inhoud vorige volgende

5. Een chart maken

Je zal in dit hoofdstuk een aantal business graphics maken bij het werkblad Verkoop van 3 producten in het werkboek Verkoop.xls uit het vorige hoofdstuk.

Grafieken worden in Excel charts genoemd. Ze bevatten een grafische voorstelling van gegevens uit een werkblad.

In dit hoofdstuk zal je de volgende zaken behandelen:

5.1 De twee soorten charts en hun onderdelen (*)

Er zijn twee soorten charts:

Wijzigingen aan deze gegevens zorgen in beide gevallen automatisch voor wijzigingen aan de gelinkte chart.

5.1.1 Een embedded chart (*)

Een embedded chart wordt als volgt opgebouwd:

  1. Selecteer in het werkblad de ranges die je in de chart wilt opnemen.
  2. Maak een embedded chart door de Chart Wizard knop te klikken of met het commando
  3. Insert, Chart…

  4. Sleep in het werkblad een rechthoek uit op de plaats waar je de chart wil plaatsen. De Chart Wizard verschijnt.
  5. Bouw de chart op met de Chart Wizard in vier stappen .

Opmerkingen:

5.1.2 Een chart sheet (*)

Om een chart in een afzonderlijke chart sheet op te bouwen volg je exact dezelfde stappen als wanneer je een embedded chart in een werkblad aanbrengt. In de vierde en laatste stap van de Chart Wizard kan je dan de niet-standaard keuze maken om de chart in een afzonderlijke chart sheet te plaatsen.

Ook kan je een sheet tab klikken met de rechtermuisknop, in het snelmenu het commando Insert… en in het Insert dialoogvenster het type Chart kiezen. Ook dan wordt de Chart Wizard opgestart. In de vierde en laatste stap van de Chart Wizard kan je dan eveneens de keuze maken om de chart in een afzonderlijke chart sheet te plaatsen, maar deze is nu standaard..

Opmerking:


figuur 1: De delen van een geselecteerde chart

5.1.3 De onderdelen van een chart (*)

Een geselecteerde chart bevat een groot aantal delen, objecten genaamd (figuur 1). De belangrijkste zijn:

1. Chart Area Het gehele gebied van de chart, door een kader begrensd.
2. Plot Area Het centrale deel van de chart, met de assen en de grafisch voorgestelde gegevens, maar zonder titels, legende en tekst.
3. Legend De legende van de chart geeft aan welke datareeks met welke voorstelling (kleur, arcering, symbool) overeenkomt.
4. Legend Entry De tekst in de legende, die de naam van elke datareeks aangeeft.
5. Legend Key Het symbool of de kleur in de legende, die de datareeks aangeeft.
6. Value Axis De (meestal) verticale as met waarden van de gegevens.
7. Category Axis De (meestal) horizontale as met categorieën of tijdsaanduidingen.
8. Chart Title De titel van de chart.
9. Value Axis Title De naam van de Value Axis.
10. Category Axis Title De naam van de Category Axis.
11. Gridlines Horizontale en/of verticale rasterlijnen in de Plot Area.
12. Data Series Een datareeks, die door één kleur of symbool wordt aangeduid.
13. Data Point Een datapunt, element van een datareeks.

Wanneer de chart geselecteerd is wordt de Worksheet menu bar vervangen door de de Chart menu bar getoond, die zich onder de Standard en Formatting toolbars bevindt. Daarnaast wordt ook in een venstertje de Chart toolbar getoond. Je kan deze verplaatsen, in de rand opnemen en sluiten.

Je kan in de chart elk van de vermelde objecten selecteren door het te klikken. Je kan eveneens met de pijl toetsen de objecten aflopen, in de volgorde zoals de nummering aangeeft. Het geselecteerde object wordt door handles aangeduid. In een tekstkadertje bij het object wordt iets over het object meegedeeld (naam, betekenis, waarde…). Het type en de naam van het object staan eveneens in de name box links in de formulebalk. Wanneer het object een datareeks of datapunt is wordt zijn formule (die aanduidt welke cellen met de datareeks of het datapunt overeenkomen), in de formulebalk getoond:

=SERIES(name_reference, category, values, plot_order)

Je kan het geselecteerde object verplaatsen, kopiëren, vergroten of verkleinen met de muis en bewerken met de Chart menu bar, de Chart toolbar en een snelmenu, dat je oproept door het te rechtsklikken. Wanneer je het object dubbelklikt verschijnt een Format selected object dialoogvenster, waarmee je het kan formatteren.

Niet alle vermelde objecten hoeven aanwezig te zijn. Sommige charts bevatten daarenboven nog andere objecten. Daarenboven kan je nog allerlei andere objecten, zoals pijlen en teksten op de chart aanbrengen met de Drawing toolbar. Je roept deze op met de Drawing knop in de Standard toolbar.

5.2 Een chart van de omzet opbouwen met de Chart Wizard (*)

Je zal in dit hoofdstuk drie embedded charts maken in het werkblad Grafieken, dat een kopie is van Verkoop 2 of van Verkoop van 3 producten. Maak deze kopie als volgt:

  1. Selecteer (klik) het te kopiëren werkblad Verkoop 2.
  2. Sleep dit werkblad met ingedrukte CTRL toets naar een andere sheet tab en laat dan achtereenvolgens de muisknop en de CTRL toets los. Het werkblad wordt gekopieerd. De kopie krijgt de naam Verkoop 2 (2) en wordt geactiveerd.
  3. Dubbelklik het gekopieerde werkblad en hernoem het in Grafieken.

Opmerking:

Je zal nu een embedded chart opbouwen met daarin de omzetgegevens. Wanneer je deze boven elkaar stapelt in een Column chart, zal de totale hoogte de totale omzet aangeven. Excel biedt de mogelijkheid om de rij- en kolomhoofden (maandnamen en kolomtitels) in de chart op te nemen. Daartoe moet je deze wel mee selecteren. Je gebruikt hiervoor de Chart Wizard, een niet-proceduraal programma waarmee je door vier dialoogvensters in te vullen, de chart opbouwt.

In het verloop van de handelingen zal worden gevraagd de range(s) te selecteren die in de chart moeten staan. Het is vaak eenvoudiger deze reeds vooraf te selecteren. Ga dus als volgt te werk:

  1. Selecteer de in de chart op te nemen cellen (A7:A19,E7:G19). Dit is een samengestelde selectie. Nadat je de eerste range hebt geselecteerd, moet je de CTRL toets ingedrukt houden terwijl je de tweede range selecteert. Op deze wijze wordt de tweede range aan de selectie toegevoegd.
  2. Klik de Chart Wizard knop in de Standard toolbar.

Opmerkingen:

5.2.1 Stap 1: Kies een chart type en sub-type (*)

Chart type: Column - Chart sub-type: tweede soort
figuur 2: Stap 1 van de Chart Wizard: Chart Type

Nu verschijnt het eerste van de vier dialoogvensters van de Chart Wizard: Chart Wizard – Step 1 of 4 – Chart Type (figuur 2). Dit dialoogvenster bevat twee tabbladen, Standard Types en Custom Types.

Maak de volgende keuzes:

  1. Kies het standaard voorgestelde Column chart type.
  2. Kies het tweede chart sub-type. Hierin worden de kolommen op elkaar gestapeld. In het standaard voorgestelde eerste chart sub-type worden de kolommen naast elkaar geplaatst. Ga naar de volgende stap met de Next knop.

Opmerking:

5.2.2 Stap 2: Bepaal de datareeksen (*)

Data range: =Grafieken!$A$7:$A$19,Grafieken!$E$7:$G$19
figuur 3: Stap 2 van de Chart Wizard: Chart Source Data

Nu verschijnt het tweede van de vier dialoogvensters van de Chart Wizard: Chart Wizard – Step 2 of 4 – Chart Source Data (figuur 3). Dit dialoogvenster bevat twee tabbladen, Data Range en Series.

Maak de volgende keuzes:

  1. Duid de datareeksen aan (Data range). Omdat je dit reeds vooraf hebt gedaan, hoef je dit hier enkel te verifiëren in de figuur.
  2. Verifieer in de figuur dat het niet beter is de datareeksen in rijen weer te geven. Elke datareeks heeft een andere kleur. Hier zijn er dus drie datareeksen, één voor elke kolom in het werkblad. Ga daarna naar de volgende stap met de Next knop.

Opmerkingen:

5.2.3 Stap 3: Breng titels aan en verfijn de kaart (*)

Chart title: Evolutie van de omzet; Category (X) axis: maand; Value (Y) axis: bedrag
figuur 4: Stap 3 van de Chart Wizard: Chart Options

Nu verschijnt het derde van de vier dialoogvensters van de Chart Wizard: Chart Wizard – Step 3 of 4 – Chart Options (figuur 4). Dit dialoogvenster bevat zes tabbladen, Titles, Axes, Gridlines, Legend, Data Labels en Data Table:

Maak de volgende keuzes:

  1. Breng in het Titles tabblad de titels aan voor de chart en de beide assen (Evolutie van de omzet, maand, bedrag). Ga daarna naar de volgende stap met de Next knop.

5.2.4 Stap 4: Bepaal de positie van de chart (*)

As object in: Grafieken
figuur 5: Stap 4 van de Chart Wizard: Chart Location

Nu verschijnt het laatste van de vier dialoogvensters van de Chart Wizard: Chart Wizard – Step 4 of 4 – Chart Location (figuur 5). In dit dialoogvenster kan je bepalen waar de chart moet worden aangebracht:

Maak de volgende keuze:

  1. Verifieer dat de chart als een embedded object in het werkblad Grafieken wordt geplaatst. Klik daarna de Finish knop, waarmee je de Chart Wizard beëindigt.
Evolutie van de omzet (staafgrafiek), verticaal: bedrag, horizontaal: maand
figuur 6: De embedded chart 'Evolutie van de omzet' na het beëindigen van de Chart Wizard

5.2.5 De chart verplaatsen, vergroten en afwerken (*)

De chart wordt nu in het werkblad geplaatst, op de plaats van de datareeksen die in de chart worden voorgesteld (figuur 6). De chart is geselecteerd. Dat kan je zien door de acht handles aan de zijden en hoeken van de chart. De chart toolbar wordt getoond. De chart menu bar vervangt de worksheet menu bar, maar staat onder i.p.v. boven de twee werkbalken.

In het werkblad worden de ranges die in de chart worden weergegeven omkaderd:

Grotere staafgrafiek
figuur 7: De verplaatste en vergrote chart 'Evolutie van de omzet'

Voer nu de volgende acties uit:

Nu heb je een chart waarin de plot area tot zijn recht komt. Wanneer je buiten de chart klikt, is de chart niet langer geselecteerd. De handles zijn verdwenen evenals de Chart menu bar en Chart toolbar. De Worksheet menu bar wordt opnieuw getoond (figuur 8).

Kleinere lettertypes, bredere eigenlijke staafgrafiek
figuur 8: De afgewerkte chart 'Evolutie van de omzet'

5.3 De chart wijzigen (*)

Algemeen kan een met de Chart Wizard gecreëerde chart heel wat onvolkomenheden vertonen:

Sommige van deze zaken hebben zich reeds voorgedaan bij de zopas gemaakte chart. Ze waren eenvoudig op te lossen.

Hierna volgt een meer systematisch overzicht van de bewerkingen die je met een geselecteerde chart kan uitvoeren.

5.3.1 Bewerkingen met een geselecteerde chart (*)

Je selecteert een embedded chart door hem te klikken. Aan de rand van de chart bevinden zich dan acht handles.

