inhoud vorige volgende

7. Examenuitslagen beheren

In dit hoofdstuk zal je een aantal werkbladen opstellen waarin je examenresultaten worden verwerkt. Deze worden bewaard in het werkboek Examens.xls.

De volgende zaken worden behandeld:

Vraag het bestand Examen.xls op in P:\Excel 97 en bewaar het op je I: schijf.

7.1 Het werkblad opstellen en afwerken (*)

Het werkblad Studentenlijst bevat een titel, een lijst met studenten, met vakken en met punten op 20. Elk vak krijgt een aantal studiepunten, waarmee je de punten moet vermenigvuldigen vóór ze worden opgeteld. Het resultaat is het totaal. Ook het percentage wordt berekend. Als aanwijzing voor een eventuele deliberatie zal je het aantal punten onder 10 berekenen. De studenten worden in drie klassen opgedeeld:

Examenuitslagen (16 studenten, hun punten, percentages, tekorten en deliberatieklasse
figuur 1: Het werkblad 'Studentenlijst 1'

De naam van deze klasse wordt als voorstel tot besluit vermeld. Alle onvoldoendes worden in een speciale kleur (rood) aangeduid. Je bekomt dan een werkblad met de gedaante van het werkblad Studentenlijst 1 (figuur 1). Hierin zijn kolommen Q:AC met tussenresultaten verborgen.

Het is de bedoeling de gegevens (punten) niet rechtstreeks in het werkblad in te vullen, maar via speciale dialoogvensters. Je zal dit uiteindelijk realiseren aan de hand van de commando's uit het Data menu. Bij het opbouwen van het werkblad zal je de gegevens nochtans rechtstreeks invullen om de berekeningen te kunnen verifiëren.

7.1.1 De tekst en gegevens invullen (*)

Voer de gegevens in tot aan de kolom van de percentages. Het is bij tabellen echter vervelend dat je geen overzicht kan bewaren omdat niet alles tezamen op het werkblad gaat. Daarom is het aan te raden reeds in een eerste fase een aantal speciale maatregelen te nemen. Deze zijn:

7.1.2 De formules voor de totalen en percentages aanbrengen (*)

Het totaal van een student wordt berekend als de som van de producten van de punten en de studiepunten uit dezelfde kolom. Excel heeft hiervoor een speciale functie, SUMPRODUCT, die zich in de Math & Trig categorie van het Paste Function dialoogvenster bevindt. Breng deze aan voor de eerste student en kopieer ze daarna met de fill handle voor de overige studenten. Bereken het percentage als een getal tussen 0 en 100. Je verkrijgt de formule door het totaal te delen door het product van het totale aantal studiepunten (60, in O4) en te vermenigvuldigen met 5. Het maximaal te behalen totaal aantal punten bedraagt immers 20 maal het totale aantal studiepunten.

Bij het gebruik van de SUMPRODUCT functie worden als argumenten opgegeven:

SUMPRODUCT(array1,array2)

De arrays (vectoren) duiden op ranges met één rij of één kolom en allemaal evenveel cellen. Het zijn de rijen met de gewichten en de punten. De range van de studiepunten staat in rij 4 voor elke student; je moet die dus door een absolute referentie voorstellen. De range van de punten staat in dezelfde rij als het totaal voor elke student; je moet die dus door een relatieve referentie voorstellen.

In de formule voor het percentage heb je eveneens een relatieve en een absolute referentie.

De uit te voeren acties zijn:

O5:

=SUMPRODUCT($B$4:$N$4,B5:N54) (Paste Function knop

P5:

=ROUND(5*O5/$O$4,0)

O5:P5:

sleep fill handle naar O5:P20

Opmerkingen:

7.1.3 Het venster opsplitsen in panes (*)

De tabel is nu zo groot geworden, dat hij niet meer op het scherm past. Het is meestal aangewezen dat de hoofden van de rijen (kolom A) en kolommen (rijen 3 en 4) steeds in beeld blijven. Daarom zal je het venster in deelvensters of panes verdelen. Hiervoor gebruik je de commando's van het Window menu.

Het Window menu bevat de volgende commando's:

Window menu

New Window

Open een nieuw venster voor het geactiveerde document.

Arrange...

Schik de geopende vensters.

Hide

Verberg het geactiveerde venster.

Unhide...

Toon en verborgen venster opnieuw.

Split

Splits het geactiveerde venster in twee of vier delen, panes genaamd. Je kan in elk deel afzonderlijk scrollen met de schuifbalk.

Freeze Panes

Maak het scrollen in de bovenaan en links gelegen panes onmogelijk. Hun rijen of kolommen blijven permanent in beeld.

window

Activeer dit venster.

Je hebt reeds gezien dat je meerdere vensters van een zelfde werkboek kan openen en schikken met de commando's

Window, New Window en Window, Arrange....

De combinatie van deze commando's vormt de enige oplossing wanneer je dezelfde cellen door twee vensters wilt bekijken.

Wanneer je echter ver uit elkaar gelegen cellen van een zelfde werkblad samen in beeld wil hebben op een gesynchroniseerde wijze, heb je hiervoor twee andere commando's.

Wanneer je een cel in een venster activeert, kan je met het commando

Window, Split

het werkblad in vier deelvensters splitsen, panes genaamd, links van en boven de geactiveerde cel. De scheiding wordt aangegeven door de horizontale en/of verticale split bar in de vorm van een dubbele lijn. Indien de geactiveerde cel zich vóór het opsplitsen in de bovenste zichtbare rij of de meest linkse zichtbare kolom bevindt wordt het venster enkel in twee verticale of horizontale panes gesplitst. De cell pointer bevindt zich in de pane rechts onderaan. Wanneer je de cell pointer verticaal beweegt zullen op een zeker ogenblik de rijen in zijn pane en in de pane links ervan beginnen te scrollen, terwijl de rijen in de andere twee panes niet scrollen. Een analoge zaak doet zich voor wanneer je horizontaal scrolt en wanneer je de cell pointer in één van de andere panes beweegt. Op deze wijze kan je ver uit elkaar liggende cellen samen in beeld brengen, maar horizontaal naast elkaar liggende cellen zullen in alle panes steeds hetzelfde rijnummer hebben, en verticaal naast elkaar liggende cellen zullen in alle panes steeds hetzelfde kolomnummer hebben. De panes zullen steeds synchroon scrollen.

Opmerkingen:

Met het commando

Window, Freeze Panes

kan je het werkblad eveneens links van en boven de geactiveerde cel in twee of vier panes opsplitsen, waarbij het echter niet mogelijk is verticaal te scrollen in de bovenste panes of horizontaal te scrollen in de linkse panes. Enkel in de pane rechtsonderaan kan je nog volledig vrijuit scrollen. Nu is de scheidingslijn tussen de panes een horizontale en/of verticale lijn. Het is nu niet mogelijk dat cellen of de cell pointer in meer dan één pane voorkomen. Op deze wijze kan je ervoor zorgen dat de bovenste rijen en de meest linkse kolommen vast in beeld blijven. Dit is vaak handig, omdat ze meestal titels voor kolommen of rijen bevatten, die de betekenis verklaren.

Opmerkingen:

Activeer de eerste cel met punten en bevries de rijen er boven en de kolom links ervan:

B5:

Window, Freeze Panes

7.1.4 De logische functies (*)

Je moet nog twee kolommen opstellen met daarin de som van de tekorten en een besluit: geslaagd, deliberatie of niet geslaagd. Deze kolommen hebben echter de referenties AD en AE. In de 13 tussenliggende verborgen kolommen wordt voor elk van de 13 vakken het aantal punten onder 10 berekend. Zo zal voor de eerste student in cel Q5 het tekort voor Sociologie staan, in cel R5 het tekort voor Financiële Algebra enz. Je zal de formule voor elke student en elk vak kunnen kopiëren, wanneer je haar met relatieve referenties opstelt. In kolom AD worden dan de 13 tekorten opgeteld. In de AE kolom wordt aan de hand van het percentage en het totale tekort beslist of de student wordt voorgedragen om te slagen.

Je mag hier echter niet zomaar de formule =10-punten invullen, omdat dan quotaties boven 10 tot een negatief resultaat leiden. Je moet hier twee verschillende formules gebruiken:

Hiervoor heb je de IF functie. Deze bevindt zich in de Logical Function categorie van het Paste Function dialoogvenster en heeft drie argumenten:

IF(logical_test,value_if_true,value_if_false)

Twee van de vijf overige logische functies vullen een logische waarde in en hebben geen argumenten:

TRUE()

logische waarde TRUE (waar, ja).

