij staven naast of achter elkaar, 100 bij staven op elkaar). |
|
Gap depth |
Ruimte (Y-richting) tussen achter elkaar liggende datareeksen bij 2.5-D sub-types (niet zinvol – standaard 150). |
|
Gap width |
Ruimte (X-richting) tussen de staven van verschillende categorieën (standaard 150). |
|
Chart depth |
Diepte (Y-richting) van de datareeksen bij 2.5-D sub-types (standaard 100). |
|
Series lines |
Verbind de datapunten van eenzelfde datareeks met lijntjes (enkel bij 2-D staven op elkaar – standaard niet aangekruist). |
|
Vary colors by point |
Wijzig de kleur bij opeenvolgende datapunten (enkel bij slechts één datareeks – standaard niet aangekruist). |
Het Line chart type heeft zeven sub-types: zes 2-D en één 2.5-D sub-type (figuur 49).
De waarden worden door met lijnen verbonden punten voorgesteld. Bij het 2.5-D sub-type worden de lijnen een soort linten.
Hierbij wordt vooral de continue evolutie beklemtoond, vaak in de tijd (wanneer opeenvolgende waarden in de tabel met opeenvolgende tijdstippen overeenstemmen). De waarden op de X-as worden nochtans niet als getallen opgevat (in tegenstelling tot de XY charts – zie infra). Hun onderlinge afstand heeft geen andere betekenis dan een volgorde.
De lijn grafiek wordt vrij veel gebruikt, vaak in combinatie met een kolom grafiek. Het op elkaar stapelen van lijnen is mogelijk, maar verwarrend en dus niet gebruikelijk. Men zal dan eerder naar het Area chart type uitwijken.
Er zijn 7 sub-types:
2-D lijnen naast elkaar zonder symbolen.
2-D lijnen op elkaar zonder symbolen.
2-D lijnen procentueel op elkaar zonder symbolen.
2-D lijnen naast elkaar met symbolen.
2-D lijnen op elkaar met symbolen.
2-D lijnen procentueel op elkaar met symbolen.
2.5-D lijnen naast elkaar.
In de Chart Type lijst in de Chart toolbar zijn er knoppen voor sub-types 1 en 7 (lijnen naast elkaar zonder symbolen).
Het Format Data Series dialoogvenster heeft zes tabbladen bij 2-D sub-types (Patterns, Axis, Y Error Bars, Data Labels (Show value, Show label), Series Order en Options), en vijf tabbladen bij 2.5-D sub-types (Patterns, Shapes, Data Labels (Show value, Show label) en Options).
De keuzemogelijkheden in het Options tabblad zijn:
|
Gap depth |
Ruimte (Y-richting) tussen achter elkaar liggende datareeksen bij 2.5-D sub-type (niet zinvol – standaard 150). |
|
Gap width |
Ruimte (X-richting) tussen de datapunten van verschillende categorieën bij 2-D sub-types (standaard 150). |
|
Chart depth |
Diepte (Y-richting) van de datareeksen bij 2.5-D sub-type (standaard 100). |
|
Drop lines |
Verticale lijnen tussen de datapunten en de X-as (standaard niet aangekruist). |
|
Vary colors by point |
Wijzig de kleur bij opeenvolgende datapunten (enkel bij slechts één datareeks – standaard niet aangekruist). |
|
High-low lines |
Verticale lijntjes geven het verschil aan tussen de hoogste en laagste waarden bij 2-D sub-types (standaard niet aangekruist). |
|
Up-down bars |
Verticale staafjes geven het verschil aan tussen de waarden van de eerste en de laatste daatreeks bij 2-D sub-types (standaard niet aangekruist). |
Het Pie chart type heeft zes sub-types: vier 2-D en twee 2.5-D sub-types (figuur 50).