Met een geselecteerde embedded chart kan je de volgende acties uitvoeren:

Opmerkingen:

5.3.2 De menu's van de Chart menu bar

De Chart menubalk, die getoond wordt bij een geactiveerde chart, bevat volgende de menu's en commando's:

Chart menu bar

Control menu Restore, Move, Size, Minimize, Maximize, Close
File menu New…, Open…, Close, Save, Save As…, Save as HTML…, Save Workspace…, Page Setup…, Print Preview, Print…, Send To (Mail Recipient…, Routing Recipient…, Exchange Folder…), Properties…, file, Exit
Edit menu Undo/Redo action, Repeat action, Cut, Copy, Paste, Paste Special…, Clear (All, Series, Formats), Delete Sheet, Move or Copy Sheet…, Links…
View menu Toolbars (Standard, Formatting, Chart, Control Toolbox, Drawing, Exit Design Mode, External Data, Forms, Picture, Pivot Table, Reviewing, Visual Basic, Web, WordArt, Customize…), Formula Bar, Status Bar, Header and Footer…, Comments, Custom Views…, Full Screen, Zoom…, Sized with Window, Chart Window
Insert menu Picture (From File…, AutoShapes, WordArt…), Worksheet, Chart…, Hyperlink…
Format menu Selected object…, Sheet (Rename…, Hide, Unhide…, Background…)
Tools menu Spelling…, AutoCorrect…, Share Workbook…, Track Changes (Highlight Changes…, Accept or Reject Changes…), Merge Workbooks…, Protection (Protect Sheet…, Protect Workbook…, Protect and Share Workbook…), Macro (Macros…, Record New Macro…, Visual Basic Editor), Add-Ins…, Customize…, Options…
Chart menu Chart Type…, Source Data…, Chart Options…, Location…, Add Data…, Add Trendline…, 3-D View…
Window menu New Window, Arrange…, Hide, Unhide…, window
Help menu Microsoft Excel Help, Context and Index, What’s This?, Microsoft on the Web (Free Stuff, Product News, Frequently Asked Questions, Online Support, Microsoft Office Home Page, Send Feedback…, Best of the Web, Search the Web…, Web Tutorial, Microsoft Home Page), Lotus 1-2-3 Help…, About Microsoft Excel

De sterkste verschillen bevinden zich in het Format menu en het nieuwe Chart menu. Het zijn vooral commando's die toelaten objecten toe te voegen en hun vormgeving te wijzigen. Sommige commando's uit andere menu's hebben echter enigszins andere mogelijkheden.

5.3.3 De snelmenu's van de chart objects

Wanneer een chart geactiveerd is kan je de meeste objecten van de chart selecteren door ze te klikken. Objecten die een deel zijn van een groter object (zoals datapunten in een datareeks) moet je twee maal klikken (maar niet dubbelklikken!). Je kan eveneens met de pijl toetsen de verschillende objecten die deel uitmaken van de chart aflopen. Hun naam wordt in de name box links in de formulebalk vermeld. Wanneer je een object rechtsklikt verschijnt het corresponderende snelmenu. Afhankelijk van het chart type en sub-type zullen sommige objecten wel of niet voorkomen.

De achtereenvolgende objecten die deel kunnen uitmaken van een chart zijn:

de Chart Area, de Plot Area, de Floor, de Walls en de Corners (enkel bij 3-D charts), de Legend, de Legend Entries en de Legend Keys, de Chart Axes, de Chart Title, de Chart Axis Titles, alle Data Labels samen en de individuele Data Labels, de Gridlines, de Data Series en de Data Points, de Trendlines, alle Error Bars, de X Error Bars, de Y Error Bars, de Drop Lines, de High-Low Lines en de Up-Down Bars.

De belangrijkste snelmenu's en hun commando's zijn:

Chart Area snelmenu Format Chart Area…, Chart Type…, Source Data…, Chart Options…, Location…, 3-D View…, Chart Window, Cut, Copy, Paste, Clear, Bring to Front, Send to Back, Assign Macro…
Plot Area snelmenu Format Plot Area…, Chart Type…, Source Data…, Chart Options…, Location…, 3-D View…, Chart Window, Clear
Data Series en Data Point snelmenu's Format object…, Chart Type…, Source Data…, Add Trendline…, Clear
andere snelmenu's Format object…, Clear

Hierna volgt een korte omschrijving van de commando's die specifiek zijn voor charts:

Edit, Paste Special... Plak datareeksen in een chart met allerlei opties.
Edit, Clear, All Verwijder het geselecteerde object volledig.
Edit, Clear, Series Verwijder de geselecteerde datareeks in de chart.
Edit, Clear, Formats Verwijder de vormgeving van de geselecteerde datareeks in de chart.
View, Sized with Window Wijzig de afmetingen van de chart samen met die van het venster (enkel bij een chart in een afzonderlijke chart sheet).
Chart Window Toon de chart in een afzonderlijk venster.
Format, Selected object Wijzig de vormgeving van het geselecteerde object.
Chart, Chart Type… Wijzig het chart type en sub-type (stap 1 van de Chart Wizard).
Chart, Source Data… Wijzig de datareeksen (stap 2 van de Chart Wizard).
Chart Options… Toon of verberg allerlei onderdelen van de chart (stap 3 van de Chart Wizard).
Location… Bepaal de plaats van de chart (stap 4 van de Chart Wizard).
Add Data… Voeg datareeksen of datapunten toe aan de chart.
Add Trendline… Voeg een trendlijn toe aan de chart.
3-D View… Beheer de vormgeving bij driedimensionale charts.

5.3.4 De Chart toolbar

De Chart toolbar wordt steeds zichtbaar wanneer je een chart selecteert. Ze kan uiteraard ook permanent zichtbaar worden gemaakt met het commando View, Toolbars, Chart, zoals de andere werkbalken.

De Chart toolbar bevat de volgende knoppen:

Chart toolbar

Chart Object Selecteer een chart object.
Format Chart Area Verzorg de vormgeving van de chart area.
Chart Type Kies een chart type. Er zijn 18 knoppen in de Chart Type List, die je als een afzonderlijke werkbalk kan wegslepen.
Legend Toon of verberg de legende.
Data Table Toon of verberg een gegevenstabel.
By Row Vorm datareeksen uit rijen in het werkblad.
By Column Vorm datareeksen uit kolommen in het werkblad.
Angle Text Downward Toon de tekst op de geselecteerde as met een hoek van 45° omlaag.
Angle Text Upward Toon de tekst op de geselecteerde as met een hoek van 45° omhoog.

De knoppen van de Chart Type list toolbar zijn:

Chart Type list toolbar
Area 3-D Area Surface
Bar 3-D Bar Radar
Column 3-D Column Bubble
Line 3-D Line XY (Scatter)
Pie 3-D Pie Doughnut
Cylinder Cone Pyramid

Met de knoppen van Chart Type list kan je een ander chart type kiezen. Het chart sub-type kan je op deze wijze echter niet kiezen. Wanneer je het Column chart type wil herstellen, zullen de kolommen daardoor niet langer op elkaar gestapeld zijn.

Hiervoor zijn er drie oplossingen:

Opmerkingen:

5.3.5 Een nieuwe chart maken met de Chart Type knop (*)

Je kan een embedded chart maken zonder de Chart Wizard te gebruiken, wanneer de Chart toolbar getoond wordt. Dit gebeurt als volgt:

  1. Selecteer de datareeksen die deel moeten uitmaken van de chart. Je selecteert best de waarden voor de categorie-as en de legende mee.
  2. Klik de Chart Type knop en kies een chart type. De chart wordt automatisch gemaakt alsof je in de Chart Wizard onmiddellijk de Finish knop had geklikt.
  3. Sleep de chart naar de gewenste plaats in het werkblad.
  4. Werk de chart bij.

Opmerking:

5.4 De gegevens wijzigen (*)

De chart is gelinkt aan gegevens in het werkblad. Wanneer je die wijzigt zal de chart ook worden gewijzigd.

Excel biedt echter ook de omgekeerde mogelijkheid: Je kan de waarde van een in de chart opgenomen datapunt in de chart wijzigen met de muis, zodat de gegevens in het werkblad overeenkomstig zullen worden aangepast.

5.4.1 De gegevens wijzigen in de tabel (*)

Verhoog de prijs van de zip-drives in het werkblad van 700 BF naar 720 BF:

B4:

720

De waarden in de afhankelijke cellen (omzet zip-disks, totale omzet, grootste en kleinste omzet) en de hoogte van de afhankelijke datareeks in de chart (gele kolommen van omzet zip-disks) worden gewijzigd. Ga dit na.

5.4.2 De gegevens wijzigen in de chart (*)

De maand juni heeft de kleinst totale omzet. Dit zie je in cel H5 en aan de rode kleur van de totale omzet in juni. Het is wenselijk deze te verhogen. Je kan dit doen door het (in het werkblad eveneens rode) bedrag van de omzet van de handboeken in juni te verhogen in de chart! Dat doe je door het corresponderende staafje omhoog te slepen.

Slepen aan de staaf van juni -> geel kadertje met tekst: 650 000 BF
figuur 9: De chart 'Evolutie van de omzet' tijdens het wijzigen van de omzetten van de handboeken in juni

Ga als volgt te werk:

  1. Zet vooraf de berekeningen met de getoonde waarden optie uit met het commando
  2. Tools, Options..., Calculation tabblad, verwijder de aankruising van Precision as displayed (wanneer deze aanstond).

  3. Selecteer (klik) achtereenvolgens de chart, de datareeks omzet handboek en het datapunt van de maand juni. Dit datapunt is nu geselecteerd en wordt door handles aangeduid.
  4. Sleep de handle bovenaan het datapunt omhoog tot de in de formulebalk getoonde waarde 650 000 BF bedraagt (figuur 9). Je kan de verhoging volgen in het bijhorend kadertje.
  5. Goal Seek - Set cell E13 To value 650000 By changing cell $B$13
    figuur 10: Het Goal Seek dialoogvenster
  6. Omdat de corresponderende cel E13 een formule bevat, =B13*$B$3, zal het wijzigen van de waarde een inconsistentie veroorzaken. Een van de twee cellen (B13 - verkoop handboek juni - of B3 – prijs handboek) moet mee aangepast worden. Excel ontdekt dit en start het Goal Seek commando, dat in het Goal Seek dialoogvenster (figuur 10) vraagt welke cel je wenst aan te passen (By changing cell) om de aangegeven waarde (To value: 650000) als resultaat in de te wijzigen (Set cell: E13) te verkrijgen. Klik cel B13 (prijs handboek) in het werkblad, en in het Goal Seek Status dialoogvenster (figuur 11) wordt meegedeeld dat de wijziging in de inhoud van de cel het gewenste resultaat oplevert.
  7. Goal Seeking with Cell E13 found a solution. Target value: 650000; Current value: 650 000 BF
    figuur 11: Het Goal Seek Status dialoogvenster
  8. Klik buiten de chart, zodat die niet langer is geactiveerd.
  9. Verifieer dat de corresponderende gegevens in het werkblad gewijzigd zijn! De verkoop van handboeken in juni (B13) is gestegen van 450 naar 542 en de omzet van handboeken (E13) van 540 000 BF naar 650 000 BF. De kleinste totale omzet (F5) valt nu niet langer in juni maar in januari (H5). Ook de kleur van de verkoop en omzet van de handboeken is veranderd van rood (slecht) in blauw (goed), en die van de totale omzet van rood (slecht) in zwart (neutraal).
  10. Wanneer je in de formulebalk naar de inhoud van cel B13 kijkt, zie je dat deze de waarde 541.667 heeft, die afgerond als 542 wordt getoond. Omdat je uiteraard enkel gehele hoeveelheden kan verkopen, moet je 541.667 effectief vervangen door 542. Dit gebeurt het gemakkelijkst met het commando

    Tools, Options..., Calculation tabblad, kruis Precision as Displayed aan

    Ook nu kan je de waarschuwing tegen permanent gegevensverlies negeren. Het gevolg is dat de omzet van handboeken in E13 niet 650 000 BF maar 650 400 BF bedraagt.