FALSE()

logische waarde FALSE (onwaar, neen).

De overige drie maken het mogelijk de logische bewerkingen uit de Booleaanse Algebra uit te voeren:

AND(logical1,logical2,...)

TRUE indien elke voorwaarde in de argumenten vervuld is; FALSE indien minstens één voorwaarde in de argumenten niet vervuld is.

OR(logical1,logical2,...)

TRUE indien minstens één voorwaarde in de argumenten vervuld is; FALSE indien alle voorwaarden in de argumenten niet vervuld zijn.

NOT(logical)

TRUE indien de voorwaarde in het argument FALSE is; FALSE indien de voorwaarde in het argument TRUE is.

Je kan logische functies als argument van een andere logische functie gebruiken. Op deze wijze kan je complexe voorwaarden opstellen.

7.1.5 De formules opstellen (*)

Gebruik de logische functies bij het opstellen van de formules voor de tekorten en het voorstel tot slagen. Geef ook aan elke kolom een kolomhoofd in rij 3:

Q3:

="tekort "&B3, sleep fill handle naar Q3:AC3

AD3:

som tekorten

AE3:

klasse

B3:

Format Painter knop, Q3:AE3

P1:

sleep naar AE1

Q:AD:

dubbelklik de rechterrand van een geselecteerd kolomhoofd

Q5:

=IF(B5<10,10-B5,0), sleep fill handle naar Q5:AC5

AD5:

=SUM(Q5:AC5)

AE5:

=IF(P5>=50,
IF(OR(AD5=0,AND(P5>=55,AD5<=3)),"geslaagd" , "deliberatie" ),

"niet geslaagd")

Center knop

Q5:AE5:

sleep naar Q5:AE20

AE:AE:

dubbelklik de rechterrand van het kolomhoofd

De formules met logische functies vragen enige verklaring:

IF: Logical_test P5>=0 etc.
figuur 2: De afgewerkte IF function - dialoogvenster en formulebalk

Opmerkingen:

7.1.6 De kolommen met tekorten verbergen (*)

De verdere afwerking bestaat uit drie delen: Verberg de overbodige kolommen, beklemtoon de onvoldoendes door ze in een rode kleur te plaatsen, brengen kaders en achtergrondkleuren aan en herschik de titels.

De kolommen met de tekorten voor een vak worden beter niet getoond. Verberg ze dus:

Q:AC:

Format, Column, Hide (of sleep de rechterrand van één van de geselecteerde kolomhoofden tot voorbij de linkerrand)

Opmerking:

7.1.7 Tekorten in rood aangeven (*)

Je kan nu onvoldoendes in het rood aangeven op drie plaatsen: individuele punten onder 10, percentages onder 50 en een som van tekorten groter dan 3. Plaats daarenboven de klasse in een kleur: groen voor geslaagd, oranje voor deliberatie en rood voor niet geslaagd.

Excel heeft twee mogelijkheden om dit te realiseren:

Breng met deze tweede methode de gepaste kleuren aan:

B5:N20:

Format, Condtional Formatting…,
Cell value is less then 10, Format,…, Font tabblad, Color: Red

P5:P20:

Format, Condtional Formatting…,

Cell value is less then 50, Format,…, Font tabblad, Color: Red

AD5:AD20:

Format, Condtional Formatting…,
Cell value is greater then 3, Format,…, Font tabblad, Color: Red

AE5:AE20:

Format, Condtional Formatting…,
Cell value is equel to "geslaagd", Format,…, Font tabblad, Color: Green, Add>>
Cell value is equel to "deliberatie"
, Format,…, Font tabblad, Color: Orange, Add>>
Cell value is equel to "niet geslaagd"
, Format,…, Font tabblad, Color: Red

7.1.8 Kaders en achtergrondkleuren aanbrengen (*)

Houd dezelfde stijl aan als bij de vorige werkbladen: breng een halfdikke lijn rond het werkblad en scheid de onderdelen die van betekenis verschillen door dunne lijnen en verwijder daarna de rasters:

A1:AE21:

Borders knop: knop 12 (halfdikke lijn rond de buitenkant)

A3:AE21:

Format, Cells…, Border tabblad, halfdikke lijn, Outline knop, dunne lijn, klik verticale lijn in het midden

A4:AE4:

Borders knop: knop 7 (dunne lijn boven en onder de range)

 

Tools, Options..., View tabblad, verwijder de aankruising van Gridlines

Opmerking:

Vervolgens maak je het tabelhoofd licht blauw en de gegevens licht geel. Je kan dit doen met de Color lijst:

A3:AE4:

Fill Color knop: Light Turquoise

A5:AE20:

Fill Color knop: Light Yellow

De gele kleur is echter nog aan de donkere kant. Het Patterns tabblad van het Format dialoogvenster bevat een lichter geel. Breng dit als volgt aan:

A5:AE20:

Format, Cells..., Patterns tabblad, Color: Ivory

Op deze wijze zal de leesbaarheid van de tekst niet worden gehinderd door de achtergrondkleur.

Bekijk vervolgens het werkblad in Full Screen mode en bewaar het werkboek Examens.xls.

Opmerkingen:

7.2 De studentenlijst beheren (*)

Je kan studenten en punten toevoegen, wijzigen en verwijderen met de gewone spreadsheet commando's. Excel heeft echter de mogelijkheid om dit op een meer gebruiksvriendelijke manier te doen met de zogenaamde database commando's uit het Data menu.

Het Data menu bevat de volgende commando's:

Data menu

Sort…

Sorteer records uit een data list of range in stijgende of dalende volgorde.

Filter

Selecteer records uit een data list. Dit submenu bevat de commando's AutoFilter, Advanced Filter… en Show All.

Form…

Doe aan gegevensinvoer via een invulformulier.

Subtotals…

Berekend subtotalen.

Validation…

Leg regels op waaraan invoer van gegevens moet voldoen.

Table…

Stel een data table op.

Text to Columns…

Zet tekst om in kolommen.

Template Wizard…

Maak een database van een Excel werkboek.

Consolidate…

Consolideer gegevens uit verschillende werkbladen of werkboeken.

Group and Outline

Groepeer gegevens en toon of verberg details. Dit submenu bevat de commando's Hide Detail, Show Detail, Group…, Ungroup…, Auto Outline, Clear Outline en Settings.

Pivot Table Report…

Maak en beheer een pivot table (draaitabel).

Get External Data…

Importeer gegevens uit een externe database in een Excel werkblad.

Refresh Data

Breng de gegevens, afkomstig uit een externe database, in het werkboek up to date.

Het is belangrijk vooraf enkele begrippen te definiëren:

Opmerkingen:

Het selecteren van alle formules of alle constanten is vooral interessant wanneer je deze wilt beveiligen tegen wijzigen of bekijken. Het selecteren van precedent en dependent cellen is interessant om visueel de afhankelijkheden binnen het werkblad te zien en fouten op te sporen.

7.2.1 De data list bepalen (*)

Vóór Excel 5 kon je per werkblad één data list, criteria list en extract list gebruiken en moesten deze de namen Database, Criteria en Extract krijgen om er de database commando's op te kunnen toepassen. Vanaf Excel 5 heb je drie mogelijkheden:

Uit het voorgaande blijkt dat je een lijst die je wilt uitbreiden best geen naam geeft of enkel de naam Database. Een lijst waaraan je geen records wilt toevoegen kan je gerust een zelfgekozen naam geven.

De tabel die je tot nu hebt opgesteld heeft wel min of meer de gewenste gedaante van een data list, maar kan niet als zodanig worden gebruikt omdat tussen de veldnamen in rij 3 en de records vanaf rij 5 nog rij 4 met studiepunten staat.

Je kan dit probleem oplossen door twee extra rijen toe te voegen tussen de rijen met vaknamen en studiepunten (3:4) enerzijds en de rijen met records (5:20) anderzijds. Rijen 5:20 zullen dan naar onder opschuiven.