Het taart diagram geeft een proportionele grootte tegenover het geheel weer. Er zijn geen assen. Er wordt slechts één datareeks getoond. Wanneer er meer datareeksen zijn geselecteerd, wordt enkel de eerste getoond. Wil je meer datareeksen tegelijk zien, dan moet je de Doughnut chart (ring diagram) gebruiken.
Er zijn 6 sub-types:
2-D taart
2.5-D taart.
2-D taart van taarten (pie of pies). De laatste datareeksen worden gebundeld tot één datareeks. Hun onderlinge verhouding wordt in een secundaire kleinere taart getoond.
2-D taart met uitspringende stukken.
2.5-D taart met uitspringende stukken.
2-D staaf van taarten (bar of pies) De laatste datareeksen worden gebundeld tot één datareeks. Hun onderlinge verhouding wordt in secundaire verticaal op elkaar gestapelde staven getoond.
In de Chart Type lijst in de Chart toolbar zijn er knoppen voor sub-types 1 en 2 (gewone taarten).
Het Format Data Series dialoogvenster heeft vier tabbladen bij 2-D sub-types (Patterns, Axis, Data Labels (Show value, Show percent, Show label, Show label and percent) en Options), en drie tabbladen bij 2.5-D sub-types (Patterns, Data Labels (Show value, Show percent, Show label, Show label and percent) en Options).
De keuzemogelijkheden in het Options tabblad zijn:
|
Angle of first slice |
Hoek van het eerste datapunt met de verticale lijn bij gewone en uitspringende taarten (standaard 0°). |
|
Split series by |
Geef aan welk deel in een secundaire taart of staven moet worden voorgesteld bij pie of pies en bar of pies. De mogelijke keuzes zijn: Position (standaard), Value, Percent Value en Custom. |
|
Second plot contains the last |
Aantal datapunten in de secundaire taart of staven bij pie of pies en bar of pies. |
|
Size of second plot |
Relatieve grootte van de secundaire taart of staven bij pie of pies en bar of pies (standaard 75). |
|
Series lines |
Verbind de primaire taart en de secundaire taart of staven met lijntjes bij pie of pies en bar of pies (standaard aangekruist). |
|
Vary colors by slice |
Wijzig de kleur bij opeenvolgende datapunten (standaard aangekruist). |
|
Gap width |
Ruimte tussen de primaire taart en de secundaire taart of staven bij pie of pies en bar of pies (standaard 100). |
Het XY of Scatter chart type heeft vijf 2-D sub-types (figuur 51).
De waarden worden in een tweedimensionale ruimte afgebeeld met twee waarde assen: de X-as en de Y-as. Bij de column, bar, line en area chart types worden de waarden langs de X-as steeds even ver van elkaar getoond, welke ook hun grootte is. Bij het XY chart type worden de waarden in functie van hun grootte op de X-as getoond, juist zoals op de Y-as. Dit vormt het fundamentele onderscheid met de line chart types. Het is bij XY charts vaak niet aangewezen de waarden door lijnen te verbinden.
De XY grafiek wordt zeer vaak gebruikt bij wiskundige en wetenschappelijke grafieken.
Er zijn 5 sub-types:
Enkel symbolen.
Vloeiende lijnen met symbolen.
Vloeiende lijnen zonder symbolen.
Rechte lijnen met symbolen.
Rechte lijnen zonder symbolen.
In de Chart Type lijst in de Chart toolbar is er een knop voor sub-type 1 (enkel symbolen).
Het Format Data Series dialoogvenster heeft zeven tabbladen (Patterns, Axis, X Error Bars, Y Error Bars, Data Labels (Show value, Show label), Series Order en Options.
De enige keuzemogelijkheid in het Options tabblad is:
|
Vary colors by point |
Wijzig de kleur bij opeenvolgende datapunten (enkel bij slechts één datareeks – standaard niet aangekruist). |
Het Area chart type heeft zes sub-types: drie 2-D, twee 2.5-D en één 3-D sub-type (figuur 52).