  11. Bewaar het bekomen werkblad (figuur 12) met de Save knop.

Opmerkingen:

Verkoopgegevens van drie producten - verkoop handboek juni = 542, prijs zip-disk = 720 BF
figuur 12: Het werkblad 'Grafieken' na het verhogen van de prijs van de zip-disks en de omzet van de handboeken in juni

5.5 Een chart maken van de verkoop van CD-ROMs en zip-disks (*)

Het is interessant te onderzoeken of er een (lineair) verband bestaat tussen de verkoop van de CD-ROMs en de zip-disks. Hierbij zal gebruik gemaakt worden van lineaire regressietechnieken. Je kan deze zaken visueel weergeven in een XY chart (figuur 13).

5.5.1 De XY chart maken met de chart Wizard (*)

Bouw de chart op met de Chart Wizard:

  1. Selecteer vooraf de twee datareeksen met hun titel (C7:D19).
  2. Klik de Chart Wizard knop.
  3. Klik in stap 1 (Chart type) het XY (Scatter) Chart type en het 1ste Chart sub-type (zonder verbindingslijnen) en klik de Next knop.
  4. Klik in stap 2 (Chart Data Source) de Next knop (aanvaard de voorstellen).
  5. Klik in stap 3 (Chart Options) de verschillende tabbladen en maak de volgende keuzes:

    Titles tabblad: Chart Title: Vergelijking verkoop CD-ROMs en zip-disks,
    Value (X) Axis: CD-ROMs, Value (Y) Axis: zip-disks
    .

    Vergelijking verkoop CD-ROMs en zip-disks - verticaal zip-disk, horizontaal CD-ROM
    figuur 13: De afgewerkte XY chart 'Vergelijking verkoop CD-ROMs en zip disks'
    kleinere chart zonder rechte of vergelijking
    figuur 14: De met de Chart Wizard gemaakte XY Chart

    Gridlines tabblad: verwijder de aankruising van Major gridlines bij de Value (Y) axis.

    Klik daarna de Next knop.

  6. Klik in stap 4 (Chart Location) de Finish knop (aanvaard het voorstel om de chart in het werkblad Grafieken te plaatsen).

De met de Chart Wizard gemaakte chart (figuur 14) is vrij behoorlijk. Verplaats hem naar rechts en vergroot de chart tot die ongeveer de range I1:P21 bedekt. Selecteer de titel, vergroot zijn lettertype tot 16 punten met de Font Size knop, en splits de titel over twee even lange regels door na verkoop op enter te drukken.

5.5.2 De lineaire regressielijn aanbrengen (*)

Breng vervolgens in de geselecteerde XY chart een lineaire regressielijn aan:

  1. Selecteer de chart en breng een regressielijn aan met het commando
  2. Chart, Add Trendline…

    Nu verschijnt het Add Trendline dialoogvenster, dat twee tabbladen heeft (figuur 15).

  3. Klik in het Type tabblad Linear Trend/Regression type.
  4. Maak in het Options tabblad de volgende keuzes:
  5. Custom Trendline name: regressielijn, Forward Forecast: 5, Backward Forecast: 5,
    kruis Display equation on chart en Display R-squared value on chart aan.

    Klik daarna op OK. De regressielijn, zijn vergelijking en waarde worden nu getoond.

  6. Selecteer de vergelijking van de regressielijn en de waarde en sleep ze tot boven de legende.
Trend/Regression type Linear, Based on series: verkoop zip-disk Trendline name *Custom: regressielijn, Forecast Forward 5 Units Backward 5 Units, Display equation en R-squared
figuur 15: De Type en Options tabbladen van het Add Trendline dialoogvenster

Opmerkingen:

5.5.3 De schalen van de assen aanpassen (*)

Het aanbrengen van de regressielijn heeft een invloed op de schaal van de horizontale as. De begin- en eindwaarden van de as worden standaard automatisch berekend. De as begint nu bij 0. Dit verknoeit de hele grafiek.

Formatteer daarom de X-as:

Value (X) axis scale: Minimum 280, Maximum 350, Major unit 10, Minor unit 5
figuur 16: De Scale tab van de Value axis in het Format Axis dialoogvenster
  1. Dubbelklik de X-as. Nu verschijnt het Format Axis dialoogvenster. Wijzig in het Scale tabblad van het Format Axis dialoogvenster (figuur 16) de vijf automatisch berekende waarden:

    Minimum: 280 (i.p.v. 0),
    Maximum: 350 (i.p.v. 400),
    Major unit: 10 (i.p.v. 100),
    Minor unit: 5 (i.p.v. 20).

  2. Bewaar daarna het werkboek met de Save knop.

Opmerkingen:

5.5.4 Een pijl aanbrengen in de chart

Om beter aan te geven op welke lijn de vergelijking slaat, kan je een pijl aanbrengen tussen de vergelijking en de regressielijn in de figuur:

  1. Klik de Drawing knop in de Standard toolbar. De Drawing toolbar verschijnt onderaan de rand van het Excel venster.
  2. Klik de Arrow (pijl-) knop in de Drawing toolbar en sleep een pijl van de vergelijking naar de rechte. Wanneer je SHIFT+sleept, zal de pijl automatisch horizontaal (of verticaal) staan.
  3. Klik de Drawing knop nogmaals om de Drawing toolbar te verbergen.

Uiteindelijk bekom je de definitieve XY chart (figuur 13).

5.5.5 De Drawing toolbar

Met de Drawing toolbar kan je allerlei grafische objecten aanbrengen. Je kan dit doen boven het werkblad of boven een geselecteerde chart.

Toon en verberg de Drawing toolbar met de Drawing knop uit de Standard toolbar. Ze kan uiteraard ook zoals de andere werkbalken permanent zichtbaar worden gemaakt.

De Drawing toolbar bevat de volgende knoppen:

Drawing toolbar

Draw Toon een snelmenu om de geselecteerde objecten te beheren.
Select Objects Selecteer objecten wanneer je ze klikt of er een rechthoekig kader rond sleept. Je gaat terug over naar de normale toestand, door de knop nogmaals te klikken.
Free Rotate Wentel het geselecteerde driedimensionale object.
Autoshapes Kies automatische figuurvormen uit een submenu.
Line Teken een lijn.
Arrow Teken een pijl.
Rectangle Teken een rechthoek.
Oval Teken een ovaal.
Text Box Breng een tekstkader aan.
Insert WordArt Breng een Word Art object aan.
Fill Color Kies een kleur voor een achtergrond of oppervlak.
Line Color Kies een kleur voor een kader of een lijn.
Font Color Kies een kleur voor tekens.
Line Style Kies een lijndikte.
Dash Style Kies een stijl voor puntjes- of streepjeslijnen.
Arrow Style Kies een stijl voor pijlen.
Shadow Breng een schaduw aan.
3-D Vorm de figuur om tot een driedimensionale figuur (kies uit een submenu). Toon eventueel de 3-D Settings toolbar om deze te beheren.

Wanneer je meerdere objecten tezamen wilt selecteren heb je twee mogelijkheden:

Je kan de geselecteerde objecten herkennen doordat ze allemaal handles hebben. Hiermee kan je hun afmetingen wijzigen.

Wanneer je verschillende grafische objecten boven elkaar hebt aangebracht, zullen in het algemeen de laatst aangebrachte of gewijzigde objecten de eerder aangebrachte bedekken. Je hebt mogelijkheden om deze objecten t.o.v. elkaar te plaatsen (te bepalen wat bovenaan en onderaan ligt) en om ze als groep te behandelen. Hiervoor rechtsklik je het object of klik je de Draw knop in de Drawing toolbar en gebruik je daarna één van de commando's uit het snelmenu:

Grouping, Group

Groepeer alle geselecteerde objecten. Je kan ze dan enkel nog in groep selecteren, verplaatsen, kopiëren, verwijderen en beheren.

Grouping, Ungroup

Splits de geselecteerde groep op in zijn afzonderlijke objecten. Je kan ze dan opnieuw afzonderlijk selecteren, verplaatsen, kopiëren, verwijderen en beheren.

Grouping, Regroup

Herstel de groep waartoe het geselecteerde object behoorde. Dit commando is slechts beschikbaar wanneer je een object hebt geselecteerd, dat tot een groep behoorde, en nadat het Ungroup commando hebt uitgevoerd.

Order, Bring to Front

Plaats de geselecteerde objecten boven alle andere. Ze zijn dus zeker zichtbaar.

Order, Send to Back

Plaats de geselecteerde objecten onder alle andere. Ze kunnen dus door andere objecten volledig of gedeeltelijk worden bedekt.

Order, Bring Forward

Plaats de geselecteerde objecten één niveau meer naar boven.

Order, Send Backward

Plaats de geselecteerde objecten één niveau meer naar onder.

Opmerkingen:

5.6 De commando's uit het Chart menu

Het Chart menu bevat de commando's die het meest specifiek zijn voor een chart.

De eerste vier commando's, Chart Type…, Data Source…, Chart Options… en Location… komen overeen met de vier stappen van de Chart Wizard. Ze kunnen echter ook worden toegepast wanneer slechts één of enkele datareeksen zijn geselecteerd en hebben dan soms meer mogelijkheden.

De laatste drie commando's, Add Trendline…, Add Error Bars… en 3-D View…, laten je toe specifieke objecten of vormgevingen te beheren.

Hierna worden de dialoogvensters van deze commando's besproken.

5.6.1 Het Chart type wijzigen

Met het commando Chart, Chart Type… roep je het Chart Type dialoogvenster op (figuur 17). Dit heeft twee tabbladen, Standard Types en Custom Types.

Chart type: Line; Chart sub-type: (vierde subtype) Chart type: Smooth Lines; Sample
figuur 17: De twee tabbladen van het Chart Type dialoogvenster

In het Standard Types tabblad heb je de volgende mogelijkheden:

In het Custom Types tabblad heb je de volgende mogelijkheden:

5.6.2 De te tonen datareeksen wijzigen

Met het commando Chart, Data Source… roep je het Data Source dialoogvenster (figuur 18) op. Dit heeft twee tabbladen, Data Range en Series.

Data range: =Grafieken!$A$7:$A$19,Grafieken!$E$7:$G$19 Series omzet handboek, Name: = Grafieken!$E$7 Value: = Grafieken!$E$8:$E$19
figuur 18: De twee tabbladen van het Source Data dialoogvenster

In het Data Range tabblad heb je de volgende mogelijkheden:

In het Series tabblad heb je de volgende mogelijkheden:

Opmerkingen:

5.6.3 De Chart opties

Met het commando Chart, Chart Options… roep je het Chart Options dialoogvenster (figuur 19) op. Dit heeft zes tabbladen, Titles, Axis, Legend, Gridelines, Data Labels en Data Table.