De hierbij uitgevoerde acties zijn:

5:6:

Insert, Rows

A6:

vak, Align Right knop

B6:

=B3, sleep fill handle naar B6:AE6

B6:AE6:

Font Color knop, Light Turquoise

(bv.) G12:

Edit, Go To..., Special..., Current region

Opmerking:

7.2.2 Records toevoegen, invullen, wijzigen en verwijderen (*)

Je kan nu allerlei bewerkingen op records uitvoeren. De eenvoudigste methode bestaat er in een cel in de lijst te selecteren en daarna het commando

Data, Form...

te kiezen. Nu verschijnt het Data Form dialoogvenster (figuur 4), dat als titel de naam van het werkblad Studentenlijst heeft.

Studentenlijst - doorlopen of opzoeken Studentenlijst - doorlopen of opzoeken

figuur 4: Het Data Form dialoogvenster als invulscherm en als criteria scherm

Het eerste record (Crasson) wordt getoond. Links in het dialoogvenster staan onder elkaar de veldnamen en daarachter de waarden. Onafhankelijke gegevens staan in een invulvak. Je kan ze wijzigen. Afhankelijke gegevens (formules) worden als gewone tekst getoond. Je kan ze niet veranderen (tenzij je de gegevens waarvan ze afhangen verandert). Velden in verborgen kolommen worden niet getoond. In het midden staat een schuifbalk, waarmee je door de records kan bladeren. Rechts bovenaan staat het nummer van het getoonde record en het totale aantal records (1 of 16). Daaronder staan zeven knoppen waarmee je de belangrijkste manipulaties met de gegevens kan uitvoeren:

Opmerkingen:

7.2.3 Records selecteren met het AutoFilter (*)

Met het commando Data, Form... kan je telkens op zoek gaan naar één record dat aan zekere criteria voldoet. Het is echter niet mogelijk met dit commando alle records die aan zekere criteria voldoen samen in beeld te brengen. Om dit te realiseren gebruik je de commando's uit het Data, Filter submenu.

Er zijn twee methodes, die beiden een variant op de opvraagtaal QBE (Query By Example) gebruiken:

Eerst volgt een illustratie van de AutoFilter methode.

Bij de AutoFilter methode werk je met rij 6 met de veldnamen. Deze mag niet verborgen zijn, maar de Font Color en de Fill Color mogen wel gelijk zijn (zoals hier).

Toon de AutoFilter lijsten met het commando

Data, Filter, AutoFilter

Nu verschijnt rechts in elke cel van de eerste rij van de lijst een pijl waarmee je een lijst kan laten openklappen. In deze lijst kan je waarden kiezen. Enkel de records met deze waarden worden daarna nog getoond. Kies je bijvoorbeeld in de meest linkse AutoFilter lijst met de studentennamen de naam Van der Elst, dan zal daarna enkel nog het record van Van der Elst getoond worden. Het rijnummer van dit getoonde record en de pijl van de lijst waarin de waarde werd gekozen, worden in een blauwe kleur getoond (figuur 5).

Examenuitslagen: alleen Van der Elst
figuur 5: De data list met Autofilter - één voorwaarde

Toon opnieuw alle records met het commando

Data, Filter, Show All

Je kan ook een meer ingewikkelde selectie maken. Selecteer eerst de studenten met 55 procent of meer. Klap daartoe de AutoFilter lijst van het percentage in cel P5 open. Hierin heb je de volgende mogelijkheden:

(All)

Selecteer alle records (geen voorwaarde voor dit veld).

(Top 10…)

Toon de eerste records in de lijst. Je kan opgeven hoeveel records (Items) of welk percentage (Percent) je wilt tonen.

(Custom...)

Stel een meer ingewikkeld criterium op.

47

Selecteer het record met deze waarde (alle voorkomende waarden staan in de lijst).

84

Custom Autofilter - Percentage is greater than or equal to 55
figuur 6: Het Custom Autofilter dialoogvenster

Om een voorwaarde van de vorm >=55 op te stellen kies je (Custom...). Je kan in het Custom AutoFilter dialoogvenster (figuur 6) twee voorwaarden opgeven en deze combineren met And (ze moeten beide voldaan zijn) of Or (minstens één van de voorwaarden moet voldaan zijn). Elke voorwaarde begint met een tekst, die het vergelijkingscriterium aanduidt. De lijst met waarden bevat de in dit veld voorkomende waarden, maar je kan ook zelf een waarde opgeven. Hierbij kan je (vooral bij tekstvelden) de klassieke wildcards ? en * gebruiken om één enkel willekeurig teken of een willekeurig aantal willekeurige tekens aan te duiden.

Vul de voorwaarde is greater then or equal to 55 in. Er worden nu elf records getoond.

Je kan nu voor andere velden extra voorwaarden opgeven. Aan alle voorwaarden van de verschillende AutoFilter lijsten zal tegelijk voldaan moeten zijn.

Geef als tweede voorwaarde op dat de student geslaagd moet zijn (veld klasse). Er worden nu nog slechts negen records getoond (figuur 7), van de geslaagde studenten met 55 procent of meer.

Crasson, Mpenza L., Mpenza M., Nilis, Van der Elst, Vande Walle, Van Kerkhoven, Van Meir, Wilmots
figuur 7: De data list met Autofilter - meerdere voorwaarden

Verwijder het AutoFilter met

Data, Filter, AutoFilter

De markering naast het AutoFilter commando verdwijnt nu in het Data, Filter submenu en alle records worden opnieuw getoond.

Merk op dat de buitenrand rond de data list onderaan is verdwenen. Corrigeer dit door de rand opnieuw aan te brengen:

A1:AE23:

Borders knop: knop 12 (halfdikke lijn aan de buitenrand)

Opmerkingen:

7.2.4 Records selecteren met het Advanced Filter

Met de AutoFilter methode kan je records selecteren waarvan verschillende velden tegelijk aan één of meerdere voorwaarden moeten voldoen. De voorwaarden worden dus aan een And combinatie onderworpen. Het is echter niet mogelijk records te selecteren waarvan verschillende velden aan voorwaarden moeten voldoen, wanneer deze voorwaarden aan een Or combinatie worden onderworpen. Zo kan je niet vragen de studenten te selecteren die onvoldoende halen op Wiskunde of Economie.

Voor een dergelijke vraag wordt de Advanced Filter methode gebruikt. Hierbij heb je één of twee extra lijsten nodig.

In een eerste lijst, die in vroegere Excel versies de naam Criteria kreeg, kan je de voorwaarden aanbrengen. Deze criteria list bevat een eerste rij met veldnamen. Deze veldnamen moeten exact gelijk zijn aan die in de data list. Daaronder bevinden zich een aantal "records" waarin de voorwaarden voor de verschillende velden onder hun veldnaam worden vermeld. Voorwaarden die tegelijk vervuld moeten zijn worden in dezelfde rij vermeld (And combinatie), voorwaarden die als alternatieven vervuld moeten zijn worden in onder elkaar staande rijen vermeld (Or combinatie). Deze wijze van het aangeven van selectie criteria in een lijst structuur wordt Query By Example genoemd.

Je zou kunnen stellen dat je bij de AutoFilter methode voor elk veld één criteria in de AutoFilter lijst kan vastleggen en dat je bij de Advanced Filter methode voor elk veld meerdere criteria in de criteria list kan vastleggen.

Breng de criteria list rechts van de tabel aan. Om te vermijden dat rijen bij het scrollen verborgen geraken moet je het bevriezen van de vensters vooraf uitzetten. Kopieer daarna de lijst met veldnamen in de tweede rij naar rechts. Kopieer enkel de getoonde velden. De vormgeving van deze cellen is grotendeels reeds zoals gewenst. Je moet enkel de eerste veldnaam student i.p.v. vak aanbrengen en de kolombreedtes aanpassen:

 

Window, Unfreeze Panes

A3:P3, AD3:AE3:

Copy knop

AG3:

Paste knop

AG3:

student, Format Cells…, Alignment tabblad, Horizontal: Center, Vertical: Bottom, Border tabblad: klik op diagonale lijn, zodat deze wordt verwijderd.

AG:AG:

sleep rechterrand kolomhoofd naar rechts tot 12.00

(student)

AH:AW:

sleep rechterrand kolomhoofd naar rechts tot 3.00

(vaknamen, totaal, percentage, som tekorten)

AX:AX:

sleep rechterrand kolomhoofd naar rechts tot 12.00

(klasse)

Plaats daarna de voorwaarden, die aan de Or combinatie moeten voldoen, bij de juiste veldnamen in opeenvolgende records van de criteria list:

AK4:

<10

(Wiskunde)

AL5:

<10

(Economie)

Wiskunde < 10, en 1 rij lager: Economie < 10
figuur 8: De criteria list

Om de criteria list beter aan te duiden kan je zijn records op een licht groene achtergrond plaatsen (de hoofden staan al op een licht blauwe achtergrond) en de nodige kaders aanbrengen (figuur 8):

AG4:AX5:

Fill Color knop, Light Green

AG3:AX5:

Borders knop: knop 10 (dunne lijnen rond alle cellen)

Klik vervolgens in de tabel en kies het commando

(bv.) G10:

Data, Filter, Advanced Filter...