De waarden worden door oppervlakken voorgesteld.
Hierbij meestal continue wijzigingen beklemtoond, vaak in de tijd (wanneer opeenvolgende waarden in de tabel met opeenvolgende tijdstippen overeenstemmen).
De oppervlak grafiek wordt vooral gebruikt om oppervlakken op elkaar te stapelen, als een continu alternatief voor een stacked column chart.
Het niet op elkaar stapelen van oppervlakken is mogelijk, maar ze overlappen elkaar dan. Dit is verwarrend en dus niet gebruikelijk. Men zal dan eerder naar het Line chart type uitwijken.
Er zijn 6 sub-types:
2-D oppervlakken die elkaar overlappen.
2-D oppervlakken op elkaar.
2-D oppervlakken procentueel op elkaar.
3-D oppervlakken achter elkaar.
2.5-D oppervlakken op elkaar.
2.5-D oppervlakken procentueel op elkaar.
In de Chart Type lijst in de Chart toolbar zijn er knoppen voor sub-types 2 en 4 (oppervlakken op en achter elkaar).
Het Format Data Series dialoogvenster heeft zes tabbladen bij 2-D sub-types (Patterns, Axis, Y Error Bars, Data Labels (Show value, Show label), Series Order en Options), vier tabbladen bij 2.5-D en 3-D sub-types (Patterns, Data Labels (Show value, Show label), Series Order en Options).
De keuzemogelijkheden in het Options tabblad zijn:
|
Gap depth |
Ruimte (Y-richting) tussen achter elkaar liggende datareeksen bij 2.5-D (niet zinvol) en 3-D sub-types (standaard 150). |
|
Chart depth |
Diepte (Y-richting) van de datareeksen bij 2.5-D en 3-D sub-type (standaard 100). |
|
Drop lines |
Verticale lijnen tussen de datapunten en de X-as (standaard niet aangekruist). |
Het Doughnut chart type heeft twee sub-types: twee 2-D sub-types (figuur 53).
Het ring diagram geeft een proportionele grootte tegenover het geheel weer. Er zijn geen assen. Er worden meerdere datareeksen getoond. Hierin ligt het verschil met taart diagrammen. Standaard hebben datapunten van een zelfde categorie dezelfde kleur en niet datapunten van eenzelfde datareeks.
Er zijn 2 subtypes:
2-D ring
2-D ring met uitspringende stukken van de buitenste datareeks.
In de Chart Type lijst in de Chart toolbar is er een knop voor sub-type 1 (gewone ringen).
Het Format Data Series dialoogvenster heeft vijf tabbladen (Patterns, Axis, Data Labels (Show value, Show percent, Show label, Show label and percent), Series order en Options).
De keuzemogelijkheden in het Options tabblad zijn:
|
Angle of first slice |
Hoek van het eerste datapunt met de verticale lijn bij gewone en uitspringende taarten (standaard 0°). |
|
Doughnut hole size |
De grootte van het gat binnen de ringen (standaard 50%) |
|
Vary colors by slice |
Wijzig de kleur bij opeenvolgende datapunten (standaard aangekruist). |
Het Radar chart type heeft drie 2-D sub-types (figuur 54).
In een radar grafiek wordt de grootte van de waarden ten opzichte van een centraal punt uitgezet langs evenveel assen als er categorieën zijn. Dit chart type wordt niet erg veel gebruik en bij voorkeur bij weinig datareeksen met weinig datapunten.
Er zijn 3 sub-types:
2-D radar zonder symbolen
2-D radar met symbolen
2-D radar met overlappende oppervlakken.
In de Chart Type lijst in de Chart toolbar is er een knop voor sub-type 1 (radar zonder symbolen).
Het Format Data Series dialoogvenster heeft vijf tabbladen (Patterns, Axis, Data Labels (Show value, Show label), Series order en Options).