In het Titles tabblad heb je de volgende mogelijkheden:

In het Axis tabblad heb je de volgende mogelijkheden:

In het Gridlines tabblad heb je de volgende mogelijkheden:

In het Legend tabblad heb je de volgende mogelijkheden:

Chart title: Evolutie van de verkoop en de omzet Primary axis: Category (X) en Value (Y); Secondary axis: Value (Y) Value (Y) axis Major gridlines Show legend Data labels None Show data table, Show legend keys
figuur 19: De zes tabbladen van het Chart options dialoogvenster

In het Data Labels tabblad heb je de volgende mogelijkheden:

In het Data Table tabblad heb je de volgende mogelijkheden:

Opmerkingen:

tabel met 3x12 getallen onder de grafiek
figuur 20: Een data table bij de omzet chart

5.6.4 De positie van de chart bepalen

Met het commando Chart, Location… roep je het Location dialoogvenster (figuur 21) op. Hierin heb je de volgende mogelijkheden:

* As object in: Grafieken
figuur 21: Het Chart Location dialoogvenster

Opmerkingen:

5.6.5 Gegevens aan de chart toevoegen

Je kan extra data aan de chart toevoegen in het Series tabblad van het commando Chart, Data Source… of door de chart te selecteren, met de schuifbalk naar de ranges in het werkblad te gaan en deze met de fill handle te vergroten (zie infra).

Andere mogelijkheden om gegevens aan de chart toe te voegen zijn:

5.6.6 Een trendline aanbrengen

Bij bepaalde chart types kan je een regressielijn in de chart aanbrengen. Selecteer daartoe de chart of een datareeks en kies het commando

Chart, Add Trendline…

Je kan ook de datareeks rechtsklikken en het commando Add Trendline kiezen in het snelmenu. Daarna kan je in de Type en Options tabbladen van het Add Trendline dialoogvenster aangeven welke soort regressielijn je wilt aanbrengen, op welke datareeks ze gebaseerd is, hoe ze moet worden berekend en getoond (zie supra).

5.6.7 De weergave van driedimensionale charts wijzigen

Wanneer je een driedimensionaal chart type kiest, kan je de driedimensionale instellingen van de chart met de muis wijzigen door een hoek van de chart te verslepen, of door het commando

Chart, 3-D View…

te kiezen. Je kan ook de chart rechtsklikken en het commando 3-D View… kiezen in het snelmenu.

Elevation 15, Rotation 20, Perspective 30, Height 100% of base
figuur 23: Het 3-D View dialoogvenster

In het 3-D View dialoogvenster (figuur 23) heb je de volgende mogelijkheden:

Er wordt steeds een voorbeeld getoond van het effect van de aangebrachte wijzigingen op een standaard figuur.

5.7 Het Format Object dialoogvenster

Wanneer je een chart object dubbelklikt, rechtsklikt en het commando Format, object kiest, de Format object knop in de Chart toolbar klikt, of in het Format menu het commando Selected object… kiest, verschijnt een Format object dialoogvenster.

Afhankelijk van het geselecteerde object en zijn aard, kunnen de tabbladen verschillen.

Hierna worden de verschillende tabbladen uit dit dialoogvenster behandeld.

5.7.1 Het Patterns tabblad

Het Patterns tabblad komt bij zeer veel soorten objecten voor zoals datareeksen, de chart area en de plot area. Het kan verschillende gedaantes hebben (figuur 24):

Border Automatic, Area Automatic Line Automatic, Marker Automatic
figuur 24: Het Patterns tabblad van het Format Data Series dialoogvenster bij een Column en een Line chart type

Datareeksen en datapunten worden meestal voorgesteld door staven, of punten. Staven zijn opgebouwd uit een gekleurd oppervlak (Area) en een rand (Border), punten worden vaak verbonden door een lijn (Line) en voorgesteld door een symbool (Marker). Voor elk van deze vier elementen kan de vorm bepaald worden in het Patterns tabblad. Steeds wordt een WYSBYGI beeld getoond (Sample):

Border

Automatic (automatisch ingesteld – dunne zwarte lijn), None (geen rand) of Custom (wanneer je iets wijzigt). Je kan de stijl (Style – vol, streepjeslijn…), kleur (Color) en dikte (Weight) van de rand bepalen. Je kan een schaduw aanbrengen op de achtergrond (Shadow). In het Format Chart Area dialoogvenster kan je daarenboven de hoeken van de chart afronden (Round corners).

Area

Automatic (automatisch ingestelde kleuren), None (geen kleur) of één van uit 56 kleuren. Je kan speciale effecten aanbrengen via de Fill Effects… knop. Je krijgt dan een Fill Effects dialoogvenster met vier tabbladen (Gradient, Texture, Patterns en Picture). Je kan de kleur laten omkeren bij negatieve getalwaarden (Invert if negative).

Line

Automatic (automatisch ingesteld - dunne zwarte lijn), None (geen lijn) of Custom (wanneer je iets wijzigt). Je kan de stijl (Style – vol, streepjeslijn…), kleur (Color) en dikte (Weight) van de lijn bepalen. Je kan de gebroken lijn vervangen door een vloeiende lijn (Smoothed line).

Marker

Automatic (automatisch ingestelde symbolen), None (geen symbool) of Custom (wanneer je iets wijzigt). Je kan de stijl (Style – vorm van de symbolen), en de kleur van de rand (Foreground) en het inwendige (Background) van de symbolen bepalen. Je kan de grootte in punten van het symbool bepalen (Size) en een schaduw aanbrengen achter het symbool (Shadow).

In het Format Data Table dialoogvenster bevat het Patterns tabblad extra mogelijkheden (figuur 25), waarin je kan aankruisen of er kaders en lijnen in de gegevenstabel moeten staan (Horizontal, Vertical, Outline) en of de kleuren of symbolen van de legende in de gegevenstabel moeten worden getoond (Show legend keys).

Line Automatic, Horizontal, Vertical, Outline
figuur 25: Het Patterns tabblad van het Format Data Table dialoogvenster

5.7.2 Het Axis tabblad

Axis - Plot series on Primary axis
figuur 26: Het Axis tabblad van het Format Data Series dialoogvenster

Het Axis tabblad komt voor bij datareeksen (figuur 26).

Je kan erin bepalen op welke Y-as een datareeks wordt getekend (Plot series on).

5.7.3 Het X Error Bars en het Y Error Bars tabblad

Het Y Error Bars tabblad komt in verscheidene chart types voor bij datareeksen. Het geeft een maat aan voor de fout op Y-waarden. Bij het XY chart type komt ook een X Error Bars tabblad voor. Het geeft een maat voor de fout op X-waarden.

Beide tabbladen hebben dezelfde mogelijkheden (figuur 27):

Display

Geef de vorm van foutstaven aan: zowel positieve als negatieve (Both), enkel positieve (Plus), enkel foutmarges (Minus) of geen foutmarges (None).

Error Amount

Bepaal de grootte van de voorgestelde foutmarge: als een vaste waarde (Fixed value) een procentuele waarde (Percentage), een veelvoud van de standaardafwijking (Standard deviation(s) ), de standaard fout (Standard error), of zelf opgegeven waarden (Custom).

X Error Bars - Fixed value: 10 Y Error Bars - Fixed value: 200000
figuur 27: De X Error Bars en Y Error Bars tabbladen in verschillende Format Data Series dialoogvensters

5.7.4 Het Data Labels tabblad

Het Data Labels tabblad komt voor bij datareeksen.

Je hebt dezelfde mogelijkheden als in het Data Label tabblad in het Chart Options dialoogvenster (zie supra).

5.7.5 Het Series Order tabblad

Series order: omzet handboek, omzet CD-ROM, omzet zip-disk
figuur 28: Het Series Order tabblad van het Format Data Series dialoogvenster

Het Series Order tabblad komt voor bij datareeksen.

Je hebt de mogelijkheid om de volgorde van datareeksen binnen eenzelfde chart type om te wisselen (figuur 28). Daarvoorr selecteer je een datareeks (Series order) en klikt vervolgens de Move Up of Move Down knop tot de datareeksen in de juiste volgorde staan.

5.7.6 Het Options tabblad

Het Options tabblad komt voor bij datareeksen.

De mogelijkheden in dit tabblad variëren sterk met het chart type (figuur 29).

De volgend opties komen voor:

Overlap

De mate waarin staven elkaar overlappen (in %).

Gap width

Grootte van de ruimte tussen staven (in %).

Gap depth

Afstand tussen datareeksen bij driedimensionale charts.

Chart depth

Verhouding tussen diepte (Y) en breedte (X) bij driedimensionale charts in %.

Series lines

Verbindingslijnen tussen datapunten.

Drop lines

Verticale lijnen tussen datapunten en de categorie as.

Up-down bars

Verticale staafjes tussen het hoogste en laagste datapunt.

High-low lines

Verticale lijntjes tussen het hoogste en laagste datapunt.

Vary colors by point

Toon elk datapunt in een andere kleur bij staven en punten in een Radar chart.

Vary colors by slice

Toon elk datapunt in een ander kleur bij Pie en Doughnut charts.

Angle of first slice

Hoek tussen de eerste sector en de verticale as bij Pie en Doughnut charts.

Doughnut hole size

Grootte van de centrale opening bij Doughnut charts.

Ze worden besproken bij de verschillende chart types (zie infra).

Options - Overlap: 100, Gap width: 150 Options - (Vary colors by point is blanco)
figuur 29: De Options tabbladen van het Format Data Series dialoogvenster bij een Column en een XY chart

5.7.7 Het Scale tabblad

Het Scale tabblad komt voor bij assen. Er zijn afzonderlijke Scale tabbladen voor de Category axis en de Value axis (figuur 30):

Je hebt de volgende mogelijkheden:

Category axis (2-D)

De Category axis is bij tweedimensionale charts meestal de X-as. Je kan bepalen waar en hoe de Value axis de Category axis kruist (Value axis crosses at category number, at maximum category, between categories). Je kan bepalen om de hoeveel categorieën er maatstreepjes en tekst bij de maatstreepjes staan (Number of categories between tick marks, tick-mark labels). Je kan de volgorde van de categorieën bepalen (Categories in reverse order).

Category axis en Series axis (3-D)

De Category axis is bij driedimensionale charts meestal de X-as. De Series axis is meestal de Y-as. Je kan bepalen om de hoeveel categorieën er maatstreepjes en tekst bij de maatstreepjes staan (Number of categories / series between tick marks, Tick-mark labels). Je kan de volgorde van de categorieën of datareeksen bepalen (Categories / series in reverse order).

Value axis

De Value axis is bij tweedimensionale charts meestal de Y-as en bij driedimensionale charts de Z-as. Je kan bepalen welke de grenzen (Minimum, Maximum) en de intervallen (Major unit, minor Unit) van de schaal zijn. Je kan aankruisen of deze waarden automatisch (Auto) of manueel (value) worden gekozen. Je kan aankruisen of de schaal logaritmisch is (Logarithmic scale). Je kan bepalen waar de Category axis de Value axis kruist (Category axis crosses at value, at maximum value). Je kan de volgorde de waarden bepalen (Values in reverse order).

Category (X) axis scale Value (Y) axis scale
figuur 30: Het Scale tabblad van een Category en een Value axis in het Format Axis dialoogvenster

5.7.8 Het Font tabblad

Het Font tabblad komt voor bij alle tekstobjecten (figuur 31).


figuur 31: De Font en Number tabbladen van het Format Axis dialoogvenster

Je hebt ongeveer dezelfde mogelijkheden als bij het formatteren van tekst in cellen: Je kan een lettertype (Font), letterstijl (Font style), lettergrootte (Font size), wijze van onderstrepen (Underline), letterkleur (Color) en effecten zoals doorstrepen (Strikethrough), Superscript en Subscript bepalen. Ook wordt een voorbeeld getoond (Preview). Speciaal bij charts zijn:

Background

Geef aan hoe de achtergrond wordt weergegeven: Automatic, (automatisch), Transparent (doorzichtig) of Opaque (gedeeltelijk doorzichtig).

Auto scale

Pas de lettergroottes van de teksten aan aan de afmetingen van de chart.

Wanneer je een chart vergroot om meer ruimte te krijgen voor de plot area, zal je de Auto scale optie best uitzetten. Wil je echter een chart kopiëren naar een PowerPoint slide en hem daarbij vergroten, dan is het misschien beter de automatische schaling te behouden.