Advanced Filter - Filter the list, in-place; List range: $A$6:$AE$22
figuur 9: Het Advanced Filter dialoogvenster - Filter the list, in-place

In het Advanced Filter dialoogvenster (figuur 9) kan je aangeven welke de List range en Criteria range zijn. Wanneer in het werkblad reeds lijsten met de namen Database en Criteria gedefinieerd zijn, worden de ranges die hiermee overeenstemmen voorgesteld. In het andere geval wordt de region van de geactiveerde cel als List range voorgesteld en moet je de Criteria range zelf aanduiden. Je kan ervoor kiezen de records die aan de voorwaarden voldoen, in de oorspronkelijke tabel te tonen en de rijen van de overige records te verbergen (Filter the list, in-place; zoals bij de AutoFilter methode), of naar een andere plaats de kopiëren (Copy to another location), die je dan eveneens moet opgeven (Copy to). Verder kan je ervoor kiezen "dubbele" records slechts eenmaal te tonen (Unique records only).

Geef als Criteria range: $AG$3:$AX$5 op. Het resultaat (twee studenten) wordt getoond in de List range (figuur 10).

De Wilde en Lemoine
figuur 10: De data list met Advanced Filter, in-place

Opmerkingen:

Wanneer je enkel geïnteresseerd bent in de studenten uit de klasse deliberatie met een onvoldoende voor Kostencalculatie of Boekhouden moet je de vorige criteria verwijderen, <10 invullen in opeenvolgende records voor deze Kostencalculatie en Boekhouden, en daarenboven bij beide records deliberatie in het veld klasse invullen:

AG4:AX5:

DEL

(alle velden)

AN4:

<10

(Kostencalculatie)

AO5:

<10

(Boekhouden)

AX4:AX5:

deliberatie

(klasse)

Dit betekent dat records geselecteerd moeten worden van studenten die

Er worden nu drie records getoond.

Opmerkingen:

Je zal bij een volgend Advanced Filter de oorspronkelijke tabel onaangeroerd laten en de resultaten op een andere plaats in het werkblad plaatsen. Daarvoor moet je de gewenste veldnamen uit de data list of criteria list nogmaals kopiëren naar een extract list. Je kan vooraf een aantal records voor de bestemming vastleggen. In dit geval zal maximaal dit aantal records worden gekopieerd. Wanneer je echter vooraf geen records vastlegt zullen juist voldoende records worden gekopieerd. Voer dus de volgende acties uit:

AG3:AX3:

Copy knop

 

AZ3:BQ3

Paste knop

 

AZ:AZ:

sleep rechterrand kolomhoofd naar rechts tot 12.00

(student)

BA:BP:

sleep rechterrand kolomhoofd naar rechts tot 3.00

(vaknamen, totaal, percentage, som tekorten)

BN:BO:

sleep rechterrand kolomhoofd naar rechts tot 4.00

(totaal, percentage)

BQ:BQ:

sleep rechterrand kolomhoofd naar rechts tot 12.00

(klasse)

(bv.) G12:

Data, Filter, Advanced Filter...

 

figuur 12: Het Advanced filter dialoogvenster - Copy to another location

Kies nu in het Advanced Filter dialoogvenster (figuur 12) om de resultaten te kopiëren (Copy to another location) en geef de extract list op (Copy to: $AZ$3:$BQ$3)

Uiteraard bevat de gegenereerde extract list in AZ3:BQ6 drie records, evenveel als er bij list in-place zouden zijn (figuur 13).

Opmerkingen:

7.2.5 Records sorteren (*)

Heel vaak wens je records in een tabel of data list in een bepaalde volgorde te zien. De records in de data list staan in volgorde van hun naam. Je zal de records op het percentage of op de klasse (geslaagd / deliberatie / niet geslaagd) ordenen.

Vóór het sorteren kan je de te sorteren range selecteren. Indien je echter slechts één cel selecteert wordt de selectie uitgebreid tot de region rond de cel. Excel zal zelf trachten te bepalen of de eerste rij in de range als veldnamen kan worden geïnterpreteerd of niet. Meestal hangt dit af van het wel of niet numeriek zijn van de gegevens in deze rij.

Data, Sort...

Sort - Sort by klasse, Then by Percentage, Then by student
figuur 14: Het Sort dialoogvenster

In het Sort dialoogvenster (figuur 14) kan je aangeven op welk veld of welke kolom eerst moet worden gesorteerd (Sort by). Indien gewenst kan je één of twee extra velden of kolommen kiezen waarop moet worden gesorteerd (Then by), wanneer de vorige waarden gelijk zijn. Indien de cellen in de eerste rij als veldnamen worden herkend, worden zij in de Sort by of Then by lijsten opgenomen, anders wordt de kolomletter aangegeven. Je kan voor elk sorteerveld de sorteervolgorde opgeven (Ascending: A-Z en 0-9 of Descending: Z-A en 9-0). Je kan het voorstel van Excel om de eerste rij als veldnamen te beschouwen aanvaarden (My list has header row) of verwerpen (My list has no header row).

Sorteer als voorbeeld op klasse en vervolgens op dalend percentage en naam van de student.

Verklein daarna met de Zoom knop de weergave tot 75% om alle gesorteerde records samen in beeld te krijgen.

Sort Options - First key sort order: geslaagd, deliberatie, niet geslaagd
figuur 15: Het Sort Options dialoogvenster

Vervelend is dat de drie klassen alfabetisch staan (deliberatie, geslaagd, niet geslaagd), waar de volgorde geslaagd, deliberatie, niet geslaagd beter is. Je kan dit realiseren door in het Custom Lists tabblad van het Options dialoogvenster deze lijst toe te voegen, en bij het sorteren in het Sort dialoogvenster de Options… knop te kiezen. Je kan dan in het Sort Options dialoogvenster (figuur 15) een alternatieve sorteervolgorde voor de eerste sleutel uit de Custom lists kiezen:

Tools, Options…, Custom Lists tabblad, Custom lists: NEW LIST, List entries: geslaagd, deliberatie, niet geslaagd, Add Data, Sort…, (laat vorige instellingen staan), Options…, First key sort order: geslaagd, deliberatie, niet geslaagd.

Je krijgt dan de studenten gesorteerd in de gewenste volgorde (figuur 16).

Van der Elst, Mpenza M. Vande Walle, ...
figuur 16: De gesorteerde data list

Opmerkingen:

7.3 Subtotalen aanbrengen

In de gesorteerde lijst zijn de studenten nu gegroepeerd: de geslaagde studenten staan bovenaan, de voor deliberatie in aanmerking komende in het midden, en de niet geslaagde onderaan. Je zal nu voor elke van deze drie groepen en voor alle studenten samen totalen berekenen. De totalen voor de groepen worden subtotals genoemd, de algemene totalen worden grand totals genoemd. Je zal het gemiddelde en de standaardafwijking voor elk vak en voor het percentage berekenen, en het aantal studenten tellen.

Je zal de bewerkingen met subtotalen uitvoeren in het werkblad Studentenlijst 2, dat een kopie is van het op klasse, dalend percentage en naam gesorteerde werkblad Studentenlijst. Je kan het werkblad kopiëren door zijn tab te ctrl+slepen en het gekopieerde werkblad Studentenlijst (2) te dubbelklikken en hernoemen in Studentenlijst 2.

Selecteer een cel in de lijst en kies daarna het commando

(bv.) G12:

Data, Subtotals...

Subtotal - At each change in klasse, Use function Count, Add subtotal to Percentage
figuur 17: Het Subtotal dialoogvenster

In het Subtotal dialoogvenster (figuur 17) kan je de volgende zaken invullen:

Juist zoals bij het sorteren worden de veldnamen of (indien deze verborgen zijn) de kolomletters in de lijsten vermeld.