De keuzemogelijkheden in het Options tabblad zijn:
|
Category labels |
Vermeld de namen van de categorieën aan (standaard aangekruist). |
|
Vary colors by point |
Wijzig de kleur bij opeenvolgende datapunten (enkel bij slechts één datareeks – standaard niet aangekruist). |
Het Surface chart type heeft vier sub-types: twee 2-D en twee 3-D sub-types (figuur 55).
In een oppervlakte grafiek worden gegevens zoals op een landkaart uitgezet met hoogtelijnen. Deze kunnen in een vlak liggen of gevormd worden door verticale staven die door oppervlakken worden overspannen. Kleuren worden gebruikt om hoogtebanden aan te duiden, zoals op landkaarten. Er zijn minstens twee datareeksen nodig.
Er zijn 3 sub-types:
3-D oppervlaktes met hoogtelijnen en kleuren.
3-D oppervlaktes met enkel hoogtelijnen.
2-D oppervlaktes met hoogtelijnen en kleuren
2-D oppervlaktes met enkel hoogtelijnen.
In de Chart Type lijst in de Chart toolbar is er een knop voor sub-type (3-D oppervlaktes met hoogtelijnen en kleuren).
Er is geen Format Data Series dialoogvenster!
Het Bubble chart type heeft twee 2-D sub-types (figuur 56).
Een bellen diagram is een soort driedimensionale XY grafiek. De X-as en Y-as zijn allebei waarde-assen. De waarden van de derde dimensie worden niet op een Z-as uitgezet, maar door de grote van schijfjes aangeduid.
Per naam in de legende zijn er drie datareeksen, maar de eerste is gemeenschappelijk voor alle namen.
Wanneer je de datareeksen in kolommen voorstelt bouw je de tabel voor een bellen diagram als volgt op:
Voorbeeld:
Stel een bellen diagram op met voor drie ploegen (Lierse, Moeskroen, Germinal) de uitslagen van de eerste vijf speeldagen in de competitie. Op de X-as worden de speeldagen vermeld, op de Y-as het aantal gemaakte doelpunten, op de Z-as het aantal geïncasseerde doelpunten. Een ploeg die veel doelpunten maakt zal de bellen van zijn kleur hoog zien staan. Een ploeg die veel doelpunten incasseert zal grote bellen zien staan. Bellen zullen elkaar echter overlappen. Hieraan kan je iets doen door de bellen een gekleurde rand en een doorzichtig oppervlak te geven. De bellen van ploegen met dezelfde uitslag op dezelfde speeldag zullen elkaar dan echter nog steeds overlappen! De bel van een ploeg die geen tegendoelpunten incasseert heeft een grootte 0.
Er zijn 2 sub-types:
Bellen.
Bellen met 3-D effect.
In de Chart Type lijst in de Chart toolbar is er een knop voor sub-type 1 (gewone bellen).
Het Format Data Series dialoogvenster heeft zeven tabbladen (Patterns, Axis, X Error Bars, Y Error Bars, Data Labels (Show value, Show label, Show bubble sizes), Series order en Options).
De keuzemogelijkheden in het Options tabblad zijn:
|
Size represents |
De grootte van de waarden in de tweede datareeks bepaalt de oppervlakte (Area of bubbles – standaard ) of de diameter (Width of bubbles) van de bellen. |
|
Scale bubble size to |
Geef de schaal van de grootte van de bellen t.o.v. de standaard waarde aan (standaard 75%). |
|
Show negative bubbles |
Toon bellen met een negatieve waarde (standaard niet aangekruist). |
|
Vary colors by point |
Wijzig de kleur bij opeenvolgende datapunten (enkel bij slechts één paar (Y,Z) datareeksen – standaard niet aangekruist). |
Het Stock chart type heeft vier 2-D sub-types (figuur 57).