5.7.9 Het Number tabblad

Het Number tabblad komt voor bij alle numerieke objecten, vooral bij waarde-assen (figuur 31).

Je hebt ongeveer dezelfde mogelijkheden als bij het formatteren van getallen in cellen: Je kan een categorie (Category) kiezen en per categorie het formaat verder specificeren. Ook wordt een voorbeeld getoond (Sample). Speciaal voor charts is:

Linked to source

Koppel de getalvoorstelling in de chart aan die van de corresponderende cellen in het werkblad. Wanneer je de getalvoorstelling in het werkblad wijzigt, wordt ze ook in de chart gewijzigd.

5.7.10 Het Alignment tabblad

Het Alignment tabblad komt voor bij de meeste objecten met tekst, zoals titels, assen en data labels (figuur 32).

Je hebt minder mogelijkheden dan bij het formatteren van tekst in cellen. Bij assen kan je enkel de oriëntatie bepalen (Orientation): automatisch (Automatic) of ingesteld met de muis of in een vak (Degrees). Bij titels kan je daarenboven ook de horizontale en verticale uitlijning bepalen (Text alignment).

Alignment - Horizontal: Center, Vertical: Center
figuur 32: Het Alignment tabblad bij het Format Chart Title dialoogvenster

5.7.11 Het Placement tabblad

Het Placement tabblad komt voor bij de legende. Het bevat dezelfde Placement mogelijkheden als in het Legend tabblad van het Chart Options dialoogvenster (zie supra).

5.7.12 Het Properties tabblad

Properties - Object positioning * Move and size with cells
figuur 33: Het Properties tabblad van het Format Chart Area dialoogvenster

Het Properties tabblad komt voor bij objecten die in een werkblad worden ingebed (figuur 33): de chart area en met de knoppen uit de Drawing toolbar gemaakte objecten.

Je kan er mee bepalen of de plaats en de grootte van een chart moet worden gewijzigd wanneer de plaats en de grootte van de cellen waar de chart staat worden gewijzigd (Object positioning). Ook kan je aankruisen of een chart moet worden afgedrukt (Print object) en beveiligd (Locked). Deze beveiliging gaat slechts in wanneer de beveiliging van het werkblad is ingesteld.

5.8 Een chart maken van de verkoop en de omzet (*)

Je zal nu onder de tweede chart een derde chart maken, waarin je zowel de verkoop als de omzet zal opnemen. Omdat dit twee verschillende grootheden zijn met daarenboven sterk verschillende eenheden kan je hiervoor geen enkelvoudige chart maken. Daarom zal je een chart van het Combination chart type maken. Deze bestaat uit datareeksen van het Column chart type voor de omzet en van het Line chart type voor de verkoop. De kolommen zijn boven elkaar gestapeld, omdat hun som een betekenis heeft, maar hiervoor is geen ingebouwde chart beschikbaar.

Er zijn twee methoden om deze chart op te stellen:

Enkel de eerste methode wordt behandeld. Daarna worden de verschillen met de tweede methode besproken.

Staafgrafiek en lijngrafiek in 1 tekening
figuur 34: De afgewerkte chart van de evolutie van de verkoop en de omzet

5.8.1 De chart van de omzet kopiëren (*)

Wanneer je uitgaat van de reeds bestaande chart van de omzet moet je deze eerst kopiëren. Hiervoor heb je twee methoden:

Opmerkingen:

5.8.2 De verkoop datareeksen aan de chart toevoegen (*)

Je hebt heel wat mogelijkheden om de datareeksen van de verkoop (B7:D19) aan de kopie van de chart toe te voegen:

Je kan verschillende van deze methodes uitproberen om telkens één datareeks aan de chart toe te voegen.

Opmerkingen:

5.8.3 De datareeksen in twee groepen opdelen (*)

De plot area en de legende werden uitgebreid met drie datareeksen, zodat er nu zes op elkaar gestapelde datareeksen zijn. Wegens de verschillen in de grootteorden van omzet en verkoop zijn de toegevoegde datareeksen in de chart echter niet of nauwelijks zichtbaar. Daarom moet je de chart verder bewerken.

Begin met het chart type van de verkoop datareeksen te wijzigen van Column in Line:

  1. Selecteer de chart.
  2. Klik de Chart Objects knop in de Chart toolbar en selecteer de datareeks verkoop handboek.
  3. Klik de Chart Type knop in de Chart toolbar en kies het Line chart type. Het chart type van de datareeks verkoop handboek is nu gewijzigd in Line. Dit zie je in de legende en aan een lijn die helemaal tegen de X-as plakt.
  4. Herhaal de vorige twee stappen voor de datareeksen verkoop CD-ROM en verkoop zip-disk.

Opmerkingen:

5.8.4 Een tweede Y-as aanbrengen (*)

Nadat de drie verkoop datareeksen een Line chart type hebben gekregen, plakken ze alle drie tegen de onderkant van de plot area.

Breng nu een tweede as aan aan de rechterkant van de plot area voor de drie datareeksen van de verkoop:

  1. Kies het commando Chart, Chart Options… of roep de Chart Wizard op en ga naar stap 3 (Chart Options).
  2. Kies het Axis tabblad en kruis Secondary axis – Value (Y) axis aan. In het WYSBYGI voorbeeld zie je de tweede as en de herschaalde verkooplijnen. Sluit daarna het dialoogvenster (druk op de Finish knop in de Chart Wizard).

Er zijn nu twee assen, één links voor de omzet met de titel bedrag, en één rechts voor de verkoop zonder titel. Breng nu een titel aan bij de rechtse as en wijzig de titel van de chart:

  1. Kies het commando Chart, Chart Options… of roep de Chart Wizard op en ga naar stap 3 (Chart Options).
  2. Kies het Titles tabblad en vul bij Second value (Y) axis de titel voor de rechtse as in: aantal.
  3. Wijzig de Chart title in Evolutie van verkoop en omzet. Sluit daarna het dialoogvenster (druk op de Finish knop in de Chart Wizard).

Opmerkingen:

5.8.5 De afmetingen aanpassen (*)

Er werd nu plaats gemaakt voor de tweede Y-as en zijn titel. Daartoe zijn de plot area en de legende versmald. Daarenboven is de nieuwe tekst veel te groot. Wijzig dit als volgt:

  1. Klik de rechtse Y-as, klik de Font Size knop en kies de waarde 10 (of typ 10 in, gevolgd door enter).
  2. Klik de tekst aantal bij de rechtse Y-as, klik de Font Size knop en kies de waarde 12 (of typ 12 in, gevolgd door enter).
  3. Sleep de linkse rand van de legende naar links tot de volledige tekst van de legende zichtbaar is. Sleep indien nodig de plot area een beetje verder naar links (klik hiertoe binnen de plot area, en op niets anders).

Opmerkingen:

5.8.6 De vormgeving verder afwerken

De verdere afwerking, maakt vooral gebruik van de Format Object dialoogvensters. Die kan je als volgt oproepen:

De lijnen vallen wat te weinig op tegen de staven. Verander daarom nu de kleuren van de staven (lichter), de kleuren (helderder) en diktes (dikker) van de lijnen en breng opvallende symbolen voor de datapunten van de verkoop datareeksen aan:

  1. Dubbelklik de donker bruine kolom (omzet CD-ROM) en kies in het Patterns tabblad van het Format Data Series dialoogvenster voor de Area de licht-ode kleur (Coral). De lichtere kleuren van de andere twee kolommen kan je ongewijzigd laten.
  2. Dubbelklik de lichtblauwe lijn (verkoop handboek) en kies in het Patterns tabblad van het Format Data Series dialoogvenster voor de Line de grootste lijndikte (Color: Turquoise – ongewijzigd, Weight: 4de dikte) en voor de Marker als symbool een blauwe ruit met een witte opvulling (Style: 2de symbool, Foreground: Blue, Background: White).
  3. Dubbelklik de donker paarse lijn (verkoop CD-ROM) en kies in het Patterns tabblad van het Format Data Series dialoogvenster voor de Line de kleur rose en de grootste lijndikte (Color: Pink, Weight: 4de dikte) en voor de Marker als symbool een donker paars vierkant met een witte opvulling (Style: 1ste symbool, Foreground: Dark Purple – ongewijzigd, Background: White).
  4. Dubbelklik de donker bruine lijn (verkoop zip-disk) en kies in het Patterns tabblad van het Format Data Series dialoogvenster voor de Line de kleur rood en de grootste lijndikte (Color: Red, Weight: 4de dikte) en voor de Marker als symbool een donker rode cirkel met een witte opvulling (Style: 8ste symbool – ongewijzigd, Foreground: Dark red – ongewijzigd, Background: White).
  5. Verwijder de rand en achtergrond van de plot area: Dubbelklik de plot area en kies in het Patterns tabblad None voor zowel Border als Area.
  6. De horizontale rasterlijnen komen overeen met de maatstreepjes op de links Y-as maar niet met die van de rechtse Y-as. Je kan de rasterlijnen verbergen met het commando Chart, Chart Options…, Gridlines tabblad, verwijder alle aankruisingen. Als alternatief kan je de schaal op de rechtse Y-as aanpassen: dubbelklik de rechtse Y-as, en wijzig in het Scale tabblad van het Format axis dialoogvenster de Major unit in 80 (i.p.v. de automatische waarde 100). In dit geval zijn de rasterlijnen bruikbaar voor beide assen.
  7. Je kan de rasterlijnen minder accentueren door ze grijs i.p.v. zwart te maken: dubbelklik een rasterlijn en kies in het Patterns tabblad van het Format Gridlines dialoogvenster een grijze kleur (Color: Grey-25%) en de geringste dikte (Weight: 1 – standaard).
  8. Tenslotte kan je bij alle tekst objecten (titels, assen, legende) de Auto scale optie uitzetten: Dubbelklik het object en verwijder de aankruising bij Auto scale in het Font tabblad van het Format Object dialoogvenster.

Uiteindelijk bekom je de definitieve chart van verkoop en omzet (figuur 36).

Opmerking:

lijnen en staven in 1 grafiek
figuur 36: De afgewerkte chart van de evolutie van verkoop en omzet

5.8.7 Een Combination Chart van de verkoop en de omzet

Je kan de chart met verkoop en omzet ook met de Chart Wizard opbouwen. Hierbij kan je voor een Line – Column on 2 Axes combination chart type kiezen in het Custom tabblad van het Chart Type dialoogvenster (stap 1).

Deze methode lijkt eenvoudiger dan diegene die je hebt gebruikt. Ze heeft nochtans belangrijke nadelen:

Je kan besluiten dat het in het algemeen handiger is een gecombineerde chart op te bouwen uit een eenvoudigere chart waaraan datareeksen worden toegevoegd, dan rechtstreeks via de Chart Wizard Enkel wanneer de volgorde van de datareeksen niet zal moeten worden gewijzigd is een gecombineerde chart gemaakt met de Chart Wizard aangewezen.

lijngrafiek en staafgrafiek (staven naast elkaar)
figuur 37: De combination chart van verkoop en omzet

5.9 Het werkblad met de chart afdrukken (*)

Bewaar het werkblad met de ingebedde charts met de Save knop. Je zal het weldra afdrukken.

Je kan het werkblad afdrukken met de Print knop. Daarbij heb je echter geen controle over wat je zal afdrukken. In het algemeen zal ofwel het hele werkblad worden afgedrukt, ofwel hetzelfde gedeelte als bij een vorige afdruk.

Je zal hierna op een meer controleerbare wijze behandelen het werkblad of een deel ervan afdrukken.

Algemeen ga je als volgt te werk:

Hierbij kan je regelmatig heen en weer gaan tussen de verschillende stappen voor je tot de eigenlijke afdruk besluit.

5.9.1 Het werkblad in pagina's verdelen (*)

Vóór je gaat afdrukken, moet je besluiten of je slechts één of meerdere pagina's wilt afdrukken.

Bij het afdrukken zal Excel zelf uitzoeken hoeveel rijen en kolommen op een blad gaan, en daar een zogenaamde page break aanbrengen. Een stippellijn scheidt deze pagina's, waarvan de grenzen automatisch worden bepaald.

Wanneer je meerdere pagina's wil afdrukken, zal je echter meestal zelf willen controleren waar een nieuwe pagina begint. Hiervoor heb je de volgende mogelijkheden:

aangepaste page breaks
figuur 39: Het Page Break Preview na het aanpassen van de page breaks

5.9.2 De af te drukken delen bepalen (*)

Het is de bedoeling het werkblad met de drie charts samen af te drukken.

Eerst moet je aangeven welke range je wil afdrukken. Je hebt hierbij drie mogelijkheden:

Opmerkingen:

5.9.3 Een voorafbeelding van de afdruk op het scherm bekijken (*)

Bekijk daarna het Print Preview (voorafbeelding van de afdruk). Je hebt drie mogelijkheden:

Je kan naar de Page Setup gaan of terugkeren met de Setup... knop.

5.9.4 De bladschikking aanpassen (*)

Onderzoek nu of het mogelijk is de afdruk op één blad te krijgen. Selecteer daarvoor het Page tabblad. Hierin (figuur 42) heb je volgende mogelijkheden:

Kies de Landscape Orientation. Tracht de hele range op één blad te krijgen (Scaling: fit to 1 by 1). Laat de andere opties ongewijzigd. Wanneer je terugkeert naar het Print Preview merk je dat dit vrij goed past. Eventueel pas je met de Margins knop de marges aan.

5.9.5 De marges en kop- en voetteksten bepalen

In de Margins en Header/Footer tabbladen van het Page Setup dialoogvenster (figuur 43) kan je de marges en kop- en voetteksten instellen.

Margins - Top:1, Left: 0.75, Right: 0.75, Bottom: 1 Header/Footer - Header: Verkoop.xls, Grafieken, 1 van ?
figuur 43: De Margins en Header/Footer tabbladen van het Page Setup dialoogvenster

In het Margins tabblad heb je de volgende mogelijkheden:

Kruis Horizontally en Vertically aan, zodat de afdruk in het midden van het blad verschijnt. Dit wordt onmiddellijk in het voorbeeld weergegeven.

In het Header/Footer tabblad heb je de volgende mogelijkheden:

Left section: &[File], Center section: &[Tab], Right section: &[Page] van &[Pages]
figuur 44: Het Header dialoogvenster
tabel en drie grafieken op 1 blad
figuur 45: Het Print Preview met alles op één blad

Plaats in de koptekst links de bestandsnaam, in het midden de naam van het werkblad en rechts het paginanummer, het woord van en het totaal aantal pagina's. Verwijder eventuele teksten in de voettekst.

Bekijk daarna de definitieve Print Preview (figuur 45).

5.9.6 De eigenlijke afdruk (*)

Je hebt verschillende mogelijkheden om de afdruk te starten:

Print range * All, Print what * Active sheet(s), Number of copies: 1
figuur 46: Het Print dialoogvenster

In de laatste twee gevallen wordt het Print dialoogvenster (figuur 46) getoond. Hierin kan je de volgende zaken vastleggen:

Behoud het voorstel en start de afdruk. Dit is gelijkwaardig aan het indrukken van de Print knop in de knoppenbalk.

5.10 De chart types en sub-types

Tot besluit van dit hoofdstuk volgt een overzicht van de ingebouwde chart types en sub-types, die je kan kiezen in stap 1 van de Chart Wizard of met het commando Chart, Chart Type…. De eigenschappen van de verschillende chart types vindt je in het Options tabblad van het Format Data Series dialoogvenster vindt. Ook wordt aangegeven hoe je zelf chart types kan definiëren.

5.10.1 De Standard Chart Types

In het Standard Types tabblad van het Chart Type dialoogvenster vindt je 14 chart types met elk 2 tot 7 sub-types. In het totaal zijn er 73 sub-types voor alle standard chart types samen.

Vele chart types hebben tweedimensionale en driedimensionale sub-types.

Heel vaak zijn er drie 2-D en 2.5-D subtypes. In een eerste sub-type worden de gegevens naast elkaar geplaatst (bijvoorbeeld kolommen naast elkaar). In een tweede sub-type worden de gegevens op elkaar geplaatst (bijvoorbeeld gestapelde kolommen), en heeft de som van de gegevens een betekenis. In een derde sub-type worden de gegevens op elkaar gestapeld en procentueel weergegeven. Hun som is steeds 100%. De totale hoogte is voor alle sommen gelijk. De pie en doughnut charts, waarbij de totale cirkel met 100% overeenkomt, kan je opvatten als behorend bij dit sub-type.

Er zijn ook chart types waarbij deze opdeling niet opgaat, zoals de radar, surface, bubble en stock charts.

5.10.2 Het Column chart type

zeven subtypes verticale staafgrafieken

Het Column chart type heeft zeven sub-types: drie 2-D, drie 2.5-D en één 3-D sub-type (figuur 47).

De waarden worden in verticale staven of kolommen voorgesteld. Positieve waarden worden naar boven en negatieve waarden naar onder uitgezet. Hierbij worden vooral vergelijkingen tussen discrete waarden beklemtoond. De waarden kunnen naast of boven elkaar geplaatst worden.

De kolom grafiek is zeer populair (en dan ook standaard in de Chart Wizard). Wanneer waarden op elkaar worden gestapeld heeft hun som een betekenis, wanneer ze naast elkaar worden geplaatst niet.

Er zijn 7 sub-types:

2-D kolommen naast elkaar.

2-D kolommen op elkaar.

2-D kolommen procentueel op elkaar.

2.5-D kolommen naast elkaar.

2.5-D kolommen op elkaar.

2.5-D kolommen procentueel op elkaar.

3-D kolommen achter elkaar.

In de Chart Type lijst in de Chart toolbar zijn er knoppen voor sub-types 1, 4 en 7 (kolommen naast elkaar).

Het Format Data Series dialoogvenster heeft zes tabbladen bij 2-D sub-types (Patterns, Axis, Y Error Bars, Data Labels (Show value, Show label), Series Order en Options), en vijf tabbladen bij 2.5-D en 3-D sub-types (Patterns, Shapes, Data Labels (Show value, Show label) en Options).

De keuzemogelijkheden in het Options tabblad zijn:

Overlap

Mate van overlapping van de kolommen bij 2-D sub-types (standaard 0 bij kolommen naast of achter elkaar, 100 bij kolommen op elkaar).

Gap depth

Ruimte (Y-richting) tussen achter elkaar liggende datareeksen bij 2.5-D (niet zinvol) en 3-D sub-types (standaard 150).

Gap width

Ruimte (X-richting) tussen de kolommen van verschillende categorieën (standaard 150).

Chart depth

Diepte (Y-richting) van de datareeksen bij 2.5-D en 3-D sub-types (standaard 100).

Series lines

Verbind de datapunten van eenzelfde datareeks met lijntjes (enkel bij 2-D kolommen op elkaar – standaard niet aangekruist).

Vary colors by point

Wijzig de kleur bij opeenvolgende datapunten (enkel bij slechts één datareeks – standaard niet aangekruist).

5.10.3 Het Bar chart type

zes subtypes horizontale staafgrafieken
figuur 48: De Bar chart sub-types

Het Bar chart type heeft zes sub-types: drie 2-D en drie 2.5-D sub-types (figuur 48).

De waarden worden in horizontale staven voorgesteld. Positieve waarden worden naar rechts en negatieve waarden naar links uitgezet. Hierbij worden vooral vergelijkingen tussen discrete waarden beklemtoond. De categorie as (X) is hier verticaal en de waarde as (Y bij 2-D, Z bij 2.5-D) horizontaal. De waarden kunnen naast of op elkaar geplaatst worden.

De horizontale staaf grafiek is supplementair t.o.v. de kolom grafiek, maar wordt minder gebruikt. Dit chart type is interessant wanneer het verschil in grootte wordt beklemtoond. Vaak worden de staven dan van groot naar klein gerangschikt. Wanneer waarden op elkaar worden gestapeld heeft hun som een betekenis, wanneer ze naast elkaar worden geplaatst niet. Het op elkaar stapelen is hier echter minder gebruikelijk. Het 3-D sub-type ontbreekt.

Er zijn 6 sub-types:

2-D staven naast elkaar.

2-D staven op elkaar.

2-D staven procentueel op elkaar.

2.5-D staven naast elkaar.

2.5-D staven op elkaar.

2.5-D staven procentueel op elkaar.

In de Chart Type lijst in de Chart toolbar zijn er knoppen voor sub-types 1 en 4 (staven naast elkaar).

Het Format Data Series dialoogvenster heeft zes tabbladen bij 2-D sub-types (Patterns, Axis, Y Error Bars, Data Labels (Show value, Show label), Series Order en Options), en vijf tabbladen bij 2.5-D sub-types (Patterns, Shapes, Data Labels (Show value, Show label) en Options).

De keuzemogelijkheden in het Options tabblad zijn:

Overlap

Mate van overlapping van de staven bij 2-D sub-types (standaard 0 bij staven naast of achter elkaar, 100 bij staven op elkaar).

Gap depth

Ruimte (Y-richting) tussen achter elkaar liggende datareeksen bij 2.5-D sub-types (niet zinvol – standaard 150).

Gap width

Ruimte (X-richting) tussen de staven van verschillende categorieën (standaard 150).

Chart depth

Diepte (Y-richting) van de datareeksen bij 2.5-D sub-types (standaard 100).

Series lines

Verbind de datapunten van eenzelfde datareeks met lijntjes (enkel bij 2-D staven op elkaar – standaard niet aangekruist).

Vary colors by point

Wijzig de kleur bij opeenvolgende datapunten (enkel bij slechts één datareeks – standaard niet aangekruist).

5.10.4 Het Line chart type

zeven subtypes lijngrafieken

Het Line chart type heeft zeven sub-types: zes 2-D en één 2.5-D sub-type (figuur 49).

De waarden worden door met lijnen verbonden punten voorgesteld. Bij het 2.5-D sub-type worden de lijnen een soort linten.

Hierbij wordt vooral de continue evolutie beklemtoond, vaak in de tijd (wanneer opeenvolgende waarden in de tabel met opeenvolgende tijdstippen overeenstemmen). De waarden op de X-as worden nochtans niet als getallen opgevat (in tegenstelling tot de XY charts – zie infra). Hun onderlinge afstand heeft geen andere betekenis dan een volgorde.

De lijn grafiek wordt vrij veel gebruikt, vaak in combinatie met een kolom grafiek. Het op elkaar stapelen van lijnen is mogelijk, maar verwarrend en dus niet gebruikelijk. Men zal dan eerder naar het Area chart type uitwijken.

Er zijn 7 sub-types:

2-D lijnen naast elkaar zonder symbolen.

2-D lijnen op elkaar zonder symbolen.

2-D lijnen procentueel op elkaar zonder symbolen.

2-D lijnen naast elkaar met symbolen.

2-D lijnen op elkaar met symbolen.

2-D lijnen procentueel op elkaar met symbolen.

2.5-D lijnen naast elkaar.

In de Chart Type lijst in de Chart toolbar zijn er knoppen voor sub-types 1 en 7 (lijnen naast elkaar zonder symbolen).