Je kan per keer slechts één soort totaal berekenen. Vul de eerste maal in::

At each change in: klasse

Use function: Count

Add subtotal to: Percentage

Replace current subtotals

Summary below data

Opmerking:


figuur 18: Het werkblad 'Studentenlijst 2' met de data list met subtotalen voor het gemiddelde>

Het resultaat (figuur 18) vergt enige verklaring:

niveau 1

Grand Totals

Rij 26. Wanneer je op de bijbehorende – knop klikt worden de door de verticale lijn erboven aangeduide rijen 1-25 verborgen en enkel de Grand Totals getoond. De – knop verandert dan in een + knop. Door deze bijbehorende + knop te klikken worden de details opnieuw getoond.

niveau 2

Subtotals

Rijen 16, 22 en 25. Wanneer je op de bijbehorende – knop klikt worden de door de verticale lijn erboven aangeduide rijen 1-15 of 17-21 en 23-24 verborgen en enkel de subtotals en Grand Totals getoond. De – knop verandert dan in een + knop. Door deze bijbehorende + knop te klikken worden de details opnieuw getoond.

niveau 3

Data Records

rijen 1-15, 17-21 en 23-24.

Breng vervolgens ook de standaardafwijkingen en aantallen aan door nog tweemaal het commando

Data, Subtotals...

uit te voeren.

Om de standaardafwijkingen te laten berekenen vul je in:

At each change in: klasse

Use function: Stdevp

Add subtotal to: Sociologie, ..., Percentage

Replace current subtotals verwijder aankruising!

Om de gemiddelden te laten berekenen vul je in:

At each change in: klasse

Use function: Average

Add subtotal to: Sociologie, ..., Percentage

Replace current subtotals verwijder aankruising!

Telkens werden er drie rijen toegevoegd, twee voor de subtotals en een voor het Grand Total (figuur 19). In de corresponderende velden staan de berekende totalen. In kolom AE (klasse) staat de verklaring voor de toegevoegde rij.


figuur 19: Het werkblad 'Studentenlijst 2' met de data list met alle subtotalen

Opmerkingen:

Hide Detail

verberg details die bij de geselecteerde cellen horen.

Show Detail

Toon alle details die bij de geselecteerde cellen horen.

Group

Groepeer de geselecteerde cellen in een outline.

Ungroup

Verwijder de groepering van de geselecteerde cellen in een outline.

De vormgeving is uiteraard niet zoals gewenst. Wijzig die daarom als volgt:

A16:

gem. geslaagd

A17:

st.afw. geslaagd

A18:

aant. geslaagd

A24:

gem. deliberatie

A25:

st.afw. deliberatie

A26:

aant. deliberatie

A29:

gem. niet geslaagd

A30:

st.afw. niet geslaagd

A31:

aant. niet geslaagd

A32:

alg. gemiddelde

A33:

alg. st.afw.

A34:

alg. aantal

A:A:

dubbelklik de rechterkant van het kolomhoofd

AE16:AE18:

del

AE24:AE26:

del

AE29:AE34:

del

A16:A18:

Italic knop

B16:P17:

Format, Cells..., Number tabblad, Category Number: Decimal places: 1

B:N:

sleep rechterrand kolomhoofd tot breedte 3.43

A16:AE18:

Font Color knop: Blue
Border knop, knop 7 (horizontale lijn bovenaan en onderaan),

Format, Conditional Formatting…, Delete…, kruis Condition 1 aan,

dubbelklik Format Painter knop, sleep over A24:AE26, AE29:AE31,

dubbelklik Format Painter knop (beëindig plakken formaat)

A32:A34:

Bold knop

B32:P33:

Format, Cells..., Number tabblad, Category Number: Decimal places: 1

A16:AE18:

Font Color knop: Blue
Border knop, knop 9 (dunne horizontale lijn bovenaan en dikke onderaan),
Format, Conditional Formatting…, Delete…, kruis Condition 1 aan

35:35:

Edit, Delete

Je verkrijgt uiteindelijk een afgewerkte lay-out (figuur 20), waarbij je de records van de geslaagde studenten hebt verborgen door de corresponderende – knop te klikken. Deze is daardoor door een + knop vervangen, die je moet klikken om deze records opnieuw te tonen.

(formulebalk) =SUBTOTAL(3,P7:P28)
figuur 20: Het werkblad 'Studentenlijst 2' met de afgewerkte data list met subtotalen

Opmerkingen:

7.4 Statistische informatie aanbrengen (*)

Je kan subtotalen gebruiken om statistische informatie aan te brengen. Wanneer je echter alleen algemene totalen wenst, kan je deze methode niet toepassen.

Er zijn echter wel twee andere methodes:

Hierna worden beide methoden achtereenvolgens geïllustreerd. Dit doe je in het werkblad Studentenlijst 3, dat je creëert als een kopie van Studentenlijst.

7.4.1 Statistische functies gebruiken (*)

Je zal onder de tabel, waarvan het laatste record zich bevindt in rij 22, de volgende gegevens berekenen voor elk vak en voor het percentage. De gebruikte functies bevinden zich (op één na) in de Statistical categorie van het Paste Function dialoogvenster.

Ga als volgt te werk:

  1. Breng in A24:A31 het rijhoofd van de statistische gegevens aan.
  2. Breng in B24:B31 de formules aan en kopieer ze naar B24:AE31.
  3. Pas de formaten aan en veeg zinloze resultaten uit.

Dit leidt tot de volgende formules (figuur 21):

A24:

gemiddelde

A25:

mediaan

A26:

standaard afw.

A27:

maximum

A28:

minimum

A29:

aantal studenten

A30:

aantal <10

A31:

aantal <12

B24:

=AVERAGE(B7:B22)

B25:

=MEDIAN(B7:B22)

B26:

=STDEVP(B7:B22)

B27:

=MAX(B7:B22)

B28:

=MIN(B7:B22)

B29:

=COUNT(B7:B22)

B30:

=COUNTIF(B7:B22,"<10")

B31:

=COUNTIF(B7:B22,"<12")

B24:B31:

sleep fill handle naar B24:P31

P30:

=COUNTIF(P7:P22,"<50")

P31:

=COUNTIF(P7:P22,"<60")

gemiddelde, mediaan, standaard afw., maximum, minimum, aantal studenten, aantal<10, aantal<12
figuur 21: Het werkblad 'Studentenlijst 3' met statistische informatie

Opmerkingen:

7.4.2 De Descriptive Analysis Tool (*)

Analysis Toos: Descriptive Statistics
figuur 22: Het Data Analysis dialoogvenster

Je kan eveneens statistische informatie aanbrengen met één van de add-in macro's uit de Analysis Tools.

Gebruik de gegevens uit het werkblad Studentenlijst 3 en plaats de resultaten in een nieuw werkblad Statistieken.

Gebruik het commando

Tools, Data Analysis...

en kies in het Data Analysis dialoogvenster (figuur 22) de Descriptive Statistics.

Descriptive Statistics - Input Range $P$6:$P$22, Ouput: New Worksheet Ply 'Statistieken'
figuur 23: Het Descriptive Statistics dialoogvenster

Vervolgens verschijnt het Descriptive Statistics dialoogvenster (figuur 23). Selecteer de percentages in P6:P22 als Input Range (te onderzoeken gegevens). Omdat je slechts statistieken van één kolom wenst worden de gegevens uiteraard per kolom gegroepeerd (Grouped By Columns). Duid verder aan dat je de tekst Percentage in de eerste rij van de input range (P6, met een onzichtbare titel percentage!) als kolomhoofd wenst (Labels in First Row).

Geef aan dat je de resultaten in een nieuw werkblad met naam Statistieken wilt plaatsen (Output Options: New Worksheet Ply), dat je overzichtstatistieken wenst (Summary Statistics), dat je de 3de grootste en kleinste waarde (Kth Largest, Kth Smallest) wél en een betrouwbaarheidsinterval (Confidence Level for Mean) niet in het overzicht op wil nemen.

Het resultaat zal links bovenaan in het nieuwe werkblad Statistieken worden geplaatst. Dit werkblad zelf wordt links van het huidige (geactiveerde) werkblad Studentenlijst 3 in het werkboek tussengevoegd. Pas de kolombreedte en de getalformaten aan en vergelijk de resultaten (figuur 24) met die van de statistische functies in P24:P31.

Percentage: Mean, Standard Error, Median, Mode, Standard Deviation, Sample Variance, Kurtosis, Skewness, Range, Minimum, Maximum, Sum, Count, Largest(3), Smallest(3)
figuur 24: Het werkblad 'Statistieken' met de Descriptive Statistics

Opmerkingen:

7.4.3 Een staafdiagram opstellen (*)

Je kan eveneens een visueel beeld van de resultaten opstellen met behulp van een histogram of staafdiagram.

Vooraf moet je een zogenaamde bin range met benedengrenswaarden aanbrengen voor de klassen die je horizontaal wil voorstellen. Je kan dit doen in het werkblad met de gegevens, maar het is wellicht beter dit te doen in het werkblad met de resultaten, zoals het reeds gemaakte werkblad Statistieken.

Kies voor percentageklassen met een breedte van 10 procent en plaatsen de waarden 0, 10, ..., 100 in de bin range D3:D13 van het werkblad Statistieken:

D2:

Klassen

D3:D4:

0,10, sleep fill handle tot D3:D13

Activeer daarna opnieuw het werkblad Studentenlijst 3, gebruik het commando

Tools, Data Analysis ...

en kies Histogram.

Vervolgens verschijnt het Histogram dialoogvenster (figuur 25). Neem als Input Range de percentages met kolomhoofd (P6:P22; kruis Labels aan). De Bin Range bevindt zich in een ander werkblad. Klik in het Bin Range vak, klik vervolgens op de sheet tab van het werkblad Statistieken, en selecteer in dit werkblad de Bin Range Statistieken!D2:D13 .

Stip Output Range aan en klik in het Output Range vak. Duid vervolgens op een analoge wijze de eerste cel van de Output Range in het werkblad Statistieken aan: Statistieken!E2 .

Duid aan dat de klassen niet van grootste naar kleinste frequentie moeten worden geordend (kruis Pareto niet aan). Kruis wel aan dat je een gecombineerde tabel met het histogram en de procentuele cumulatieve verdeling (Cumulative Percentage) wenst. Hierdoor zal je kunnen aflezen hoeveel studenten meer of minder dan een bepaald percentage (veelvoud van 10) hebben. Kruis ook aan dat je een chart (Chart Output) wilt, die rechts van de output tabel zal worden geplaatst.

Input Range $P$6:$P$22, Output Range Statistieken!$E$2
figuur 25: Het Histogram dialoogvenster

De resulterende tabel en chart worden in het werkblad Statistieken geplaatst, met als linkerbovencel E2 (figuur 26).

Opmerkingen:

7.4.4 De vormgeving van het staafdiagram afwerken (*)

Om de onduidelijkheden weg te werken moet je de tabel aanpassen:

E14:G14:

Edit, Delete…, Shift cells up

E4:

="]"&D3&","&D4&"]", sleep fill handle naar E4:E13

E3:E13:

Center knop

F2:

Aantal

G2:

Cum. %

G3:G13:

Percent knop, Increase Decimal knop (2 maal)

E2:G13:

Borders knop, knop 12 (halfdikke lijn aan buitenkant)

Opmerkingen:

De tabel is nu meer leesbaar geworden. De lay-out van de chart moet echter nog worden aangepast. Om de waarden op de as meer leesbaar te maken moet er meer plaats voor zijn. Vergroot daarom de hoogte van de tabel, verplaats de legende, doe de kolommen tegen elkaar aan plakken, breng rasterlijnen aan voor de linkse Y-as, pas de schalen van de Y-assen aan, en wijzig de hoek van de tekst bij de X-as tot 90°. Wijzig eveneens de titels van de chart en de teksten in de legende:

  1. Klik de chart.
  2. Sleep de handle onderaan verder omlaag om de chart te vergroten.
  3. Dubbelklik de legende, en kies in het Placement tabblad van het Format Legend dialoogvenster Bottom.
  4. Dubbelklik de kolom datareeks, en kies in het Options tabblad van het Format Data Series dialoogvenster een Gap Width 0.
  5. Kies het commando Chart, Chart Options… en kruis in het Gridlines tabblad bij de Value (Y) axis Major gridlines aan.
  6. Dubbelklik de linkse Y-as en, en kies in het Scale tabblad van het Format Axis dialoogvenster een Major unit 1 en een Maximum 10.
  7. Dubbelklik de rechtse Y-as en, en kies in het Scale tabblad van het Format Axis dialoogvenster een Minimum 0 en een Maximum 1.
  8. Dubbelklik de X-as en, en kies in het Alignment tabblad van het Format Axis dialoogvenster een Orientation van 90°.
  9. Klik de titel (Histogram) en wijzig hem in: Histogram van de percentages.
  10. Klik de tekst bij de linkse Value Axis (Frequency) en wijzig hem in: Aantal.
  11. Kies het commando Chart, Data Source…, Kies in het Series tabblad de eerste datareeks Frequency, klik in het Name vak. Hierin staat de formule ="Frequency". Wanneer je deze vervangt door =F2, zal de naam van deze datareeks in de legende gekoppeld zijn aan de titel van de tabel (Aantal). Doe daarna hetzelfde voor de andere datareeks. Vervang ="Cumulative %" door =G2.
  12. Wijzig indien nodig nog de grootte van de chart, de plot area en de teksten.

De tabel en het bijbehorende histogram (dat nu een echt histogram is) hebben nu een betere gedaante (figuur 27).

Histogram met tabel en cumulatieve percentages
figuur 27: Het histogram na verzorging van de vormgeving

Opmerkingen:

Input Range $P$6:$P$22, Bin Range Statistieken!$D15:..., Output Range Statistieken!$E$15...
figuur 28: Het Histogram dialoogvenster zonder chart output

Bij examenuitslagen is het beter klassen van de vorm [50,60[ te maken omdat een student met 50 procent mogelijk tot de geslaagden behoort. Eventueel kan je dan ook de gebruikelijke lettercodes in plaats van de klassegrenzen in de chart gebruiken. Om dit te realiseren kan je in een nieuwe Bin Range Statistieken!D15:D26 de grenzen niet op 10, 20 enz. leggen maar op 9.5, 19.5 enz. Vervolgens zou je het histogram opnieuw moeten opstellen en formatteren. Je kan dit vermijden, door als Output Range Statistieken! E15 te kiezen en geen Chart Output aan te vragen (figuur 28). De resultaten worden in cellen E15:E27 van het werkblad Statistieken geplaatst. Kopieer daarna de resultaten uit F17:G27 naar F3:G13 en voer nog enkele kleine wijzigingen aan de vormgeving aan:

Je kopieert de waarden uit F17:G27 best zonder hun formaat:

F17:G27

Copy knop

F3:G13

Edit, Paste Special..., Values

E3:

="["&D3&","&D4&"[", sleep fill handle naar E3:E12

De chart wordt bij het plakken aangepast.

De resultaten (figuur 29) geven nu een meer informatief beeld.

Histogram met twee tabellen
figuur 29: Het afgewerkte histogram na aanpassing van de grenzen

7.5 Een pivot table opstellen (*)

Where is the data you want to analyze ? * Microsoft Excel list or database
figuur 30: Stap 1 van de Pivot Table Wizard

Je kan ook bestuderen hoe de punten van de geslaagde en niet geslaagde studenten voor een vak verdeeld zijn. In Excel 4 werd daarvoor een cross table (kruistabel) opgesteld, waarin in essentie gegevens uit een ééndimensionale lijst worden herschikt in een tweedimensionale lijst, waarbij allerlei totalen kunnen worden gemaakt. In Excel 5 is deze methode uitgebreid en van naam veranderd. Ze heet daar pivot table (draaitabel). In Excel 97 is de flexibiliteit verder toegenomen, vooral op het gebied van de vormgeving.

Het opstellen van een pivot table verloopt sterk geautomatiseerd met behulp van de Pivot Table Wizard.

Je zal een pivot table opstellen die aangeeft hoeveel studenten geslaagd of niet geslaagd zijn in functie van hun resultaat voor Boekhouden.

7.5.1 De pivot table creëren met de Pivot Table Wizard (*)

Vooraf selecteer je een cel binnen de data list A6:AE22. Roep daarna de Pivot Table Wizard op met het commando

Data, Pivot Table Report...

De Assistant vraagt dan of je hierover enige uitleg wenst. Wanneer je hierop bevestigend antwoordt, krijg je extra informatie en uitleg bij de stappen van de Pivot Table Wizard.

De Pivot Table Wizard omvat vier stappen.

  1. In stap 1 (figuur 30) kan je aanduiden waar de gegevens voor de pivot table zich bevinden. heel vaak is dit een externe database. Je hebt de volgende mogelijkheden:

    Microsoft Excel list or database

    De gegevens bevinden zich in een Excel tabel, lijst of database. Dit is de standaard keuze.

    External data source

    De gegevens zijn afkomstig van zich buiten Excel, meestal van een DBMS.

    Multiple consolidation ranges

    De gegevens uit meerdere tabellen of databases moeten worden samengevoegd in één pivot table.

    Another Pivot Table

    De gegevens bevinden zich reeds in een pivot table.

    In deze tekst wordt enkel de eerste mogelijkheid behandelden. Klik dus onmiddellijk de Next knop. Het is nochtans interessant een pivot table op te stellen op basis van bv. een Access tabel.

    Range: $A$6:$AE$22
    figuur 31: Stap 2 van de Pivot Table Wizard
  2. In stap 2 (figuur 31) selecteer je de data list waarvan je een pivot table wilt maken (Range). Wanneer er een data list met de naam Database is wordt deze standaard voorgesteld. Indien er geen data list met de naam Database is wordt de geactiveerde cel uitgebreid tot een region en wordt deze region voorgesteld. Met de Browse... knop kan je een ander werkboek (bestand) openen om daarin een lijst te kiezen.

    Aanvaard het voorstel A6:AE22 en klik de Next knop.

  3. In stap 3 (figuur 32) geef je op hoe je pivot table eruit moet zien. Je kan de veldnamen uit de eerste rij van de data list naar één van de gebieden van de pivot table slepen en zo op een erg visuele wijze aangeven hoe de pivot table er moet uitzien. Er zijn vier gebieden:

    Row

    Plaats hier het veld (of de velden) waarvan de waarden het rijhoofd zullen vormen. Records met gemeenschappelijke waarden zullen worden gegroepeerd. De rij vormt een eerste dimensie van de pivot table.

    Column

    Plaats hier het veld (of de velden) waarvan de waarden het kolomhoofd zullen vormen. Records met gemeenschappelijke waarden zullen worden gegroepeerd. De kolom vormt een tweede dimensie van de pivot table.

    Data

    Plaats hier het veld (of de velden) waarvan de waarden moeten worden getotaliseerd. Bij numerieke waarden wordt standaard de som (Sum) gemaakt voor alle records met gemeenschappelijke waarden voor de rij- en kolomhoofden. Bij niet-numerieke waarden wordt standaard het aantal (Count) records geteld. Je hebt later de mogelijkheid om andere totalen aan te geven.

    Page

    Indien je een derde dimensie voor de pivot table wenst kan je hier een veld (of velden) plaatsen, zodat enkel records met dezelfde waarde voor dit veld in de pivot table worden getoond. Je kan dan de waarden van dit veld uit een lijst kiezen.

    ROW Boekhouden, COLUMN klasse, DATA Count of student
    figuur 32: Stap 3 van de Pivot Table Wizard
    Where do you want to put the PivotTable ? * New worksheet
    figuur 33: Stap 4 van de Pivot Table Wizard

    Je kan velden naar het gewenste gebied slepen. Indien ze in een verkeerd gebied staan kan je ze naar een ander gebied slepen of uit het gebied weg slepen, waardoor ze worden verwijderd. Aangezien de veldlijst uitgebreid is en ook verborgen velden (de tekorten) erin worden opgenomen, kan je via een schuifbalk de meer rechts gelegen velden in beeld brengen.

    Kies het veld Boekhouden als rijhoofd, klasse als kolomhoofd en student als te totaliseren gegeven. In het Data gebied wordt aangegeven dat het aantal studenten zal worden geteld (Count of Student). Klik daarna op de Next knop.

  4. In stap 4 (figuur 33) kan je kiezen of je de Pivot table wilt plaatsen in een nieuw (New worksheet) of in hetzelfde werkboek (Existing worksheet) als de gegevens waarop hij is gebaseerd. In het laatste geval kan je de linkerbovencel van de pivot table opgeven. Met de Options… knop heb je daarenboven nog de volgende mogelijkheden in het Pivot Table Options dialoogvenster (figuur 34):
    Grand totals for columns & rows, AutoFormat table, Preserve formatting,...
    figuur 34: Het Pivot Table Options dialoogvenster

    In de meeste gevallen kan je deze opties ongewijzigd laten.

    Kies ervoor de pivot table in een nieuw werkblad te plaatsen en klik de Finish knop. De pivot table wordt in een nieuw werkblad Sheet1 (omdat deze naam niet meer bestaat) geplaatst, links van het geactiveerde werkblad Studentenlijst 3 (figuur 35). Dit werkblad wordt geactiveerd en de Pivot Table toolbar verschijnt.

Count of student: Boekhouden/klasse
figuur 35: Het nieuwe werkblad 'Sheet1' met de Pivot table

Hierna volgt een samenvatting van de keuzes in de verschillende stappen van de Pivot Table Wizard:

  1. Stap 1: Kies Microsoft Excel list or database.
  2. Stap 2: Aanvaard de range A6:AE22. Het referentietype is van geen belang.
  3. Stap 3: Sleep Boekhouden naar het ROW vak, klasse naar het COLUMN vak en student naar het DATA vak.
  4. Stap 4: Kies New worksheet.

Je kan in de gecreëerde pivot table de volgende delen onderscheiden:

Opmerkingen:

Je kan de Pivot table op drie manieren wijzigen:

7.5.2 De Pivot Table toolbar

De Pivot Table toolbar bevat de volgende knoppen, die gedeeltelijk overeenkomen met commando's uit het Data, Group and Outline submenu:

Pivot Table toolbar

Pivot Table snelmenu

Snelmenu met de commando's Wizard…, Refresh Data, Select (submenu met de commando's Label, Data, Label and Data, Entire Table en Enable Selection), Formulas (submenu met de commando's Calculated Field…, Calculated Item…, Solve Order… en List Formulas), Field… en Options….

Pivot Table Wizard

Wijzig de geselecteerde pivot table met de Pivot Table Wizard op.

Pivot Table Field

Wijzig de eigenschappen van het geselecteerde veld.

Show Pages

Toon pagina's in een pivot table.

Ungroup

Maak de groepering van geselecteerde rijen of kolommen ongedaan.

Group

Groepeer de geselecteerde rijen of kolommen.

Hide Detail

Toon enkel de samenvattende rij of kolom en verberg de details.

Show Detail

Toon de details.

Refresh Data

Werk de pivot table bij. Herbereken hierbij de gegevens.

Select Label

Selecteer enkel het rijhoofd of kolomhoofd.

Select Data

Selecteer enkel de gegevens.

Select Label and Data

Selecteer zowel het rij-hoofd of kolomhoofd als de gegevens.

7.5.3 Punten in de pivot table groeperen in klassen (*)

Groepeer nu de punten van Boekhouden in de pivot table in klassen.


figuur 36: Het Grouping dialoogvenster
  1. Selecteer vooraf één van de cellen A3:A11 met een veldwaarde voor Boekhouden.
  2. Klik de Group knop. Geef in het Grouping dialoogvenster (figuur 36) op dat je de waarden willen groeperen per twee (By 2). Je had ook andere start- (Starting at) en eindwaarden (Ending at) kunnen opgeven en op deze wijze sommige resultaten niet tonen.

Je verkrijgt een pivot table, waarbij de punten voor Wiskunde gegroepeerd zijn in klassen met breedte 2 (figuur 37).

Boekhouden 2-3,4-5,8-9,10-11,12-13,14-16
figuur 37: De pivot table na het groeperen in puntenklassen

Enkel de klassen die waarden bevatten 2-3, 4-5, 8-9, 10-11, 12-13 en 14-16 (!) worden getoond. De lege klasse 6-7 wordt niet getoond.

De grootste voorkomende waarde is 16. Dit is ook de automatisch berekende bovengrens van de hoogste klasse (Auto Ending at 16). Daarom wordt deze waarde in de klasse eronder (14-15) opgenomen, die daardoor wordt uitgebreid tot 14-16. Hier is het beter een extra klasse 16-17 te hebben.

Groepeer daarom nogmaals en wijzig de beneden- en bovengrenzen in 0 en 20, de uiterste punten die kunnen voorkomen. Nu wordt gegroepeerd in de klassen 0-1, 2-3, 4-5…, 16-17 en 18-20, waarbij lege klassen (0-1, 6-7 en 18-20) niet worden getoond.

Opmerkingen:

7.5.4 Velden aan een pivot table toevoegen (*)

Breid de pivot table nu uit met enkele velden:

  1. Klik in de pivot table en klik daarna de PivotTable Wizard knop. Je komt onmiddellijk in stap 3 van de Pivot Table Wizard:
  2. Sleep het veld klasse van het Column naar het Page gebied.
  3. Sleep het veld Economie naar het Column gebied.
  4. Sleep het veld Percentage naar het Row gebied. Klik daarna onmiddellijk op de Finish knop.
Boekhouden/Percentage/Economie
figuur 38: De uitgebreide pivot table

Je verkrijgt nu een meer uitgebreide pivot table (figuur 38)

Je kan in deze pivot table de volgende delen onderscheiden:

Opmerkingen:

7.5.5 De lay-out van de pivot table wijzigen (*)

Je kan de lay-out van de pivot table op een zeer eenvoudige wijze wijzigen door de cellen met veldnamen in het werkblad met de pivot table zelf te verplaatsen, op een analoge wijze als in stap 3 van de Pivot Table Wizard.

Op dit ogenblik bevinden de veldnamen zich in:

A1:

klasse (PAGE)

waarden in B1

A4:

Boekhouden (ROW)

waarden in A5:A27

B4:

Percentage (ROW)

waarden in B5:B27

C3:

Economie (COLUMN)

waarden in C4:J4

A3:

Count of student (DATA)

waarden in C5:J27

Je kan de pagina-, rij- en kolomvelden verplaatsen en rij- en kolomvelden groeperen:

  1. Sleep het rijveld Percentage tot op Boekhouden. De volgorde van de rijvelden Boekhouden en Percentage wordt verwisseld.
  2. Sleep het kolomveld Percentage tot op Economie. Het wordt nu een tweede kolomveld. De tabel wordt herschikt.
  3. Sleep het kolomveld Percentage tot onder besluit. Het wordt nu een tweede paginaveld. De tabel wordt herschikt.
  4. Sleep het paginaveld Percentage tot rechts van besluit. Over de naam van het veld Percentage wordt een zwart kruis geplaatst. Bij het loslaten van de muisknop zal het veld worden verwijderd. Maak deze bewerking ongedaan met de Undo knop.
  5. Selecteer een waarde uit het kolomveld Economie (in C4:J4) en klik de Group knop. Geef puntenklassen met grootte 2 (By 2) en grenzen (Starting at) 0 en (Ending at) 20 op. Nu worden de waarden voor Economie gegroepeerd in puntenklassen, juist zoals de waarden voor Boekhouden (figuur 39).
klasse (All); Percentage (All)
figuur 39: De pivot table na het pivoteren en groeperen

Nu bevinden de veldnamen zich in:

A1:

klasse (PAGE)

waarden in B1

A2:

Percentage (PAGE)

waarden in B2

A5:

Boekhouden (ROW)

waarden in A6:A12

B4:

Economie (COLUMN)

waarden in B5:F5

A4:

Count of student (DATA)

waarden in B6:F12

Opmerkingen:

7.5.6 Datavelden toevoegen en hun eigenschappen wijzigen

Je kan niet alleen meerdere rij-, kolom- en paginavelden, maar ook meerdere datavelden creëren.


figuur 40: Het PivotTable Field dialoogvenster van een data veld
  1. Klik in de pivot table en klik daarna de PivotTable Wizard knop.
  2. Sleep in stap 3 het paginaveld Percentage naar het Data gebied. Nu wordt de bewerking Sum of Percentages voorgesteld voor het nieuwe dataveld. Dit is niet gewenst.
  3. Bereken het gemiddelde percentage door de veldnaam Sum of Percentages te dubbelklikken.
  4. Nu verschijnt het PivotTable Field dialoogvenster voor een dataveld (figuur 40). Je kan hier de uit te voeren bewerking (Summarize by) wijzigen in Average en de naam (Name) in Gemiddeld Percentage. Je kan eveneens het veld verwijderen (Delete), het numerieke formaat wijzigen (Number...) en de wijze van berekening aangeven (Options>> - het dialoogvenster wordt uitgebreid met een Show Data as gedeelte).

  5. Dubbelklik daarna ook de veldnaam Count of student en wijzig de Name in Aantal studenten. Klik tot slot de Finish knop.

In de resulterende pivot table (figuur 41) heb je een tweede rijveld met de naam Data en met als waarden de namen van de datavelden Aantal studenten en Gemiddeld Percentage.

Boekhouden/Economie: Aantal studenten, Gemiddeld percentage
figuur 41: De pivot table met twee data velden

Nu bevinden de veldnamen zich in:

A2:

klasse (PAGE)

waarden in B2

A5:

Boekhouden (ROW)

waarden in A6:A19

B5:

Data (ROW)

waarden in B6:B19

C4:

Economie (COLUMN)

waarden in C5:G5

B6:B19:

Aantal studenten en
Gemiddeld percentage (DATA)

waarden in C6:G19

4 kolommen: Boekhouden, Economie, Aantal studenten, Gemiddeld percentage
figuur 42: De herschikte pivot table met twee datavelden

Opmerkingen:

Indien het aantal studenten 0 is worden geen data-waarden vermeld, ook niet voor de gemiddelden.

Deze lay-out met het data veld als tweede rijveld is enigszins verwarrend en daarom niet aangewezen. Het zou beter zijn dat het Data veld als enig kolomveld dienst doet. Voer daarom de volgende acties uit:

  1. Sleep daarom het kolomveld Economie tot op Boekhouden. Het wordt nu een rijveld.
  2. Sleep het rijveld Data tot juist boven het Data gebied. Het wordt nu een kolomveld. De tabel wordt herschikt (figuur 42).

Nu bevinden de veldnamen zich in:

A2:

klasse (PAGE)

waarden in B2

A5:

Boekhouden (ROW)

waarden in A6:A27

B5:

Economie (ROW)

waarden in B6:B27

C4:

Data (COLUMN)

waarden in C5:D5

C5:D5:

Aantal studenten en
Gemiddeld percentage (DATA)

waarden in C6:D27

7.5.7 Eigenschappen van niet-datavelden wijzigen

Er worden subtotalen berekend voor het eerste rijveld Boekhouden, maar niet voor het tweede rijveld Economie. Deze zijn bij het verplaatsen van Economie van het COLUMN naar het ROW gebied verdwenen.

Je kan ook de eigenschappen van een niet-data veld, zoals Boekhouden en Economie wijzigen. Daarvoor selecteer je de naam van of een waarde in dit veld en klikt de PivotTable Field knop.

Name: Economie; Orientation: Row; Subtotals: Custom Count; Hide items: >20
figuur 43: Het PivotTable Field dialoogvenster van een niet-data veld

In het getoonde PivotTable Field dialoogvenster (figuur 43) kan je dan de volgende zaken doen:

Page field options: Retrive external data...
figuur 44: Het PivotTable Field Advanced Options dialoogvenster

Toon als toepassing de subtotalen voor Economie:

  1. Selecteer een waarde in het veld Economie en klik de PivotTable Field knop.
  2. Duid in het PivotTable Field dialoogvenster Count aan als Custom Subtotals.
  3. 2-3 Total, 4-5 Total enz.
    figuur 45: De pivot table met sub totalen voor beide rijvelden

    Nu worden onderaan de tabel de subtotalen voor Economie getoond (figuur 45) in rijen 28:37. Nochtans zijn er enige onvolkomenheden:

    Je kan de onvolkomenheden wegwerken door de kolom met gemiddelde percentages te verwijderen:

  4. Selecteer een waarde in de kolom Gemiddeld Percentage en klik de PivotTable Field knop.
  5. Klik de Delete knop in het PivotTable Field venster.

Kolom D is nu leeg, Het kolomveld Data is verdwenen. Er is dus geen kolomveld meer (figuur 46). Nu bevinden de veldnamen zich in:

A2:

klasse (PAGE)

waarden in B2

A5:

Boekhouden (ROW)

waarden in A6:A37 (incl. subtotalen)

B5:

Economie (ROW)

waarden in B6:B37 (incl. subtotalen)

A4:

Aantal studenten (DATA)

waarden in C6:C37 (incl. subtotalen)


figuur 45: De pivot table met subtotalen voor beide rijvelden

inhoud vorige volgende