Deze sub-types zijn speciale gevallen van Line of Column/Line Combination charts, gebruikt om de evolutie van de koersen aandelen op de beurs bij te houden
Er zijn 4 sub-types:
High-Low-Close. Dit is een Line chart bestaande uit drie datareeksen, die in volgorde de hoogste, de laagste en de slotkoers van de aandelen aangeven. De hoogste en laagste koers worden verbonden door een verticaal lijntje (High-low line); de slotkoers wordt voorgesteld door een symbool in de vorm van een horizontaal streepje.
Open-High-Low-Close. Dit is een Line chart bestaande uit vier datareeksen, die in volgorde de openingskoers, de hoogste, de laagste en de slotkoers van de aandelen aangeven. De hoogste en laagste koers worden verbonden door een verticaal lijntje (High-low line); de openingskoers en slotkoers worden verbonden door een verticaal staafje (Up-down bar).
Volume-High-Low-Close. Dit is een Column/Line chart bestaande uit vier datareeksen, die in volgorde het volume en de hoogste, de laagste en de slotkoers van de aandelen aangeven. Het volume wordt voorgesteld in een Column chart op de primaire Y-as; de koersen worden voorgesteld door een Line chart op de secundaire Y-as. De hoogste en laagste koers worden verbonden door een verticaal lijntje (High-low line); de slotkoers wordt voorgesteld door een symbool in de vorm van een horizontaal streepje.
Volume-Open-High-Low-Close. Dit is een Column/ Line chart bestaande uit vijf datareeksen, die in volgorde het volume en de openingskoers, de hoogste, de laagste en de slotkoers van de aandelen aangeven. Het volume wordt voorgesteld in een Column chart op de primaire Y-as; de koersen worden voorgesteld door een Line chart op de secundaire Y-as. De hoogste en laagste koers worden verbonden door een verticaal lijntje (High-low line); de openingskoers en slotkoers worden verbonden door een verticaal staafje (Up-down bar).
In de Chart Type lijst in de Chart toolbar is er geen knop voor stock charts.
De Format Data Series dialoogvensters zijn die van de line en column chart types, waaruit de stock charts zijn opgebouwd.
Het Cylinder, Cone en Pyramid chart types hebben elk zeven sub-types: zes 2.5-D en één 3-D sub-type (figuur 58).
Het zijn varianten van de 2.5-D en 3-D Column en Bar chart sub-types, waarbij de staven niet door balkvormige staven, maar door cilindrische, kegelvormige en piramidale staven worden voorgesteld.
Je kan de vorm van de staaf bepalen in het Shapes tabblad van het Format Data Series dialoogvenster (figuur 59). Hierin heb je zes keuzes: 1. balk (Column of Bar), 2. piramide (Piramid), 3. afgeknotte piramide (Piramid), 4. cilinder (Cylinder), 5. kegel (Cone) en 6. afgeknotte kegel (Cone).
Er zijn 7 sub-types:
2.5-D verticale cilinders, kegels of piramiden naast elkaar.
2.5-D verticale cilinders, kegels of piramiden op elkaar.
2.5-D verticale cilinders, kegels of piramiden procentueel op elkaar.
2.5-D horizontale cilinders, kegels of piramiden naast elkaar.
2.5-D horizontale cilinders, kegels of piramiden op elkaar.
2.5-D horizontale cilinders, kegels of piramiden procentueel op elkaar.
3-D verticale cilinders, kegels of piramiden achter elkaar.
In de Chart Type lijst in de Chart toolbar zijn er knoppen voor sub-type 7 (verticale cilinders, kegels en piramides achter elkaar).
Het Format Data Series dialoogvenster heeft vijf tabbladen (Patterns, Shapes, Data Labels (Show value, Show label) en Options).