Het Format Data Series dialoogvenster heeft zes tabbladen bij 2-D sub-types (Patterns, Axis, Y Error Bars, Data Labels (Show value, Show label), Series Order en Options), en vijf tabbladen bij 2.5-D sub-types (Patterns, Shapes, Data Labels (Show value, Show label) en Options).

De keuzemogelijkheden in het Options tabblad zijn:

Gap depth

Ruimte (Y-richting) tussen achter elkaar liggende datareeksen bij 2.5-D sub-type (niet zinvol – standaard 150).

Gap width

Ruimte (X-richting) tussen de datapunten van verschillende categorieën bij 2-D sub-types (standaard 150).

Chart depth

Diepte (Y-richting) van de datareeksen bij 2.5-D sub-type (standaard 100).

Drop lines

Verticale lijnen tussen de datapunten en de X-as (standaard niet aangekruist).

Vary colors by point

Wijzig de kleur bij opeenvolgende datapunten (enkel bij slechts één datareeks – standaard niet aangekruist).

High-low lines

Verticale lijntjes geven het verschil aan tussen de hoogste en laagste waarden bij 2-D sub-types (standaard niet aangekruist).

Up-down bars

Verticale staafjes geven het verschil aan tussen de waarden van de eerste en de laatste daatreeks bij 2-D sub-types (standaard niet aangekruist).

5.10 5 Het Pie chart type

zes subtypes taartgrafieken
figuur 50: De Pie chart sub-types

Het Pie chart type heeft zes sub-types: vier 2-D en twee 2.5-D sub-types (figuur 50).

Het taart diagram geeft een proportionele grootte tegenover het geheel weer. Er zijn geen assen. Er wordt slechts één datareeks getoond. Wanneer er meer datareeksen zijn geselecteerd, wordt enkel de eerste getoond. Wil je meer datareeksen tegelijk zien, dan moet je de Doughnut chart (ring diagram) gebruiken.

Er zijn 6 sub-types:

2-D taart

2.5-D taart.

2-D taart van taarten (pie of pies). De laatste datareeksen worden gebundeld tot één datareeks. Hun onderlinge verhouding wordt in een secundaire kleinere taart getoond.

2-D taart met uitspringende stukken.

2.5-D taart met uitspringende stukken.

2-D staaf van taarten (bar of pies) De laatste datareeksen worden gebundeld tot één datareeks. Hun onderlinge verhouding wordt in secundaire verticaal op elkaar gestapelde staven getoond.

In de Chart Type lijst in de Chart toolbar zijn er knoppen voor sub-types 1 en 2 (gewone taarten).

Het Format Data Series dialoogvenster heeft vier tabbladen bij 2-D sub-types (Patterns, Axis, Data Labels (Show value, Show percent, Show label, Show label and percent) en Options), en drie tabbladen bij 2.5-D sub-types (Patterns, Data Labels (Show value, Show percent, Show label, Show label and percent) en Options).

De keuzemogelijkheden in het Options tabblad zijn:

Angle of first slice

Hoek van het eerste datapunt met de verticale lijn bij gewone en uitspringende taarten (standaard 0°).

Split series by

Geef aan welk deel in een secundaire taart of staven moet worden voorgesteld bij pie of pies en bar of pies. De mogelijke keuzes zijn: Position (standaard), Value, Percent Value en Custom.

Second plot contains the last

Aantal datapunten in de secundaire taart of staven bij pie of pies en bar of pies.

Size of second plot

Relatieve grootte van de secundaire taart of staven bij pie of pies en bar of pies (standaard 75).

Series lines

Verbind de primaire taart en de secundaire taart of staven met lijntjes bij pie of pies en bar of pies (standaard aangekruist).

Vary colors by slice

Wijzig de kleur bij opeenvolgende datapunten (standaard aangekruist).

Gap width

Ruimte tussen de primaire taart en de secundaire taart of staven bij pie of pies en bar of pies (standaard 100).

5.10.6 Het XY (Scatter) chart type

Het XY of Scatter chart type heeft vijf 2-D sub-types (figuur 51).

De waarden worden in een tweedimensionale ruimte afgebeeld met twee waarde assen: de X-as en de Y-as. Bij de column, bar, line en area chart types worden de waarden langs de X-as steeds even ver van elkaar getoond, welke ook hun grootte is. Bij het XY chart type worden de waarden in functie van hun grootte op de X-as getoond, juist zoals op de Y-as. Dit vormt het fundamentele onderscheid met de line chart types. Het is bij XY charts vaak niet aangewezen de waarden door lijnen te verbinden.

De XY grafiek wordt zeer vaak gebruikt bij wiskundige en wetenschappelijke grafieken.

vijf subtypes plotgrafieken
figuur 51: De XY (Scatter) chart sub-types

Er zijn 5 sub-types:

Enkel symbolen.

Vloeiende lijnen met symbolen.

Vloeiende lijnen zonder symbolen.

Rechte lijnen met symbolen.

Rechte lijnen zonder symbolen.

In de Chart Type lijst in de Chart toolbar is er een knop voor sub-type 1 (enkel symbolen).

Het Format Data Series dialoogvenster heeft zeven tabbladen (Patterns, Axis, X Error Bars, Y Error Bars, Data Labels (Show value, Show label), Series Order en Options.

De enige keuzemogelijkheid in het Options tabblad is:

Vary colors by point

Wijzig de kleur bij opeenvolgende datapunten (enkel bij slechts één datareeks – standaard niet aangekruist).

5.10.7 Het Area chart type

zes subtypes ingekleurde lijngrafieken
figuur 52: De Area chart sub-types

Het Area chart type heeft zes sub-types: drie 2-D, twee 2.5-D en één 3-D sub-type (figuur 52).

De waarden worden door oppervlakken voorgesteld.

Hierbij meestal continue wijzigingen beklemtoond, vaak in de tijd (wanneer opeenvolgende waarden in de tabel met opeenvolgende tijdstippen overeenstemmen).

De oppervlak grafiek wordt vooral gebruikt om oppervlakken op elkaar te stapelen, als een continu alternatief voor een stacked column chart.

Het niet op elkaar stapelen van oppervlakken is mogelijk, maar ze overlappen elkaar dan. Dit is verwarrend en dus niet gebruikelijk. Men zal dan eerder naar het Line chart type uitwijken.

Er zijn 6 sub-types:

2-D oppervlakken die elkaar overlappen.

2-D oppervlakken op elkaar.

2-D oppervlakken procentueel op elkaar.

3-D oppervlakken achter elkaar.

2.5-D oppervlakken op elkaar.

2.5-D oppervlakken procentueel op elkaar.

In de Chart Type lijst in de Chart toolbar zijn er knoppen voor sub-types 2 en 4 (oppervlakken op en achter elkaar).

Het Format Data Series dialoogvenster heeft zes tabbladen bij 2-D sub-types (Patterns, Axis, Y Error Bars, Data Labels (Show value, Show label), Series Order en Options), vier tabbladen bij 2.5-D en 3-D sub-types (Patterns, Data Labels (Show value, Show label), Series Order en Options).

De keuzemogelijkheden in het Options tabblad zijn:

Gap depth

Ruimte (Y-richting) tussen achter elkaar liggende datareeksen bij 2.5-D (niet zinvol) en 3-D sub-types (standaard 150).

Chart depth

Diepte (Y-richting) van de datareeksen bij 2.5-D en 3-D sub-type (standaard 100).

Drop lines

Verticale lijnen tussen de datapunten en de X-as (standaard niet aangekruist).

5.10.8 Het Doughnut chart type

twee subtypes holle taartgrafieken
figuur 53: De Doughnut chart subtypes

Het Doughnut chart type heeft twee sub-types: twee 2-D sub-types (figuur 53).

Het ring diagram geeft een proportionele grootte tegenover het geheel weer. Er zijn geen assen. Er worden meerdere datareeksen getoond. Hierin ligt het verschil met taart diagrammen. Standaard hebben datapunten van een zelfde categorie dezelfde kleur en niet datapunten van eenzelfde datareeks.

Er zijn 2 subtypes:

2-D ring

2-D ring met uitspringende stukken van de buitenste datareeks.

In de Chart Type lijst in de Chart toolbar is er een knop voor sub-type 1 (gewone ringen).

Het Format Data Series dialoogvenster heeft vijf tabbladen (Patterns, Axis, Data Labels (Show value, Show percent, Show label, Show label and percent), Series order en Options).

De keuzemogelijkheden in het Options tabblad zijn:

Angle of first slice

Hoek van het eerste datapunt met de verticale lijn bij gewone en uitspringende taarten (standaard 0°).

Doughnut hole size

De grootte van het gat binnen de ringen (standaard 50%)

Vary colors by slice

Wijzig de kleur bij opeenvolgende datapunten (standaard aangekruist).

5.10.9 Het Radar chart type

drie subtypes spinnewebgrafieken
figuur 54: De Radar chart sub-types

Het Radar chart type heeft drie 2-D sub-types (figuur 54).

In een radar grafiek wordt de grootte van de waarden ten opzichte van een centraal punt uitgezet langs evenveel assen als er categorieën zijn. Dit chart type wordt niet erg veel gebruik en bij voorkeur bij weinig datareeksen met weinig datapunten.

Er zijn 3 sub-types:

2-D radar zonder symbolen

2-D radar met symbolen

2-D radar met overlappende oppervlakken.

In de Chart Type lijst in de Chart toolbar is er een knop voor sub-type 1 (radar zonder symbolen).

Het Format Data Series dialoogvenster heeft vijf tabbladen (Patterns, Axis, Data Labels (Show value, Show label), Series order en Options).

De keuzemogelijkheden in het Options tabblad zijn:

Category labels

Vermeld de namen van de categorieën aan (standaard aangekruist).

Vary colors by point

Wijzig de kleur bij opeenvolgende datapunten (enkel bij slechts één datareeks – standaard niet aangekruist).

5.10.10 Het Surface chart type

vier subtypes oppervlak-grafieken
figuur 55: De Surface chart sub-types

Het Surface chart type heeft vier sub-types: twee 2-D en twee 3-D sub-types (figuur 55).

In een oppervlakte grafiek worden gegevens zoals op een landkaart uitgezet met hoogtelijnen. Deze kunnen in een vlak liggen of gevormd worden door verticale staven die door oppervlakken worden overspannen. Kleuren worden gebruikt om hoogtebanden aan te duiden, zoals op landkaarten. Er zijn minstens twee datareeksen nodig.

Er zijn 3 sub-types:

3-D oppervlaktes met hoogtelijnen en kleuren.

3-D oppervlaktes met enkel hoogtelijnen.

2-D oppervlaktes met hoogtelijnen en kleuren

2-D oppervlaktes met enkel hoogtelijnen.

In de Chart Type lijst in de Chart toolbar is er een knop voor sub-type (3-D oppervlaktes met hoogtelijnen en kleuren).

Er is geen Format Data Series dialoogvenster!

5.10.11 Het Bubble chart type

twee subtypes bellengrafieken
figuur 56: De Bubble chart sub-types

Het Bubble chart type heeft twee 2-D sub-types (figuur 56).

Een bellen diagram is een soort driedimensionale XY grafiek. De X-as en Y-as zijn allebei waarde-assen. De waarden van de derde dimensie worden niet op een Z-as uitgezet, maar door de grote van schijfjes aangeduid.

Per naam in de legende zijn er drie datareeksen, maar de eerste is gemeenschappelijk voor alle namen.

Wanneer je de datareeksen in kolommen voorstelt bouw je de tabel voor een bellen diagram als volgt op:

  1. In de eerste kolom plaats je de gemeenschappelijke waarden voor de X-as (X Values in het Series tabblad van het Data Source dialoogvenster bij elke Series).
  2. Boven de tweede kolom plaats je de naam van de eerste grootheid (voor de legende) (Name in het Series tabblad van het Data Source dialoogvenster).
  3. In de tweede en derde kolom plaats je de waarden voor de Y-as en de Z-as (voorgesteld door de grootte van de bellen) die horen bij de eerste grootheid (Y Values en Sizes in het Series tabblad van het Data Source dialoogvenster).
  4. Boven de vierde kolom plaats je de naam van de tweede grootheid (voor de legende) (Name in het Series tabblad van het Data Source dialoogvenster).
  5. In de vierde en vijfde kolom plaats je de waarden voor de Y-as en de Z-as (voorgesteld door de grootte van de bellen) die horen bij de tweede grootheid (Y Values en Sizes in het Series tabblad van het Data Source dialoogvenster).
  6. Boven de zesde kolom plaats je de naam van de derde grootheid (voor de legende) (Name in het Series tabblad van het Data Source dialoogvenster).
  7. In de zesde en zevende kolom plaats je de waarden voor de Y-as en de Z-as (voorgesteld door de grootte van de bellen) die horen bij de derde grootheid (Y Values en Sizes in het Series tabblad van het Data Source dialoogvenster).
  8. enz.
  9. Je voert op de cellen boven de kolommen best twee aan twee een Merge and Center bewerking uit en brengt kaders aan.

Voorbeeld:

Stel een bellen diagram op met voor drie ploegen (Lierse, Moeskroen, Germinal) de uitslagen van de eerste vijf speeldagen in de competitie. Op de X-as worden de speeldagen vermeld, op de Y-as het aantal gemaakte doelpunten, op de Z-as het aantal geïncasseerde doelpunten. Een ploeg die veel doelpunten maakt zal de bellen van zijn kleur hoog zien staan. Een ploeg die veel doelpunten incasseert zal grote bellen zien staan. Bellen zullen elkaar echter overlappen. Hieraan kan je iets doen door de bellen een gekleurde rand en een doorzichtig oppervlak te geven. De bellen van ploegen met dezelfde uitslag op dezelfde speeldag zullen elkaar dan echter nog steeds overlappen! De bel van een ploeg die geen tegendoelpunten incasseert heeft een grootte 0.

Er zijn 2 sub-types:

Bellen.

Bellen met 3-D effect.

In de Chart Type lijst in de Chart toolbar is er een knop voor sub-type 1 (gewone bellen).

Het Format Data Series dialoogvenster heeft zeven tabbladen (Patterns, Axis, X Error Bars, Y Error Bars, Data Labels (Show value, Show label, Show bubble sizes), Series order en Options).

De keuzemogelijkheden in het Options tabblad zijn:

Size represents

De grootte van de waarden in de tweede datareeks bepaalt de oppervlakte (Area of bubbles – standaard ) of de diameter (Width of bubbles) van de bellen.

Scale bubble size to

Geef de schaal van de grootte van de bellen t.o.v. de standaard waarde aan (standaard 75%).

Show negative bubbles

Toon bellen met een negatieve waarde (standaard niet aangekruist).

Vary colors by point

Wijzig de kleur bij opeenvolgende datapunten (enkel bij slechts één paar (Y,Z) datareeksen – standaard niet aangekruist).

5.10.12 Het Stock chart type

vier subtypes aandelengrafieken
figuur 57: De Stock chart sub-types

Het Stock chart type heeft vier 2-D sub-types (figuur 57).

Deze sub-types zijn speciale gevallen van Line of Column/Line Combination charts, gebruikt om de evolutie van de koersen aandelen op de beurs bij te houden

Er zijn 4 sub-types:

High-Low-Close. Dit is een Line chart bestaande uit drie datareeksen, die in volgorde de hoogste, de laagste en de slotkoers van de aandelen aangeven. De hoogste en laagste koers worden verbonden door een verticaal lijntje (High-low line); de slotkoers wordt voorgesteld door een symbool in de vorm van een horizontaal streepje.

Open-High-Low-Close. Dit is een Line chart bestaande uit vier datareeksen, die in volgorde de openingskoers, de hoogste, de laagste en de slotkoers van de aandelen aangeven. De hoogste en laagste koers worden verbonden door een verticaal lijntje (High-low line); de openingskoers en slotkoers worden verbonden door een verticaal staafje (Up-down bar).

Volume-High-Low-Close. Dit is een Column/Line chart bestaande uit vier datareeksen, die in volgorde het volume en de hoogste, de laagste en de slotkoers van de aandelen aangeven. Het volume wordt voorgesteld in een Column chart op de primaire Y-as; de koersen worden voorgesteld door een Line chart op de secundaire Y-as. De hoogste en laagste koers worden verbonden door een verticaal lijntje (High-low line); de slotkoers wordt voorgesteld door een symbool in de vorm van een horizontaal streepje.

Volume-Open-High-Low-Close. Dit is een Column/ Line chart bestaande uit vijf datareeksen, die in volgorde het volume en de openingskoers, de hoogste, de laagste en de slotkoers van de aandelen aangeven. Het volume wordt voorgesteld in een Column chart op de primaire Y-as; de koersen worden voorgesteld door een Line chart op de secundaire Y-as. De hoogste en laagste koers worden verbonden door een verticaal lijntje (High-low line); de openingskoers en slotkoers worden verbonden door een verticaal staafje (Up-down bar).

In de Chart Type lijst in de Chart toolbar is er geen knop voor stock charts.

De Format Data Series dialoogvensters zijn die van de line en column chart types, waaruit de stock charts zijn opgebouwd.

5.10.13 De Cylinder, Cone en Pyramid chart types

zeven subtypes cilindervormige staafgrafieken zeven subtypes kegelvormige staafgrafieken zeven subtypes piramidevormige staafgrafieken
figuur 58: De Cylinder, Cone en Pyramid chart sub-types

Het Cylinder, Cone en Pyramid chart types hebben elk zeven sub-types: zes 2.5-D en één 3-D sub-type (figuur 58).

Het zijn varianten van de 2.5-D en 3-D Column en Bar chart sub-types, waarbij de staven niet door balkvormige staven, maar door cilindrische, kegelvormige en piramidale staven worden voorgesteld.

Je kan de vorm van de staaf bepalen in het Shapes tabblad van het Format Data Series dialoogvenster (figuur 59). Hierin heb je zes keuzes: 1. balk (Column of Bar), 2. piramide (Piramid), 3. afgeknotte piramide (Piramid), 4. cilinder (Cylinder), 5. kegel (Cone) en 6. afgeknotte kegel (Cone).

Shape - Column shape: 4e vorm van 6 (cilinders)
figuur 59: Het Shape tabblad van het Format Data Series dialoogvenster

Er zijn 7 sub-types:

2.5-D verticale cilinders, kegels of piramiden naast elkaar.

2.5-D verticale cilinders, kegels of piramiden op elkaar.

2.5-D verticale cilinders, kegels of piramiden procentueel op elkaar.

2.5-D horizontale cilinders, kegels of piramiden naast elkaar.

2.5-D horizontale cilinders, kegels of piramiden op elkaar.

2.5-D horizontale cilinders, kegels of piramiden procentueel op elkaar.

3-D verticale cilinders, kegels of piramiden achter elkaar.

In de Chart Type lijst in de Chart toolbar zijn er knoppen voor sub-type 7 (verticale cilinders, kegels en piramides achter elkaar).

Het Format Data Series dialoogvenster heeft vijf tabbladen (Patterns, Shapes, Data Labels (Show value, Show label) en Options).

De keuzemogelijkheden in het Options tabblad zijn:

Gap depth

Ruimte (Y-richting) tussen achter elkaar liggende datareeksen (standaard 150).

Gap width

Ruimte (X-richting) tussen de kolommen van verschillende categorieën (standaard 150).

Chart depth

Diepte (Y-richting) van de datareeksen (standaard 100).

Vary colors by point

Wijzig de kleur bij opeenvolgende datapunten (enkel bij slechts één datareeks – standaard niet aangekruist).

5.10.14 De Built-in Custom chart types

In het Custom Types tabblad van het Chart Type dialoogvenster vindt je 20 Built-in Custom chart types. Deze hebben vaak een speciale afwerking.

Logarithmic

Een 2-D Line chart met logaritmische schaal op de Y-as.

Smooth Lines

Een 2-D Line chart met vloeiende lijnen.

Column/Area

Een 2-D Combination chart met oppervlakken op elkaar en kolommen naast elkaar op dezelfde as.

Line/Column

Een 2-D Combination chart met kolommen naast elkaar en lijnen op dezelfde as.

Line/Column on 2 Axes

Een 2-D Combination chart met kolommen naast elkaar en lijnen op twee assen.

Line/Line on 2 Axes

Een 2-D Combination chart met lijnen op twee assen.

Columns with Depth

Een 2.5-D Column chart met vergrote Chart Depth.

Cones

Een 3-D Cone chart met afgeknotte kegels.

B&W Pie

Een zwart-witte 2-D Pie chart met labels en percenten.

B&W Area

Een zwart-witte 2-D Area chart met de oppervlakken op elkaar en felle kleuren.

B&W Column

Een zwart-witte 2-D Column chart met elkaar gedeeltelijk overlappende kolommen naast elkaar, een Data Table en vloeiende grijstinten.

B&W Line - Timescale

Een zwart-witte 2-D Line chart met een Time-scale type X-as en vloeiende grijstinten.

Stack of Colors

Een 2-D Colum chart met procentuele kolommen op elkaar, de legende onderaan en vloeiende kleuren.

Outdoor Bars

Een 2-D Bar chart met Value data labels en vloeiende kleuren.

Blue Pie

Een 2-D Pie chart met uitspringende stukken en vleoeiende blauwe kleuren.

Colored Lines

Een 2-D Line chart met de legende onderaan en felle quasi-reflecterende kleuren.

Floating Bars

Een 2.5-D Bar chart met enkel horizontale High-Low Bars en vloeiende kleuren

Pie Explosion

Een 2.5-D Pie chart met uitspringende stukken en vloeiende kleuren.

Tubes

Een 2.5-D Cylinder chart met horizontale cilinders op elkaar, data labels, de legende onderaan en vloeiende kleuren.

Area Blocks

Een soort 3-D Area chart, geroteerd zodat de Category axis naar binnen en de Series axis naar links wijst, en felle kleuren.

5.10.15 De User-defined Custom chart types

Je kan ook zelf chart types definiëren, ze toevoegen aan of kiezen uit de User-defined lijst in het Custom Types tabblad van het Chart Type dialoogvenster.

De User-defined lijst bevat oorspronkelijk één chart type, Default. Dit is het eerste sub-type van het Column chart type met 2-D kolommen naast elkaar.

Je kan zelf een chart opstellen, deze selecteren en het commando

Chart, Chart Type…

kiezen. Vervolgens klik je het Custom Types tabblad en kies je de User-defined lijst. Je kan nu het in het werkblad geselecteerde chart type aan de lijst toevoegen met de Add… knop.

Add Custom Chart Type - Name: Stacked Column, Description: Stacked Column chart with Legend in the bottom
figuur 60: Het Add Custom Chart Type dialoogvenster

In het Add Custom Chart Type dialoogvenster (figuur 60) kan je een naam (Name) en beschrijving (Description) opgeven. Daarna wordt de zelf gedefinieerde chart met de opgegeven naam in de User-defined lijst van het Custom Types tabblad opgenomen.

Ook kan je een chart type in de lijst klikken en het verwijderen met de Delete knop of omvormen tot Default type met de Set as default chart knop.

Opmerkingen:


inhoud vorige volgende