De keuzemogelijkheden in het Options tabblad zijn:
|
Gap depth |
Ruimte (Y-richting) tussen achter elkaar liggende datareeksen (standaard 150). |
|
Gap width |
Ruimte (X-richting) tussen de kolommen van verschillende categorieën (standaard 150). |
|
Chart depth |
Diepte (Y-richting) van de datareeksen (standaard 100). |
|
Vary colors by point |
Wijzig de kleur bij opeenvolgende datapunten (enkel bij slechts één datareeks – standaard niet aangekruist). |
In het Custom Types tabblad van het Chart Type dialoogvenster vindt je 20 Built-in Custom chart types. Deze hebben vaak een speciale afwerking.
|
Logarithmic |
Een 2-D Line chart met logaritmische schaal op de Y-as. |
|
Smooth Lines |
Een 2-D Line chart met vloeiende lijnen. |
|
Column/Area |
Een 2-D Combination chart met oppervlakken op elkaar en kolommen naast elkaar op dezelfde as. |
|
Line/Column |
Een 2-D Combination chart met kolommen naast elkaar en lijnen op dezelfde as. |
|
Line/Column on 2 Axes |
Een 2-D Combination chart met kolommen naast elkaar en lijnen op twee assen. |
|
Line/Line on 2 Axes |
Een 2-D Combination chart met lijnen op twee assen. |
|
Columns with Depth |
Een 2.5-D Column chart met vergrote Chart Depth. |
|
Cones |
Een 3-D Cone chart met afgeknotte kegels. |
|
B&W Pie |
Een zwart-witte 2-D Pie chart met labels en percenten. |
|
B&W Area |
Een zwart-witte 2-D Area chart met de oppervlakken op elkaar en felle kleuren. |
|
B&W Column |
Een zwart-witte 2-D Column chart met elkaar gedeeltelijk overlappende kolommen naast elkaar, een Data Table en vloeiende grijstinten. |
|
B&W Line - Timescale |
Een zwart-witte 2-D Line chart met een Time-scale type X-as en vloeiende grijstinten. |
|
Stack of Colors |
Een 2-D Colum chart met procentuele kolommen op elkaar, de legende onderaan en vloeiende kleuren. |
|
Outdoor Bars |
Een 2-D Bar chart met Value data labels en vloeiende kleuren. |
|
Blue Pie |
Een 2-D Pie chart met uitspringende stukken en vleoeiende blauwe kleuren. |
|
Colored Lines |
Een 2-D Line chart met de legende onderaan en felle quasi-reflecterende kleuren. |
|
Floating Bars |
Een 2.5-D Bar chart met enkel horizontale High-Low Bars en vloeiende kleuren |
|
Pie Explosion |
Een 2.5-D Pie chart met uitspringende stukken en vloeiende kleuren. |
|
Tubes |
Een 2.5-D Cylinder chart met horizontale cilinders op elkaar, data labels, de legende onderaan en vloeiende kleuren. |
|
Area Blocks |
Een soort 3-D Area chart, geroteerd zodat de Category axis naar binnen en de Series axis naar links wijst, en felle kleuren. |
Je kan ook zelf chart types definiëren, ze toevoegen aan of kiezen uit de User-defined lijst in het Custom Types tabblad van het Chart Type dialoogvenster.
De User-defined lijst bevat oorspronkelijk één chart type, Default. Dit is het eerste sub-type van het Column chart type met 2-D kolommen naast elkaar.
Je kan zelf een chart opstellen, deze selecteren en het commando
Chart, Chart Type…
kiezen. Vervolgens klik je het Custom Types tabblad en kies je de User-defined lijst. Je kan nu het in het werkblad geselecteerde chart type aan de lijst toevoegen met de Add… knop.
In het Add Custom Chart Type dialoogvenster (figuur 60) kan je een naam (Name) en beschrijving (Description) opgeven. Daarna wordt de zelf gedefinieerde chart met de opgegeven naam in de User-defined lijst van het Custom Types tabblad opgenomen.
Ook kan je een chart type in de lijst klikken en het verwijderen met de Delete knop of omvormen tot Default type met de Set as default chart knop.
Opmerkingen: